Mama, ik moet je iets vertellen…

Ik ben Trudy

Ik ben negen. Wat mij is overkomen is niet zo heel erg hoor, niet zoals wat ik van sommige vriendinnen hoor. Mijn opa zit aan me, maar alleen met zijn vingers. En ik moet hem aftrekken. Ik ben ook bang voor hem. Ik voel me wel heel vies na afloop, dan was ik mijn handen wel 10 keer. Ik wil het niet tegen mama zeggen. Ik ben bang dat ze me niet zal geloven, want het is natuurlijk wel haar papa. Maar ik wil dat het stopt.

Ik stel me voor hoe ik het zou zeggen: ‘Mama, ik moet je iets vertellen over opa.’ Ze zal schrikken en gaan zitten en haar ogen worden groot… en dan? Ik weet het niet… zal ik het durven?

Weet jij hoe het verhaal verder gaat?

Hoe zou het verhaal verder gaan? Zou Trudy het durven vertellen? De kans is niet zo groot, de meeste kinderen zwijgen. En zij die de stilte durven doorbreken, worden vaak niet geloofd. Zeker niet als het om een familielid gaat.

Voor ouders:

(Hulpverleners lees vanaf ‘Voor hulpverleners’)

Hoe reageer jij als moeder of als vader? Geloof je wat je kind zegt? Hoe vang je jouw kind op? Wie vangt jou op? Waar kun je hulp vinden voor jouw kind? Wat kan je als ouder zelf doen? Wat kun je doen om je kind te helpen? Wat heb jij nodig om overeind te blijven?

Waar kun je dat leren?

Het symposium ‘Wat helpt kinderen seksueel misbruik verwerken?’ is voor alle ouders die te maken hebben met een kind dat seksueel misbruikt is, een steuntje in de rug. Een plek om je vragen te stellen. Om van professionele hulpverleners te leren hoe je jouw kind kunt ondersteunen. Om hulp te krijgen voor jezelf, omdat het voor jou als ouder beslist niet makkelijk is om met seksueel misbruik geconfronteerd te worden.

Wil je meer weten? Klik hier voor alle informatie over het symposium

 Voor hulpverleners

Trudy heeft het gedurfd. Zij komt met haar moeder naar jouw praktijk. Haar moeder vertelt geëmotioneerd het verhaal dat Trudy door haar opa seksueel misbruikt is. Trudy zit er wat emotieloos bij.

Hoe ga je hier als hulpverlener mee om?

Wat heb jij te bieden? Hoe kun je zowel Trudy als haar moeder ondersteunen? Wat kun je zelf en waarvoor heb je anderen nodig? Waar raakt het jou? Bij wie kan jij jouw verhaal kwijt? Hoe beslis je wat je als eerste gaat doen met Trudy?

Waar kun je dat leren?

Het symposium ‘Wat helpt kinderen seksueel misbruik verwerken?’ is voor alle hulpverleners die te maken hebben met kinderen die seksueel misbruikt zijn. Het is een plek om je vragen te stellen. Om van ervaren professionele hulpverleners te leren hoe je deze kinderen het beste kunt ondersteunen. Om met anderen te praten over wat seksueel misbruik met je doet, omdat het ook voor jou als hulpverlener beslist niet makkelijk is om met seksueel misbruik geconfronteerd te worden.

Wil je meer weten? Klik hier voor alle informatie over het symposium

5 tips hoe je jouw kind kunt helpen seksueel misbruik verwerken

5 tips hoe je jouw kind kunt helpen seksueel misbruik verwerken

Vorige week schreef ik de 5B’s, tips over hoe je het beste kunt reageren als je kind naar je toe komt en je vertelt dat het seksueel misbruikt is. Er is heel positief gereageerd op deze blog en onwijs veel mensen hebben het gelezen. Dat doet me goed, want de eerste reactie van een ouder (of andere vertrouwde volwassene) op een kind dat vertelt dat het seksueel misbruikt is, kan heel veel verschil maken.

Mijn eigen ervaring

Ik heb als kind nooit gepraat over wat er gebeurde. Ik had altijd het idee dat mijn familie er van af wist, of op zijn minst vermoedens had dat er ‘iets’ speelde. Daarom heb ik mijn moeder pas vertelt over het seksueel misbruik toen ik al lang en breed volwassen was, ik was 29 jaar en al een maand of wat in therapie. Haar eerste reactie heb ik nog helder op mijn netvlies. Eerst was er opluchting. Ik had haar de stuipen op het lijf gejaagd door de manier waarop ik haar gevraagd had om te komen. Ik had gezegd: ‘Ik wil graag dat je komt, ik moet je wat vertellen en dat kan niet door de telefoon’. Dus zij had het idee gehad dat ik een ernstige ziekte had of iets dergelijks. Haar tweede reactie was ‘de vuile kl……k’. Een woord dat ik van haar nooit eerder gehoord had. Die reactie maakte veel goed en ben ik nooit vergeten.

Na de eerste reactie, hoe verder?

Hoe je verder moet na zo’n nare boodschap ligt heel erg aan je persoonlijke situatie. Er zijn allerlei dingen die daar van invloed op zijn.

  • Wie de dader is (en of je dat al weet)
  • Of de dader binnen je gezin woont
  • Hoe ver het seksueel misbruik is gegaan
  • Hoe jouw eigen jeugd is geweest
  • Of je het kan dragen

Tip 1. De eerste opvang

Als er drastische maatregelen genomen moeten worden om je kind te beschermen, dan is dat de eerste taak. Vaak komt die taak voor rekening van politie of justitie. Hoe dan ook is jouw taak om het kind op te vangen. Om dat goed te kunnen doen is het ook van belang dat je jezelf opvangt, of laat opvangen. Stap over eventuele schaamte heen en praat met mensen in jouw omgeving die jou kennen en die jou kunnen ondersteunen. Je hoeft het niet alleen te doen. Vang je kind op, luister naar het kind en stel het gerust: ‘Je hebt er goed aan gedaan dat je het verteld hebt’ en ‘Het is niet jouw schuld’.

Tip 2. Maak een lijst met wie op de hoogte gesteld moeten worden

Maak een lijst van mensen die op de hoogte gebracht moeten worden. Maak daarin een eerste schifting:

  • Eventuele (ex-)partners
  • Andere kinderen in het gezin
  • School
  • Familie en vrienden
  • Huisarts
  • Politie

Het kan heel belastend zijn voor jou als ouder als je dit verhaal meerdere keren moet vertellen. Vaak is het handiger om iemand die er wat verder van af staat te vragen om de lijst te bellen en het verhaal te doen.

Tip 3: Keuzes maken rondom aangifte

Aangifte doen wordt wel gezien als een burgerplicht. Hoe belangrijk het ook is dat dit soort criminaliteit voor de rechter gebracht wordt, jouw eerste verantwoordelijkheid is het welzijn van je kind. Besluit, liefst samen met je kind, of je aangifte wilt doen. Als je besluit om aangifte te doen, weet dan dat de kans op een veroordeling groter wordt als er fysiek bewijs is. De keuze om aangifte te doen betekent:

  • Fysiek sporenonderzoek
  • Ondervragingen op het politiebureau
  • Een verzoek van de politie om zo min mogelijk over het gebeurde met je kind te praten (ivm. de bruikbaarheid van de kindverklaringen)
  • Onderzoek in een speciale verhoorstudio bij de zedenpolitie

Vergis je niet in hoe belastend een dergelijk onderzoek kan zijn. Voor een volwassene is inwendig onderzoek al geen pretje, maar voor een kind dat seksueel misbruikt is, komt daar nog een extra lading bij. Het onderzoek kan triggeren en het is van groot belang dat je kind daar goed op voorbereid is. Als je kind weet wat er gaat gebeuren en enige mate van invloed kan hebben op hoe het gedaan wordt, kan een kind veel hebben.

Als je besluit geen aangifte te doen

Ook als je besluit om geen aangifte te doen, is het verstandig om wel melding te doen. Een misbruiker maakt meestal meerdere slachtoffers, waardoor meldingen voor kinderen die slachtoffer zijn geworden tot steunbewijs kunnen dienen. Ook kan de politie onafhankelijk van jouw aangifte een onderzoek instellen, bijvoorbeeld als er meerdere meldingen over eenzelfde dader komen.

Tip 4. Gespecialiseerde hulpverlening

Het zoeken van goede, gespecialiseerde hulpverlening na seksueel misbruik is geen gemakkelijke zaak. Het zou mooi zijn als elke psycholoog kennis had van de korte en lange termijn gevolgen van seksueel misbruik, maar zoals de situatie nu is zit seksueel misbruik niet eens in de opleiding van psychologen. Op het gebied van deskundigheidsbevordering valt nog wel één en ander te verbeteren. Daarom organiseer ik ook een verdiepingstraining voor professionals die zich hierin willen verdiepen.

Het huidige aanbod aan therapeuten

Mensen die zich in seksueel misbruik verdiept hebben, verzamel ik op deze website. Voor het huidige aanbod kun je kijken op ‘zoek een therapeut’. Ben jij therapeut en heb je iets te bieden aan hulp rondom het thema seksueel misbruik? Voor de voorwaarden voor vermelding, zie de info voor therapeuten pagina)

Tip 5: Denk niet: traumatherapie en anders niet

In deze tijd van kortdurende trajecten en diagnose behandel combinaties is het verleidelijk om te denken dat je na seksueel misbruik gewoon ‘even’ cognitieve traumatherapie doet en dat een kind dan op zijn of haar eigen veerkracht weer verder kan. Traumatherapie heeft zijn plek in de hulpverlening, maar er is meer nodig voor een kind om zich weer lekker te gaan voelen. De impact van seksueel misbruik openbaart zich ook niet altijd onmiddellijk. Een kind kan ogenschijnlijk weer helemaal in orde zijn, sociaal wenselijk gedrag vertonen en een aantal jaren later gedragsproblemen gaan vertonen. Vaak wordt de link terug naar het seksueel misbruik dan niet meer gelegd. Dat is jammer, want dat inzicht geeft ook richting aan de mogelijkheden voor adequate behandeling. In plaats van het herkennen van gedrag als een uitvloeisel uit seksueel misbruik wordt er vaak ADHD, Angststoornis, Sociale angst, Borderline of Depressie geconstateerd en wordt er niet langer gekeken naar de bron van waaruit deze verstoringen zijn ontstaan.

Elke ervaring van onvoorwaardelijke liefde is therapeutisch

De belangrijkste boodschap die je jouw kind kunt geven, is dat je onvoorwaardelijk van hem of haar houdt. Hoe kan een kind dat beschadigd is, die liefde ervaren?

  • Dat kan door een arm om je kind heen slaan als het moet huilen.
  • Dat kan door, als het kind boos doet, duidelijk te zeggen dat je van het kind houdt, ook als het boos op je is.
  • Dat kan door begrip te tonen, als het kind het moeilijk heeft.
  • Dat kan door te durven zeggen ‘Ik weet ook niet hoe het nu verder moet, maar we gaan samen knokken’.

Waar een kind, misbruikt of niet, behoefte aan heeft is échte aandacht. Dat iemand naar het kind luistert, zonder direct oplossingen te bieden, maar luistert en hoort wat hij of zij zegt.

Meer tips voor als je kind seksueel misbruikt is

Natuurlijk zijn deze tips maar een klein deel van alle mogelijkheden die je hebt om je kind bij te staan in het verwerken van seksueel misbruik. Het belangrijkste is om je te realiseren dat jij je kind het beste kent. Ben je er nog maar nét achter gekomen? Kijk dan ook eens op ‘De 5 B’s’ voor de belangrijkste dingen in die eerste fase.

Gezien worden, gehoord worden (Symposium workshop deel 2)

Gezien worden, gehoord worden (workshop symposium deel II)…

Onderstaande tekst is van Monique Amber. Ik heb deze, voor de leesbaarheid (en duiding), van kopjes voorzien. Samen met haar psychologe Margreet Krottje gaf zij tweemaal een workshop aan hulpverleners waarin zij deze tekst voordroeg.

Het verhaal van Monique Amber: Gezien worden, gehoord worden

Ik wil graag hier de tekst plaatsen dat ik heb voorgelezen tijdens het symposium. Het is helaas een klein beetje aangepast, door bepaalde details weg te laten en ik heb zelf daarvoor in de plaats een regel toegevoegd over mijn gevoel. Er is mij gevraagd dit te doen, omdat wat eenmaal op internet staat, blijft daar ook voor altijd.

Privacy van anderen respecteren

Niet iedereen gaat respectvol met andere mensen om. Ik kan dit heel goed begrijpen en daarom kom ik mijn ouders grotendeels tegemoet. Ons contact is nu namelijk goed en ook ouders zijn helaas niet perfect. Mijn ouders hebben fouten gemaakt en hebben mij hiervoor erkenning gegeven.

In oude pijn geraakt

Deze aanpassingen hebben mij wel iets gekost. Het niet volledig open mogen schrijven over mijn ervaringen thuis, raakt mij in een diepe wond. Namelijk in het moeten zwijgen. En dat terwijl ik net een beetje begin open te gaan en mijn stem begin te krijgen. Ik heb gisteren in therapie een lange huilbui gehad, waarbij mijn lichaam trilde, schokte, knarsentande en klappertande. Mijn rug en nek doen daardoor nu nog zeer. En het huilen is nog steeds niet over. Een grote schoonmaak dus…

Mijn tekst van tijdens het Symposium: Wat wel werkt!

Ik ben seksueel misbruikt door mijn opa vanaf ongeveer mijn vierde t/m mijn veertiende jaar. Ik was vaak als eerste wakker en dan was ik in bed aan het spelen met Tuffy, mijn knuffelbeertje. Als ik mijn opa hoorde lopen in de gang, werd ik heel bang. Ik hield dan mijn laken en deken heel stevig vast, aan de bovenkant met mijn handen en aan de zijkant met mijn voeten. Als hij mijn kamer op kwam begon hij altijd te praten over al wakker zijn enzo. Hoe stevig ik het ook vasthield, hij trok mijn laken en deken zo los en sloeg ze open. Hij deed mijn nachthemd omhoog en mijn onderbroek omlaag. Hij kwam daar met zijn hand en zijn mond.

Dissociatie

Ik was dan al weg. Ik was dan bij het geluid van mijn oma, die de tafel dekte. Als hij klaar was zei hij altijd dat ik opa’s lieve meisje was en dat ik het niet aan oma mocht vertellen. Het gebeurde overal waar hij maar alleen kon zijn met mij en ik kreeg er altijd stiekem geld voor. Toen ik ouder werd en me van boven begon te ontwikkelen, pakte hij me vaak plotseling achterlangs van boven vast. Of hij versperde me de weg en zoende me op mijn mond. Toen het misbruik stopte gaf hij me drie nieuwe vijf gulden muntstukken en zei dat hij niet wist dat ik het erg vond.

Therapie bij Margreet Krottje

Ik heb nu net iets langer dan een jaar therapie bij Margreet Krottje en dit werkt absoluut. Anders zou ik niet op het symposium zijn en voorlezen voor een groep mensen.
Het eerste dat ik leerde, is dat je na misbruik de deur naar je gevoel sluit. Dat is om te kunnen overleven. Deze deur moet weer open om te kunnen leren leven. ‘Ga maar ademen en dan voelen wat je voelt’ zei Margreet. Want ook ademen is lastig. Mijn adem zit altijd heel hoog. En door diep te ademen, kom je in contact met je buik en dus met je gevoel.

Verdriet, pijn, schaamte, angst en (af en toe) boosheid

Eerst kwam er heel veel verdriet en pijn. Al gauw werd ook de schaamte en de angst zichtbaar. Boos is er af en toe en dan is er nog de verwarring. Want, mijn hoofd heeft van alles verzonnen om te kunnen overleven. Zoals zwart-wit denken. Als iets of goed, of fout is, is er houvast. Als iets grijs is, dan wordt het al gauw eng.

De angst breidt zich uit

Angst is bij mij iets dat zich enorm heeft kunnen uitbreiden. Ik was als kind al heel jong bang, door wat mijn opa deed. Eenmaal weer thuis wist ik door het dissociëren niks meer van het misbruik. Maar, er was wel angst. Voor school en voor sporten bijvoorbeeld. En voor het naturisme van mijn ouders vanaf mijn zevende. We gingen opeens naar een naturistenstrand en naturistenvereniging. En daar moest ik me dan uitkleden en helemaal naakt zijn tussen allemaal naakte mensen. Ik wist niet waar ik kijken moest, zo eng vond ik het. En ik wilde zelf ook niet gezien worden. Mijn thuissituatie was vanaf mijn tiende ook niet stabiel meer, omdat mijn ouders openlijk aan partnerruil gingen doen en vanaf mijn dertiende gingen ze met deze mensen in een vrijstaand huis in de polder wonen, met een grote tuin.

Onveiligheid in de thuissituatie

Door het naturisme schaamde ik me kapot als ik vrienden mee naar huis nam. De partnerruil maakte dat ik dingen zag die voor mij heel naar, angstig en verwarrend waren. Mijn slaapkamer lag tussen hun slaapkamers in. Ik heb dingen gehoord die ik niet wilde horen en die mij erg angstig maakten. Dan hield ik mijn oren dicht en probeerde ik zo in slaap te vallen. Ik verlangde zo naar een normale thuissituatie. Ik voelde me heel erg eenzaam en in de steek gelaten en later ook heel erg boos.

(Op verzoek van en uit loyaliteit voor mijn ouders heb ik de details (die ik op het symposium wel heb voorgelezen) over dit alles verder weggelaten.)

Er komen steeds meer angsten bij

Alle scholen en sociale contacten waren moeilijk en dat bracht ook angst met zich mee. Mijn moeder ontdekte dat mijn opa mij misbruikt had toen ik veertien was en bagatelliseerde het. Daar schrok ik zo van, dat ik dichtklapte en me terugtrok in mezelf. Ik voelde me in de steek gelaten. Van mijn opa moest ik zwijgen. En om te kunnen overleven ging ik helemaal zwijgen. Dus ook in het dagelijks leven. Ik zei en vroeg niks vanuit mezelf. Dat kon ik ook niet, want angst haalde de woorden weg. Door de gehele dag te dissociëren hield ik het vol.

Schaamte, ik voel me vies en slecht

Als puber kreeg ik moeite met mijn lichaam. Dat is schaamte. Ik voelde me vies en slecht. Ik voelde me dom en lelijk en een buitenaards wezen. Dat maakte me erg onzeker en ik kreeg een enorm minderwaardigheidsgevoel. Al die gevoelens van angst, schaamte en een diepe pijn, maakten dat ik me de hele dag verdrietig voelde. Nergens kreeg ik liefdevolle, veilige aandacht. Nergens kreeg ik begrip. Door meerdere mensen werd ik in de steek gelaten. Ik voelde me heel erg eenzaam en altijd alleen onder anderen.

Alles heel diep wegstoppen

Dit alles stopte ik weg. Dat weet ik nu pas, nu ik dat geleerd heb in therapie bij Margreet. Toen begreep ik niet wat er aan de hand was, wat er allemaal in mij gebeurde. Ik wist alleen maar dat ik het niet voelen wilde, dat het niet te dragen was. Ik verdoofde het door te eten. Ladingen chips en drop. En vanaf mijn vijftiende ontdekte ik de alcohol en daarna het blowen. Vanaf mijn achtiende dronk ik iedere avond om te verdoven. In de loop der jaren had ik hiervoor steeds meer drank nodig. Dit heb ik zo ongeveer 13 jaren gedaan. En het emotie-eten ging ook door. En zo ontwikkelde ik mijn obesitas.

Nieuwe angsten en mijn wereld wordt kleiner

Tijdens de zwangerschap, bij de bevalling en na de geboorte van mijn zoon kreeg ik weer met nieuwe angsten te maken. Ik weet niet of ik toen een soort depressie had. Ik weet wel dat het niet goed ging. Volgens mij ben ik toen begonnen met vermijden. Ik deed niks meer en ging nergens in mijn eentje heen. Ik leefde binnenshuis en keek veel tv. Ik kwam alleen buiten als het moest. Bijvoorbeeld om mijn zoon te brengen en halen van school. Op het schoolplein ervaarde ik dezelfde angst als toen ik zelf op school zat. Ik kon niet mee doen met de conversaties. Mijn hoofd was leeg en ik keerde naar binnen. Nog meer redenen om te vermijden, zodra dit mogelijk was. En zo heb ik jaren gevochten om te overleven.

Had ik toen geen therapie? Natuurlijk wel.

Dit is nu mijn zevende therapie. De eerste twee keren was toen ik 15 of 16 was. Mijn lerares Nederlands had dit voor mij geregeld bij de Riagg (dit heet nu Parnassia Bavogroep, zoiets). De eerste twee keren bracht ze mij en ging ze mee naar binnen. De therapeuten en zij spraken en ik zweeg. De derde afspraak moest ik alleen. Dat was voor mij zó eng, dat ik niet ben gegaan. En zo eindigde beide therapieën zeer snel en was ik weer alleen. De derde therapie was bij een maatschappelijk werker van Stichting Pro Juventute. Hij hielp een vriendin van mij heel goed en zo ben ik bij hem terecht gekomen.

Zwijgen

Op algemene vragen gaf ik kort antwoord, verder heb ik het gehele therapiejaar gezwegen. Ook zijn dappere poging om het contact tussen mijn ouders en mij te herstellen mislukte. We stopten de therapie en wederom was ik weer alleen. Februari 1992 kreeg mijn opa longkanker. Ik was toen 17 jaar. Ik durfde niet bij hem op ziekenbezoek. Niemand begreep dat. Een week voor zijn sterven ben ik bij hem geweest. Hij lag thuis op bed. Ik moest alleen de slaapkamer in om afscheid te nemen. Ik was zo verschrikkelijk bang. Ik moest hem beloven dat ik dat schooljaar niet zou blijven zitten.
Zo bizar, want alle keren dat ik al was blijven zitten, was eigenlijk zijn schuld. Een week later, 18 mei 1992, was hij dood.
Ondertussen ging het thuis slecht. Ik ging wel over dat jaar. Ik ging bij een vriendin in Rotterdam wonen. Op school stortte ik regelmatig in. Dan begon ik zomaar te huilen in de klas. Op een dag was ik zo ontroostbaar. Twee leraressen probeerden mij te helpen. Maar, ik huilde alleen maar. De leerlingenbegeleider regelde toen therapie voor mij bij de Riagg. Februari 1993 kon ik daar terecht. Ik moest er alleen heen en dat was zó eng. Gelukkig had ik om een vrouw gevraagd. Wel, zij sprak en ik zweeg en dissocieerde.

Schrijven

Toen gaf ze mij een schrift. Thuis mocht ik daar in schrijven en de volgende week moest ik dit dan meenemen. Zij las dan wat ik geschreven had en dan ging ze het daar over hebben. Het duurde heel lang eer ik een beetje begon te praten. Ik sprak kleine beetjes over school, vrienden en mijn ouders, maar nooit over mijn opa. Ik heb ongeveer 7 schriften volgeschreven. Ik had zeven jaren individuele therapie. Het hielp me door mijn schooltijd en studie heen en door de situatie bij mijn ouders thuis. Ik leerde om oogcontact te maken. Ik leerde dat verdoven met alcohol zelfdestructief was, maar dat kon me niks schelen. Op een gegeven moment kregen mijn ouders een eigen therapeute die hun zou helpen om contact te krijgen met mij. Ik woonde toen weer thuis. Ze gingen daar een aantal keren heen.
En toen ze klaar waren, zei hun therapeute dat ze nu op mij moesten wachten totdat ik naar hun toe zou komen. Dat was niet goed, want ik was daar veel te angstig en boos voor. Ik wachtte juist op mijn ouders, dat ze me eindelijk begrip, aandacht, veiligheid en liefde zouden geven. Er veranderde niets en dit vergrootte mijn woede en de afstand.

Verbroken belofte

Op een gegeven moment begon mijn therapeute over Emdr. Ik vond het goed. Op datzelfde moment begonnen ze een nieuwe groepstherapie voor meisjes die dissocieerden. Mijn therapeute ging dat samen met een mannelijke therapeut leiden. Het was de bedoeling dat ik in die groep kwam en daarnaast zou ik dan nog individueel Emdr krijgen. Ik ging daarmee akkoord. De groepstherapie begon en ik kreeg geen Emdr. Ik durfde er niks over te zeggen. Na twee jaren, toen ik voor de zoveelste keer aangaf dat ik iedere ochtend opstond met een zwaar gevoel, noemde een groepsgenote mij een zeikerd. Mijn therapeuten zeiden dat ik een kussentje van mijn verleden op schoot vasthield en dat ik dat nu maar eens moest wegleggen. Toen gaf ik aan dat ik nooit de beloofde Emdr had gehad. Zij ontkenden dat beloofd te hebben. Ik zou wel gedissocieerd hebben. Maar, ze hadden dit echt wel gezegd en dit was heel gemeen van ze. Ik kon ze niet vertrouwen. Ik kreeg een oefening mee naar huis. Ik moest iedere dag 5 goede en slechte gevoelens met gedachten opschrijven. En zo moest ik mijn misbruikverleden verwerken. En toen eindigde de groepstherapie. Ik deed net alsof het goed ging met me, opdat zij met een goed gevoel mijn dossier konden sluiten. En ik was weer alleen.

Alternatieve therapie: eindelijk een beetje begrip

Na een half jaar ongeveer begon mijn vijfde therapie. Dit was alternatief. Ik kwam bij een vrouw met een praktijk aan huis voor regressie-, reïncarnatie- en gestalttherapie. Bij haar vond ik voor het eerst in mijn leven begrip. Net zoals bij iedere therapie, vroeg ook zij steeds hoe ik me voelde. En net zoals altijd, gaf ik als antwoord dat ik het niet wist. Dan moest ik van haar gaan voelen waar in mijn lichaam ik iets voelde. Dat was dan altijd in mijn borst. Op het moment dat ik dit dan aangaf, kwam er een woord in mijn hoofd. Vaak was dit pijn. Als ik dit dan zei, kwamen de tranen. Ik heb dus heel veel gehuild bij haar en dat was goed. Dat hielp. Ik kon niet praten over mijn opa, maar wel een beetje gaan voelen. Ze liet me ook heel veel tekenen. Aan het einde van mijn therapie kickte ik op eigen kracht af van de alcohol. Dat de therapie klaar was merkten we, omdat ik overal zelf antwoord op kon geven.

Beter, maar nog steeds in de overleving

Daarna leek het een poos goed te gaan. Maar, eigenlijk was ik nog steeds aan het overleven en al gauw merkte ik dat ik het niet redde in mijn eentje. Mijn grootste probleem was intimiteit. Dat ging steeds mis. Aan het begin van mijn huwelijk had ik seks alsof ik een robot was. Ik deed het omdat het moest en onderging het tot het klaar was. En ‘s avonds was het makkelijk, want dan was ik compleet verdoofd en ongeremd door de alcohol.

Sjamanistische therapie

Maar, ik dronk natuurlijk niet meer en toen kwam de angst en de schaamte. Ik voelde me vies en slecht. Ik durfde zelf niks te doen. Ik nam geen initiatief en wachtte dus altijd af.
Ik vond weer een alternatieve therapie bij een sjamanistisch geschoolde vrouw. Bij haar heb ik geleerd dat ademen belangrijk is. Ik heb leren herkennen wanneer ik dissocieerde en ontdekte dat ademen en oogcontact maken hielp om terug te komen.

Wat niet werkt!

Een uur zwijgen en alleen maar aangekeken worden werkt niet. Ik was zo bang. De therapeuten van de Riagg hadden mij gerust moeten stellen. Dat ze begrepen dat ik heel bang was. Dat ze me gingen helpen met praten. En dat we eerst maar eens over makkelijkere dingen gingen praten. Dan was ik niet weggebleven de derde keer. Zeggen dat je het verleden nu maar eens los moet laten werkt niet. Ik had nog nooit over het misbruik kunnen praten, hoe kon ik het dan verwerkt hebben? Fouten maken en daarover liegen werkt niet, want dat beschadigt het vertrouwen.

Schrijftherapie helpt

Schrijven, zoals toen in een schrift en zoals nu per mail, dat werkt wel. En zelf heb ik dit jaar ontdekt dat het helpt om dat wat ik schrijf in therapie voor te lezen. En in mijn therapie nu krijg ik de ruimte om aan te geven wat ik wil doen. Dus lees ik voor en bespreken we de gevoelens en dergelijke die daarbij vrij komen. Zo kan ik eindelijk over mijn misbruikverleden vertellen en leer ik mijn stem te gebruiken. Het is heel belangrijk om zelf te mogen bepalen wat ik wil doen in therapie. Ik weet alleen niet te verwoorden waarom. Ik krijg heel veel uitleg en dat helpt om alles te kunnen begrijpen, hoe het werkt en waarom. Het is fijn om daarbij echte voorbeelden te krijgen. Dat is een bepaalde vorm van begrip en vertrouwen denk ik.

Ademen helpt. Oogcontact helpt.

Ademen helpt om gevoel dat vast komt te zitten in mijn lichaam, weer te laten stromen. Het helpt samen met oogcontact om uit de dissociatie te komen. En vooral het oogcontact is daarbij heel belangrijk. Wederom weet ik niet uit te leggen waarom.

Weg met de professionele afstand

En dan is er nog de professionele afstand. Het is zo akelig eenzaam als je tijdens de therapie huilt en je hulpverlener blijft geheel zakelijk tegenover je zitten. Getroost worden werkt helend en daar is een manier voor die ik niet verwoord krijg, maar het werkt. Als je hulpverlener ook menselijk is, geeft dit heel veel vertrouwen. En dat is nodig om jezelf te laten zien en alles te kunnen delen. Het maakt het veilig.

M. A.

Monique Amber

Wat is een symposium?

Ik zou zo graag een borreltje lusten…

Ik was laatst aan het surfen voor informatie en ik kwam op wikipedia op de pagina over Symposium. Ik was verrast: Het woord stamt uit de oude Griekse taal en betekende toen ‘Samen drinken’. Samenkomen om een drankje te nuttigen, een beetje zoals in onze tijd in de kroeg gebeurt: praten over politiek en voetbal, de wereldproblemen oplossen op een bierviltje.

 

Een symposium was een laagdrempelige manier van kennisdelen

Het vroegere Symposium was vooral een mannenaangelegenheid, die plaatsvond in de mannenkamer van het huis. Ergens tussen de tien en dertig symposianten werd gezien als een standaard groepsgrootte voor een drinkgelag. Er stonden banken en er lagen kussens waarop de mannen zich neervleiden. Jonge mannen mochten meedoen, maar die moesten rechtop zitten (en luisteren vermoed ik).

Hoe luchtiger het onderwerp van het symposium, hoe sterker de wijn

De ‘Symposiarch’, de organisator van het symposium bepaalde vooraf het alcoholpercentage van de wijn. Als het onderwerp zwaar en belangrijk was, werd er een slappe wijn geserveerd, hoe luchtiger het onderwerp hoe minder water bij de wijn. Overigens serveerden de oude Grieken hun wijn altijd met water: pure wijn drinken was onbeschaafd.glas wijn voor symposium blog 'wat wél werkt'

Drie glazen wijn, dat doet het!

De Grieken waren een groot voorstander van matigheid en zij hadden dan ook een hele theorie over hoeveel wijn goed was voor een mens en wanneer het te veel was. Door de Symposiarch werd een ‘krater’ wijn geprepareerd: een groot vat waarin voor iedereen een flink glas verdunde wijn zat.

  • Glas één is voor de gezondheid (dus daar komt ons proosten op elkaars gezondheid vandaan)
  • Glas twee is voor de liefde en plezier
  • Glas drie is voor de slaap

Nadat het derde glas is genuttigd, gaan wijze mannen naar huis. Deze regel werd echter niet altijd strikt gevolgd!

  • Glas vier is voor slecht gedrag
  • Glas vijf is voor geschreeuw
  • Glas zes is voor onbeschoft gedrag en beledigingen
  • Glas zeven is voor gevechten
  • Glas acht is voor het vernielen van de meubels
  • Glas negen is voor depressie
  • Glas tien is voor gekte en je bewustzijn verliezen

Retoriek op het symposium van weleer

Een van de vele mogelijkheden van vermaak, op de symposia van de oude Grieken, was een wedstrijdje retoriek. Daarbij hielden een aantal mannen een redevoering en de mate van applaus bepaalde de winnaar. Juist van die wedstrijden retoriek is het Symposium van nu een afgeleide.

Het huidige Symposium

Van een drinkgelag heeft ons Symposium vandaag de dag niet veel meer weg, al wordt er traditiegetrouw nog wel eens een wijntje geschonken aan het einde van de dag. Ook is het allang niet meer voorbehouden aan de mannen. Verder is het wedstrijdelement weggevallen en staat een Symposium tegenwoordig vooral in het teken van kennisdelen. Dat is ook wat we gaan doen op het Symposium op 1 november 2014. Kennis delen over seksueel misbruik. Het is een aardig zwaar onderwerp maar toch doen we, heel onbeschaafd, maar liever geen water bij de wijn!

 

Agnes van der Graaf – vormgever en fotograaf – kritisch als kwaliteit

Agnes van der Graaf – fotograaf en vormgever

Agnes van der Graaf, fotograaf, vormgever. www.fotografieagnes.nlIk heb de foto’s voor deze website en ook voor het boek van Ivonne Meeuwsen gemaakt. Ik heb eigenlijk niks met seksueel misbruik, behalve dan dat mijn partner dat heeft meegemaakt als kind.

Mijn rol bij het symposium is klein

Mijn taak bij het organiseren van het Symposium ‘Wat wel werkt!’ is in feite meekijken, – denken en -praten. Ik heb de website gemaakt en de layout van de flyer. Daarnaast lees ik externe communicatie kritisch door. Ik lever  foto’s aan en ondersteun waar nodig.

Kritisch als kwaliteit!

Als ik een tekst doorlees, zie ik heel goed waar teksten niet kloppen of onduidelijk zijn. Dat komt bijvoorbeeld doordat mensen informatie weglaten, omdat het voor hen vanzelfsprekend is. Daarom lees ik de meeste teksten kritisch door. Ik heb het lang moeilijk gehad met ‘kritisch zijn’ als kwaliteit, omdat ik als ik onder tijdsdruk sta ook wel eens door kan schieten in ‘op alle slakken zout leggen’. Maar als ik in mijn kracht sta, dan ben ik op een goede manier kritisch, waardoor de kwaliteit sterk verbeterd wordt.

Steunpilaar en aanjager

Naast mijn betrokkenheid bij het symposium ben ik voor Ivonne Meeuwsen een steun en toeverlaat. We sparren over nieuwe projecten, zoals deze website. Ik kijk mee met haar agenda en soms help ik haar om zichzelf een beetje af te remmen. En op andere momenten spoor ik haar juist aan. Ivonne zegt regelmatig dat zonder mij een hoop van haar projecten nog niet van de grond zouden zijn gekomen. En daar doe ik eigenlijk niks anders voor dan af en toe een aai over haar bol.

Mijn eigen fotowerk

Ben je benieuwd naar wat voor foto’s ik maak? Kijk dan op Fotografie Agnes.