Trauma gefocussed hulpverlenen werkt!

Trauma-gefocussed hulpverlenen werkt!

De enige therapie die volgens recent (2015) Amerikaans onderzoek bewezen verschil maakt bij kinderen die seksueel misbruik hebben meegemaakt, is TF-CBT. Met ‘verschil maken’ bedoelen zij dan dat het: Statistisch significant beter helpt dan andere therapieën of een psychologisch placebo of pillen.

Wat is TF-CBT?

Dat maakt natuurlijk nieuwsgierig: Wat is dat dan TF-CBT? De afkorting staat voor: Trauma Focussed Cognitive Behavior Therapy, oftewel: op het trauma gerichte cognitieve gedragstherapie. Nogal een mondvol: Wat doen ze dan precies?

Zij zijn ‘trauma focussed’: gericht op het trauma

Zij richten de aandacht op het trauma, in dit geval seksueel misbruik. Dat is belangrijk, omdat veel behandelingen in het reguliere circuit de aandacht op alles behalve het seksueel misbruik richten. Vaak is de focus op het gedrag van het kind. Seksueel misbruik wordt helaas meestal niet besproken in therapie.

Cognitieve gedragstherapie ‘American style’

Cognitieve gedragstherapie kennen we toch? Dan leer je anders te doen, door anders te denken, kort uitgelegd. Maar cognitieve gedragstherapie komt in een ander daglicht te staan als je de Amerikaanse uitleg hierover leest. Samen met de focus op het trauma is het eigenlijk een combinatietherapie van:

  • psycho-educatie
  • ontspanningsoefeningen
  • emotie-regulatie technieken
  • cognitieve verwerking, het verhaal van het trauma vertellen
  • desensiteren van/langzaam wennen aan het verhaal
  • het verhaal herschrijven door er nieuwe cognities (kennis, zoals bijvoorbeeld: Het is niet mijn schuld) in te verwerken
  • In vivo desensitatie: het werken aan angsten door steeds in kleine mate eraan blootgesteld te worden
  • gezamenlijke ouder/kind sessies
  • vergroten van de weerbaarheid

TF-CBT is ontworpen met al deze specifieke componenten, met ieder een eigen setje doelen.

Flexibel inzetbare componenten van de therapie

Van belang is ook dat de TF-CBT in hoge mate flexibel is en de componenten ingezet kunnen worden al naar gelang de individuele symptomen, wensen en noden van elk kind en/of hun familie.

Waarmee is TF-CBT in Nederland te vergelijken?

In Nederland kennen we geen TF-CBT voor zover ik weet. Vertaald naar de Nederlandse situatie, voor wat betreft seksueel misbruik, denk ik dat TF-CBT het beste vergeleken kan worden met de eigen regie bij de klant leggen. Dit geeft de klant de ruimte om:

  • diverse soorten therapie gericht in te zetten
  • te bepalen welk doel hij/zij op dat moment kiest/aan toe is om aan te werken
  • te focussen op het verwerken van het seksueel misbruik

Kanttekeningen

Overigens zet de studie twee kanttekeningen bij hun eigen resulaten:

  • Het is niet duidelijk in hoeverre deze methoden cultuur-specifiek zijn
  • Het lijkt er op dat deze therapie ontoereikend is voor kinderen die te maken hebben gehad met seksueel misbruik door naaste verwanten (zeker wanneer het de eerst-verzorgende ouder betreft)

Mijn conclusie op basis van dit onderzoek

Het verbaast mij niet dat de enige therapie die blijkt te werken een samenraapsel is van allerlei therapeutische interventies én dat de onderzoekers heel duidelijk stellen dat een belangrijk deel van de werkzaamheid van deze methode, schuilt in het feit dat de componenten flexibel inzetbaar zijn, naar aanleiding van de wens en noodzaak van de klant. Dat laatste is namelijk de centrale boodschap van mijn tweede boek: ‘Hulpverlening na seksueel misbruik’.

Mogelijk enig verschil makend

Naast TF-CBT hebben de Amerikaanse onderzoekers ook de volgende therapieën onderzocht.

  • Cognitieve groeps-gedragstherapie in scholen
  • Spelen met een ongetraumatiseerd leeftijdsgenootje (onder toezicht van een getrainde vrijwilliger)
  • Familie therapie
  • Klantgerichte therapie
  • Cognitieve verwerkingstherapie
  • kind-ouder psychotherapie
  • Cognitieve gedragstherapie (alleen voor PTSS)
  • EMDR

In dit onderzoek hebben deze therapieën het predicaat ‘mogelijk enig verschil makend’ gekregen.

Wat bedoelen ze precies met ‘mogelijk enig verschil makend’?

De definitie van ‘mogelijk enig verschil makend’ is dit: Deze behandelingen hebben laten zien dat ze iets meer resultaat opleveren dan op een wachtlijst staan of géén behandeling krijgen.

Wat ze niet onderzocht hebben

Het merendeel van alle therapieën die er zijn, wereldwijd, zijn nooit onderzocht. Gewoon omdat de meeste therapeuten helemaal geen tijd en geld hebben om zo’n onderzoek te laten doen. Het Amerikaanse onderzoek noemt overigens géén andere therapieën. Alle therapieën die ze onderzocht hebben, presteren iets beter dan de wachtlijst. Het is natuurlijk interessant om de resultaten te zien van al die andere therapieën.

http://europepmc.org/articles/pmc4413451

Landelijke themadag ‘intimiteit en seksualiteit’

Themadagen voor hulpverleners

Met een aantal hulpverleners die op de website staan, hebben we onlangs een netwerkdag gehouden. Een vruchtbare bijeenkomst waarvan jullie een verslag hebben kunnen lezen. In die eerste netwerkbijeenkomst hebben we geïnventariseerd over welke thema’s we zouden willen uitwisselen en met stip op nummer één stond ‘Intimiteit en seksualiteit’. Vandaar dat dit het eerste thema is dat we op een themadag centraal stellen.

De opzet van de themadagen

De themadagen hebben een dubbel doel: netwerken en kennisdelen. Binnen het netwerk hebben we veel gespecialiseerde kennis in huis en per thema zullen we één of twee van onze eigen therapeuten uitnodigen om het thema ‘in te leiden’. De dagindeling zal per keer verschillen, maar er zal steeds een stukje kennisdelen zijn en daarnaast wordt er tijd gereserveerd voor uitwisseling.

De thematrekkers van ‘Intimiteit en seksualiteit’

Davinia Heuft en Marjanne Hurks komen ergens deze zomer samen om een plan te maken voor de themadag. Ook wij zijn heel benieuwd naar hun inbreng. Daarover zullen we hen vragen om iets ‘wervends’ te schrijven. We hopen dat jullie allemaal komen!

Praktische informatie

Plaats: Arnhem

Tijd: 10.30 uur tot 15.00 uur.

Datum: 10 september 2015

Prijs: Voor therapeuten/hulpverleners van de website kost de Themadag €25,00 inclusief lunch en exclusief BTW.

Ik meld mij aan voor de Themadag op 10 september

Kennismaken met het netwerk

Voor introducees zijn de kosten €40,00 inclusief lunch en exclusief BTW. Het is een goede manier om het netwerk te leren kennen, je krijgt informatie over het thema en hoe dit samenhangt met seksueel misbruik en je kunt kijken of hulpverlening na seksueel misbruik iets voor je is.

Ik kom graag kennismaken en meld mij aan voor de Themadag op 10 september

Wat is contextuele (lichaams) therapie? – Thea Peeters

De mens verstaan in zijn context

Wanneer een klant bij een contextueel therapeut komt, is het vaak niet op voorhand duidelijk of er sprake is van seksueel misbruik. Door aandacht te besteden aan de context van de klant wordt zijn of haar verhaal duidelijk. Daarbij komen kernmomenten als vanzelf ter sprake. Vaak komt de klant dan zelf met een verhaal over seksueel misbruik, al komt dat meestal niet in de eerste sessie.

Ontvouwen van het verhaal

Ernstige grensoverschrijdingen stagneren je emotionele ontwikkeling, waardoor je als het ware “blijft hangen in het verhaal / in slachtofferschap”. In de therapie plaatsen we het seksueel misbruik in de context wat betreft (leef)tijd, systemische dynamiek en verantwoordelijkheid. Hierdoor kunnen schaamte en schuldgevoelens verminderen. Dit geeft hernieuwde toegang tot de basisgevoelens (bang, blij, bedroefd en boos) en daarmee emotionele groei.

Bewustwording overlevingsmechanismen / -patronen

Met poppetjes verbeeld je je verhaal, in samenhang met de context. Dit maakt dat je je bewust wordt van deze samenhang. Je leert betekenis te geven aan gedragingen die gebaseerd zijn op overlevingsmechanismen. Gedrag heeft een positieve intentie (gehad) en door dit te leren zien, kun je jezelf (en anderen) ontschuldigen. Overlevingsmechanismen hebben vaak als doel:

  • Zien te overleven
  • Behoeden van anderen
  • Loyaliteiten
  • Afschermen van kwetsuren

Het (h)erkennen van je eigen overlevingspatronen geeft ruimte om opnieuw te kunnen kiezen voor verbinding met jezelf en je omgeving.

Het gebruik van lichaamstherapie in het contextuele werk

Mensen zijn uitgerust met vrijwel dezelfde regelmechanismen als dieren. Een dier laat spanningen los door bijvoorbeeld dingen af te schudden of in contact met een ander dier te gaan, troost te zoeken. Wij mensen beperken of blokkeren dit proces met het rationele deel van onze hersenen. We kunnen bijvoorbeeld ons ‘groot houden’ of ‘doorzetten’ en daarmee een volledige ontlading in de weg staan. Het lichaam slaat de spanning dan op en een blokkade ontstaat.

Afgesloten delen van lichaam bevrijden

Lichaamstherapie helpt om de verbinding te herstellen met de geblokkeerde delen van je lichaam. Allereerst wordt gewerkt aan het ontwikkelen van lichaamsbewustzijn, aan stevigheid, waardoor er ruimte en draagkracht komt voor datgene wat zo pijnlijk en/of verdrietig is. Lichaamstherapie nodigt de bevroren spanning stukje bij beetje uit, los te laten. De beweging die er “toen” niet kon zijn, kan alsnog worden afgemaakt. Daarmee wordt de blokkade langzaam opgeheven.

Loslaten van vastgezette spanningen geeft ruimte

De ruimte die ontstaat, wanneer het opgeslagen trauma wordt opgeruimd, zorgt letterlijk voor opluchting. De mens wordt weer heel. Vanuit de ervaring van die heelheid ontstaat de mogelijkheid en ruimte voor nieuw gedrag. Oude patronen kunnen zo losgelaten worden en de verbinding met zichzelf en de ander wordt herstelt.

Casus: Miep (pseudoniem)

Miep heeft een burn-out. Ze neemt te veel verantwoordelijkheid op zich en het gaat niet goed in de samenwerking. Ze vertelt met hevige emotie: ‘Ik walg ervan dat ze (collega’s) het niet doen zoals het hoort!’ Ook geeft ze aan zichzelf waardeloos te vinden. ‘Ze zullen me wel liever kwijt dan rijk zijn’. 

We onderzoeken haar persoonlijke geschiedenis. Miep werd, op 15-jarige leeftijd, seksueel misbruikt door haar broer. Zij herkent dat dit de bron is van de heftige gevoelens op haar werk.

Het doel van de therapie:

Nadat de link naar haar context is gemaakt, formuleert Miep haar doel met de therapie: Miep wil heel graag van haar broer kunnen blijven houden. De relatie met hem is verstoord sinds haar 15e. Ze wil vrij worden in haar relatie met hem.

In de lichaamstherapie leert Miep, middels massages, haar lichaam weer te voelen en het tot het hare te maken. Ze gaat in dialoog met de pijnlijke en donkere delen in haar buik. Ze geeft ruimte aan haar boosheid en aan het daaronder liggende verdriet. Haar zelfvertrouwen groeit. Langzaam voelt ze zich gerechtigd om grenzen te mogen stellen.

We doen een rollenspel waarin ze zich voorbereid om haar broer aan te spreken op zijn verantwoordelijkheid voor zijn grensoverschrijdend gedrag. Wanneer zij dit gaat uitvoeren spreekt ze met hem ook een genoegdoening af. Dit leidt tot herstel van contact.

(De casus is in werkelijkheid natuurlijk veel complexer. Het is een klein fragment uit het werk, om een idee te krijgen over hoe contextueel werken in elkaar zit)

Geschreven door: Thea Peeters – Contextuele lichaamstherapie – Nuenen

Over toestemming en thee

Een prachtige uitleg over thee

Een mooi verhaal over toestemming. Heldere uitleg voor als je klant nog denkt dat het zijn of haar schuld is.

 

Bron: http://rockstardinosaurpirateprincess.com/about/

Inleiding van Marianne Quax bij boeklancering

Boeklancering Ivonne Meeuwsen: Inleiding door Marianne Quax

Jeugdzorg en seksueel misbruik

Gemengde leefgroepen, ja of nee?

Vrijdag 26 juni 2015

boeklancering 26-6-2015-2Goedemiddag dames en heren,

Of kan ik beter zeggen ‘goedemiddag nieuwsgierigen naar het nieuwe boek van Ivonne Meeuwsen’?
Geïnteresseerd zijn we zeker, anders waren we hier vandaag niet met z’n allen bijeen.

Geïnteresseerd zijn we denk ik in het onderwerp waar Ivonne deze keer over heeft geschreven ‘Jeugdzorg en seksueel misbruik. Gemengde leefgroepen, ja of nee?’

Het derde boek van Ivonne Meeuwsen!

En in ras tempo gevolgd op de eerste twee boeken. Vorig jaar beschreef Ivonne in ‘Hulpverlening na seksueel misbruik. Wegwijzer in Traumaland’ dat het vinden van de juiste hulp na seksueel misbruik een langdurig en gelaagd proces is.

Geschikt studieboek voor de minor ‘Geweld in de leefomgeving’

Met Ivonne’s eerste boek ‘Helen van seksueel misbruik. Het trauma voorbij’ ben ik als docent, betrokken bij de minor Geweld in de leefomgeving van de Hogeschool Rotterdam, enorm blij. Voor de module seksueel geweld van de minor is dit boek verplichte literatuur. De jaren daarvoor (2013) was er geen goed lesboek te vinden voor deze module. Vele zelfhulpboeken, ervaringsverhalen, maar niet een boek dat én beschrijft hoe seksueel misbruik kan ontstaan en wat het met iemand doet én ook beschrijft hoe je kunt helen. Een boek geschreven door een ervaringsdeskundige professional!

En dan nu ‘Jeugdzorg en seksueel misbruik. Gemengde leefgroepen, ja of nee?’

‘Jeugdzorg’ en ‘seksueel misbruik’ zijn helaas twee woorden, die nogal eens met elkaar verbonden zijn. Op 8 oktober 2012 presenteerde de commissie Samson de uitkomsten van haar onderzoek ‘Omringd door zorg, toch niet veilig’ naar het seksueel misbruik van door de overheid uit huis geplaatste kinderen van 1945 tot dan toe (2012).

  • Kinderen die in een residentiele jeugzorginstelling verbleven, bleken bijna twee keer zo vaak misbruikt te worden als thuiswonende kinderen.
  • En licht verstandelijk liepen driemaal zoveel risico op seksueel misbruik.
  • Meisjes zijn meer dan twee keer zo vaak slachtoffer als jongens.
  • De pleger bleek in iets meer dan de helft van de gevallen een leeftijdgenoot te zijn.

Begrijpelijk dat de commissie Samson t.a.v. de samenstelling van de leefgroep de aanbeveling deed een grondige risicoanalyse te doen. Leeftijd, kwetsbaarheid en problematiek zijn volgens de commissie Samson belangrijke variabelen om bij plaatsing in een leefgroep rekening mee te houden.

Er dient expliciet gekeken te worden of plaatsing in een gemengde leefgroep gewenst is, omdat deze risicoverhogend kan zijn, vooral voor meisjes.
Maar hoe doe je zo’n risicoanalyse hoor ik je denken. Carla Rus heeft ons immers uitgelegd hoe het zit met de onzichtbaarheidsmantel waarmee het seksueel misbruik wordt bedekt.

Bezitten wij, professionals, de vaardigheden om seksueel misbruik te herkennen?

En hoe zit het met onze vaardigheden om het uberhaupt over seksualiteit met de jongeren te hebben? Om maar niet te spreken van seksueel misbruik bespreken.

Plaatsvervangende schaamte bekroop mij toen ik in de speciale editie van het Tijdschrift Kindermishandeling de pyramide zag met cijfers:

Van de 46.826 kinderen die in de residentiële jeugdzorg en pleegzorg verblijven, gaven ong. 6.696 kinderen aan misbruikt te zijn. En van die 6.696 zijn er maar ong. 134 misbruiksituaties door ons professionals waargenomen!

Het is niet alleen beschamend dat wij, professionals, maar 134 van de 6696 misbruiksituaties waarnemen, maar we hebben ook 6.696 kinderen in de kou laten staan.

Vandaag de lancering van ‘Jeugdzorg en seksueel misbruik. Gemengde leefgroepen, ja of nee?’.

Ik verwacht er veel van Ivonne gezien je twee eerdere boeken waarin je als ervaringsdeskundige boven je eigen pijn uit kunt stijgen en de dingen kunt benoemen!

Je gaat het eerste exemplaar van dit boek zo meteen overhandigen aan Corinne Dettmeijer, nationaal rapporteur mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen. Een gepaste persoon om jouw eerste exemplaar aan te overhandigen. Als rechter heeft Corinne, belast met jeugdzaken en familiezaken veel met het onderwerp seksueel misbruik te maken gehad. Maar ook in nationale en internationale commissies en adviesorganen op het terrein van het jeugdbeschermings- en jeugdstrafrecht en zeker als nationaal rapporteur.

Wat doet een nationaal rapporteur?

De Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen rapporteert aan de regering over de aard en omvang van mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen in Nederland.

Zij monitort de effecten van het beleid dat op deze terreinen wordt gevoerd en doet aanbevelingen om de aanpak van mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen te verbeteren. Dat doet ze natuurlijk niet alleen; 13 medewerkers ondersteunen haar daarbij.

Dus, Ivonne, een meer geschiktere professional dan Corinne Dettmeijer had je niet kunnen vragen om het eerste exemplaar van jouw boek te overhandigen.
De vloer is voor jou, Ivonne, en Corinne en vooral voor ‘Jeugdzorg en seksueel misbruik. Gemengde leefgroepen, ja of nee?’

 

Wie is Marianne Quax

Haar staat van dienst: Trainer meldcode, coördinator Stichting Zijweg, tot voor kort bestuurslid Academie voor Vrouwen tegen Geweld én docent aan de Hogeschool Rotterdam betrokken bij de minor Geweld in huiselijke kring.

Persoonlijk: bevlogen, betrokken, een mensenmens. Hartelijk, hart op de tong en hartverwarmend. 🙂

Marianne Quax