Recensie: The Land of Dark Forgetting van Sarah Cantor

Satanisch ritueel misbruik

Elke hulpverlener die zich met het thema seksueel misbruik bezighoud, komt mensen tegen die te maken hebben gehad met georganiseerd, soms geritualiseerd, structureel en gewelddadig seksueel misbruik. De groepen die zich hiermee bezighouden zijn doorgaans sterk hierarchisch georganiseerd en lijken te beschikken over technieken om bewust geheugenbeschadigingen te creëeren, door zowel trauma als drugs. Vaak leiden deze ervaringen tot een gedesorganiseerd geheugen, dissociatie en heftige herbelevingen.

Waarom een recensie van een Engelstalig boek?

Ik bespreek het boek hier, ondanks dat het een Engelstalig boek is waarvoor nog geen Nederlandse vertalling is. Dat is vooral omdat er in het Nederlands weinig of niets te verkrijgen is over deze materie. Het boek van Mimi Cuyvers: ‘Ze komen me halen!’ en het boek van Dianne Bosch, ‘Alles moet open’ zijn daarop de positieve uitzonderingen. Beide zijn verkrijgbaar via onze boekenwinkel.

Het boek ‘The Land of Dark Forgetting’

Het boek van Sarah Cantor is redelijk uniek als het gaat om getuigenissen over satanisch ritueel misbruik. Haar verhaal is samenhangend en wisselt ‘alledaagse werkelijkheid’ af met de traumatische ervaringen. Daardoor blijft het boek te behappen. Een grote verdienste is ook haar verhaal over welke stappen zij in haar helende reis heeft ondernomen.

Een boek met een triggerwaarschuwing

De inhoud van satanisch misbruik is misselijkmakend. De manier waarop kinderen misbruik, mishandeld en geïndoctrineerd worden, is moeilijk verteerbaar. Desondanks is het verhaal heel geloofwaardig: Als je met open ogen naar de wereld kijkt, een wereld waarin kindermisbruik aan de orde van de dag is, waar netwerken opereren zoals dat van Jeffrey Eppstein en Marc Dutroux, waar mensen betalen om baby’s misbruikt te zien worden op het Darkweb en waar religieuze groeperingen onthoofdingen en verkrachtingen als wapenfeiten zien, dan wordt ook het verhaal van Sarah Cantor heel geloofwaardig.

De overlevingskracht van een kind

Een kind kan heel veel overleven. Die veerkracht betekent echter niet dat er later geen problemen uit voortkomen. Zoals Sarah Cantor zegt: ‘Soms ben je dan een heel leven bezig met helen’. En toch kan het, toch doet zij het. Ze vindt zelfs de innerlijke kracht om te komen tot vergeving.

Voor wie is dit boek geschikt?

Hulpverleners die dit thema tegenkomen bij hun cliënten zullen in dit boek zeker herkenning en achtergrondinformatie vinden. Daarnaast wijst het boek naar mogelijkheden om te helen. Voor slachtoffers/lotgenoten is het boek ook goed leesbaar, mits je in een stadium van helen bent dat dit toestaat. Voorzichtigheid en goed voor jezelf zorgen, is zeker geen overbodige luxe als je dit boek leest.

The land of dark forgettingPluspunten van het boek

  • het draait niet om de feiten heen
  • geloofwaardig door de innerlijke coherentie
  • geeft manieren om te helen aan

Minpunten van het boek

  • niet in het Nederlands beschikbaar
  • hele nare kaft, voelt een beetje plakkerig aan

Het boek is te koop via: Amazon

Toespraak van Mimi Cuyvers bij de lancering van haar boek

Ten tijde van de boeklancering heeft Mimi Cuyvers een toespraak gehouden, die ik jullie niet wil onthouden. Deze indrukwekkende speech staat hieronder:

Ik ben satanisch misbruikt! 

Heel lang heb ik gedacht dat ik het verzon en heel lang heb ik het niet kunnen accepteren. Maar nu ben ik me er terdege bewust van en wil ik het ook benoemen. Ik wil het taboe doorbreken. Maar het is hard! Te hard!

Ik ben ervan overtuigd dat ik ook tegenwind krijg: je hebt dit verzonnen. Waarom zou ik het nodig hebben om dit te verzinnen. Anderen zullen zeggen zoals mijn moeder: dat is je aangepraat door de therapeuten. Tijdens mijn opleiding van Gestalttherapeut is er echter nooit gesproken over het misbruik.

Hoe dikwijls heb ik doodsbang geroepen: ZE KOMEN ME HALEN!
Hoe dikwijls ben ik angstig onder of achter de zetel gekropen. Ik moest verdwijnen, me onzichtbaar maken. 

Dankzij enkele dappere mensen in  de hulpverlening, die me ernstig namen, sta ik nu hier. Ik ben erin geslaagd een boek te schrijven, mijn leven na satanisch misbruik. Ik beschrijf niet zo zeer de gruwelijkheden van het misbruik als wel het gewone dagelijkse leven. 

Ook over het schrijven van het boek bestaan controverses. De ene kant zegt: het is goed om het van je af te schrijven. De andere kant zegt: moet je daar nu terug ingaan? Alles opnieuw herbeleven?

Ik had geen keuze, het verlangen om dit boek te schrijven was ontzettend groot. Ik wilde beslist het taboe doorbreken, aan de wereld kenbaar maken: kijk mensen die gruwelijkheden, het satanisme bestaat. Het is met mij gebeurd.

Van mijn jeugd heb ik bijna geen herinneringen. Het weinige dat ik mij herinner zijn de jeugdkampen, als monitrice en de volleybal waarin ik schitterde.
Van mijn gezin van herkomst herinner ik me zeer weinig. Ik weet wel dat ik dikwijls het gevoel had dat ik leefde met een geheim. Ik weende vaak in het geniep. Dat hebben mijn ouders nooit geweten. Toen ik het mijn moeder onlangs vertelde reageerde ze:  “kind dan kon jij goed comedy spelen”. Weer werd ik niet gehoord.

Ik druk dit uit in mijn gedicht.

Verjaardag

Kreeg voor mijn 18de verjaardag

Een kaart met de volgende tekst:

   “Je kan het net niet zien

   Maar ik weet dat je lacht

   Dat doe je namelijk altijd.”

Toen heb ik erg geweend om wat niet werd gezien.

Het duurt lang eer ik door heb wat er werkelijk met me aan de hand is. Zo volg ik een therapeutische opleiding zonder ook maar te beseffen wat er met me gaande is. Ik ben ‘te’…te bang, te emotioneel, te verdrietig… niemand vraagt zich af vanwaar die ‘te’ komt.

Tot ik bij Frie terecht kom. Daar komen kreten, bewegingen en Frie zoekt met mij naar de betekenis. Ik heb kilometers brieven naar Frie geschreven. Lieve Frie, je bent gestorven tijdens mijn therapie bij jou. Ik mis je heel erg maar in mijn boek leef je verder.

En dan de confrontatie met PAAZ en psychiatrie. Mijn god. Zo onkundig en afstandelijk. Ik word er echt niet beter van. Gelukkig ontdekt mijn hand de hand van Egied. Hij houdt me overeind, samen met een psychologe en de ergotherapeut van de PAAZ waar ik een hele tijd verblijf.

Langzaam komen bij de angsten, kreten, dissociaties en beelden. Woorden heb ik niet. Ik word een klein ineengedoken kindje dat niet kan spreken. Pascaline komt in haar plaats. Zij ziet en voelt wat er gebeurt. 

Ik kan me thuis niet handhaven. Het is te afschuwelijk. Op dat moment duidt iemand mij dat het over satanisch misbruik gaat. In het boek van Els Lecompte herken ik beelden en belevenissen.

Ik ben in verschillende psychiatrische centra geweest. Ik blijf er maximum drie weken. Ik ben me erg bewust van de onmacht, onverschilligheid en afstandelijkheid van de hulpverlening. 

Gelukkig heb ik heel goede vrienden. En ik begin te schrijven. Grote letters, kleine letters, kris-kras, gekribbel… en geleidelijk aan worden het gedichten. Hierin kan ik mijn emoties kwijt. Ik ga een schrijfcursus volgen en ik begin ernaar te verlangen mijn belevingen van satanisch misbruik in een boek te gieten.

Dankzij de professionele en emotionele hulp van Ivonne Meeuwsen, sta ik nu hier met mijn boek. Het is me gelukt, net op tijd. Mijn tijd is op. Ik verlang naar de eeuwige rust. Ik wil er zijn op mijn manier en dat is nu, ik wil sterven op mijn manier. Ik kan bij mezelf niet aanvaarden hoeveel gruwel die kleine van drie is aangedaan. Ik verlang naar de eeuwige rust.

Mijn boek wil ik doorgeven en ik hoop dat zowel slachtoffers van satanisme als hulpverleners er iets aan hebben.

Als er één ding te vertellen valt is het wel dit: satanisch misbruik bestaat en ik, samen met mijn lotgenoten hebben het meegemaakt.

Ik draag dit boek postuum op aan Frie, mijn lieve therapeut, mijn moederke. 

Ik schenk symbolisch een boek aan haar goede vriendin, Magdaleen De Bruykcere. Haar dochter komt het boek in ontvangst nemen, daar Magdaleen met verlof is.

Dit boek aanschaffen? Klik hier

Boek ‘Kostbaar As’ van Theresia Stiller

Het boek van Theresia Stiller is een bijzonder boek. Niet alleen vanwege de dramatische geschiedenis van de auteur: Zelf misbruikt als kind, binnen haar huwelijk misbruikt én tot haar ontzetting zijn haar kinderen ook misbruikt. Dit alles tegen een achtergrond van een religieuze opvoeding, waarin schuld en boete doorklinken.

‘Als je er maar over praat’

In haar voorwoord geeft Theresia de lezer mee: Het maakt mij niet uit wat je van deze teksten vind, áls je er maar over praat. Want zwijgen over seksueel misbruik houdt het in stand, zo heeft zij ondervonden. Als er iets preventief kán werken is het praten. Als er iets helend kan werken is het erkenning.

Kippenvel

Al lezend heb ik geregeld kippenvel. Van herkenning, omdat zij gedachten uit die ik ook gekend heb. Maar ook van bewondering. Zo naakt en kwetsbaar als zij in dit boek haar eigen gedachten, gedrag en gevoelens tot op het bot fileert, dat kunnen volgens mij alleen de hele groten.

Directe poëtische schrijfstijl

Haar schrijfstijl is direct, indringend en getuigt van waarnemingsvermogen en taalgevoel. In vier zinnen ziet zij de pijn van haar zoon:

“Het is niet te snappen voor een achtjarige

Het verwringt zijn geest

Smartelijke pijn vervormd zijn ziel

Het doet zijn schouders krommen”

Weet je nog, mam?

Hartverscheurend zijn de momenten dat zij zich geconfronteerd ziet met het leed van haar kinderen, die net als zij misbruikt zijn. Het lijden dat ze maar al te goed kent, valt nu ook haar kinderen ten deel. We volgen Theresia in haar worsteling met grote thema’s schuld, schaamte, haat, liefde, vergeving, God.

Verrijzen uit de as

“En ik huil

Om mijn eenzaamheid

Ben even zo verdrietig

Maar zonder bitterheid

Zodat mijn ziel zich heelt.”

Het boek daagt je uit om naar jezelf te kijken

Het is een boek om te koesteren. Verontrustend eerlijk. Het daagt jou als lezer uit om de diepten in je ziel te verkennen. Waar verberg jij jouw pijn? En wat kost dat jou en de mensen om je heen? Het daagt je uit. En toch … Elke bladzijde ademt diep mededogen en mildheid.

Bestellen

Je betaalt € 19,50 voor het boek en € 5,00 verzendkosten (naar België €10,00)

Bestel Kostbaar As

Wat is Cranio Sacraal therapie?

Wat is Cranio Sacraal therapie?

Cranio Sacraal therapie werkt met de vloeistof die rondom je zenuwbanen en hersenen zit, het ‘Cranio Sacraal vocht’. Deze vloeistof beweegt op een heel traag ritme, vergelijkbaar met het ritme van golven aan het strand. Omdat de zenuwbanen door je hele lichaam heen zitten, kun je het Cranio Sacraal ritme in feite in je hele lichaam voelen. Dat vergt wel enige oefening en sensitiviteit: dat is het vak van de Cranio Sacraal therapeut.

Cranio Sacraal therapie en een verstoord ritme

Het natuurlijke ritme van de Cranio Sacraal vloeistof kan verstoord raken. Dit is voelbaar als een versnelling of vertraging in het ritme. Bij seksueel misbruik kan het bijvoorbeeld zijn dat het ritme in het bekkenbodemgebied verstoord is. De therapeut legt zijn of haar hand op een plek waar het ritme goed voelbaar is (dat kan het bekken zijn, maar ook bijvoorbeeld de enkels of het hoofd) en sluit aan bij jouw natuurlijke ritme. Door mee te gaan met het aanwezige ritme maakt de therapeut contact met het verstoorde deel. In dat contact kan er van alles geheeld worden.

Zachte therapie?

Op een bepaalde manier is Cranio Sacraal therapie een zachte methode. De aanraking is niet invasief of pijnlijk, het ritme is traag, maar vergis je niet: wat er aan verstoringen is opgeslagen in je lichaam is bij seksueel misbruik vaak niet misselijk. Door dat letterlijk aan te raken, wordt de verstoring voelbaar. Dat kan zich op diverse manieren uiten. Sommige mensen krijgen beelden van vroeger. Andere mensen ervaren de lichamelijke pijn of de verkramping die ze in het verleden hebben ervaren opnieuw. Door de aanraking komt er ruimte voor het lichaam om te helen.

Mijn ervaringen met Cranio Sacraal therapie

Ik heb Cranio Sacraal therapie gehad voor menstruatieklachten. Daardoor heb ik de methode aan den lijve kunnen ondervinden. De klachten zijn door de Cranio Sacraal behandelingen minder geworden. Ik kon voelen hoe ik letterlijk uit de kramp kwam.

Praten hoeft niet, mag wel

Soms heb je de behoefte om over je beelden of ervaringen te praten. Dat mag natuurlijk, maar het hoeft niet. Wel is het belangrijk om met de therapeut te delen of er dingen blijven hangen. Het is niet de bedoeling dat je met onverwerkte stukken naar huis gaat.

Dissociatie als contra-indicatie?

De therapie kan dus best heftig zijn en voor mensen die dissociëren kan ‘voelen wat er aangeraakt wordt’ een dissociatie oproepen. Als je snel dissocieert is het belangrijk dat je therapeut:

  • Op de hoogte is dat je dissocieert
  • Weet hoe dat er bij jou uit ziet
  • Weet wat je nodig hebt (van de therapeut) om bij jezelf terug te komen.

Heb je die dingen nog niet helder? Dan is het niet slim om met Cranio Sacraal therapie te beginnen. Dan kun je beter eerst nog wat tijd besteden aan grip krijgen op je dissociatie.

Naar het trauma toe

Cranio Sacraal therapie spreekt het trauma aan, daar waar het opgeslagen zit in je lijf. Een behandeling kan heel diep doorwerken en het is niet ongebruikelijk dat je echt moet bijkomen na een behandeling. Dat je misschien niet meteen naar huis kunt rijden. Zorg er dus voor dat je na de afspraak met de Cranio Sacraal therapeut tijd voor jezelf vrij houdt. Het kan zijn dat het effect in de dagen erna nog voelbaar is, alsof je steeds verder loslaat.

Gezien worden, gehoord worden (Symposium workshop deel 2)

Gezien worden, gehoord worden (workshop symposium deel II)…

Onderstaande tekst is van Monique Amber. Ik heb deze, voor de leesbaarheid (en duiding), van kopjes voorzien. Samen met haar psychologe Margreet Krottje gaf zij tweemaal een workshop aan hulpverleners waarin zij deze tekst voordroeg. Deel één vind je hier. Monique houdt zelf een blog bij over haar ervaringen. Die vind je hier.

Het verhaal van Monique Amber: Gezien worden, gehoord worden

Ik wil graag hier de tekst plaatsen dat ik heb voorgelezen tijdens het symposium. Het is helaas een klein beetje aangepast, door bepaalde details weg te laten en ik heb zelf daarvoor in de plaats een regel toegevoegd over mijn gevoel. Er is mij gevraagd dit te doen, omdat wat eenmaal op internet staat, blijft daar ook voor altijd.

Privacy van anderen respecteren

Niet iedereen gaat respectvol met andere mensen om. Ik kan dit heel goed begrijpen en daarom kom ik mijn ouders grotendeels tegemoet. Ons contact is nu namelijk goed en ook ouders zijn helaas niet perfect. Mijn ouders hebben fouten gemaakt en hebben mij hiervoor erkenning gegeven.

In oude pijn geraakt

Deze aanpassingen hebben mij wel iets gekost. Het niet volledig open mogen schrijven over mijn ervaringen thuis, raakt mij in een diepe wond. Namelijk in het moeten zwijgen. En dat terwijl ik net een beetje begin open te gaan en mijn stem begin te krijgen. Ik heb gisteren in therapie een lange huilbui gehad, waarbij mijn lichaam trilde, schokte, knarsentande en klappertande. Mijn rug en nek doen daardoor nu nog zeer. En het huilen is nog steeds niet over. Een grote schoonmaak dus…

Mijn tekst van tijdens het Symposium: Wat wel werkt!

Ik ben seksueel misbruikt door mijn opa vanaf ongeveer mijn vierde t/m mijn veertiende jaar. Ik was vaak als eerste wakker en dan was ik in bed aan het spelen met Tuffy, mijn knuffelbeertje. Als ik mijn opa hoorde lopen in de gang, werd ik heel bang. Ik hield dan mijn laken en deken heel stevig vast, aan de bovenkant met mijn handen en aan de zijkant met mijn voeten. Als hij mijn kamer op kwam begon hij altijd te praten over al wakker zijn enzo. Hoe stevig ik het ook vasthield, hij trok mijn laken en deken zo los en sloeg ze open. Hij deed mijn nachthemd omhoog en mijn onderbroek omlaag. Hij kwam daar met zijn hand en zijn mond.

Dissociatie

Ik was dan al weg. Ik was dan bij het geluid van mijn oma, die de tafel dekte. Als hij klaar was zei hij altijd dat ik opa’s lieve meisje was en dat ik het niet aan oma mocht vertellen. Het gebeurde overal waar hij maar alleen kon zijn met mij en ik kreeg er altijd stiekem geld voor. Toen ik ouder werd en me van boven begon te ontwikkelen, pakte hij me vaak plotseling achterlangs van boven vast. Of hij versperde me de weg en zoende me op mijn mond. Toen het misbruik stopte gaf hij me drie nieuwe vijf gulden muntstukken en zei dat hij niet wist dat ik het erg vond.

Therapie bij Margreet Krottje

Ik heb nu net iets langer dan een jaar therapie bij Margreet Krottje en dit werkt absoluut. Anders zou ik niet op het symposium zijn en voorlezen voor een groep mensen.
Het eerste dat ik leerde, is dat je na misbruik de deur naar je gevoel sluit. Dat is om te kunnen overleven. Deze deur moet weer open om te kunnen leren leven. ‘Ga maar ademen en dan voelen wat je voelt’ zei Margreet. Want ook ademen is lastig. Mijn adem zit altijd heel hoog. En door diep te ademen, kom je in contact met je buik en dus met je gevoel.

Verdriet, pijn, schaamte, angst en (af en toe) boosheid

Eerst kwam er heel veel verdriet en pijn. Al gauw werd ook de schaamte en de angst zichtbaar. Boos is er af en toe en dan is er nog de verwarring. Want, mijn hoofd heeft van alles verzonnen om te kunnen overleven. Zoals zwart-wit denken. Als iets of goed, of fout is, is er houvast. Als iets grijs is, dan wordt het al gauw eng.

De angst breidt zich uit

Angst is bij mij iets dat zich enorm heeft kunnen uitbreiden. Ik was als kind al heel jong bang, door wat mijn opa deed. Eenmaal weer thuis wist ik door het dissociëren niks meer van het misbruik. Maar, er was wel angst. Voor school en voor sporten bijvoorbeeld. En voor het naturisme van mijn ouders vanaf mijn zevende. We gingen opeens naar een naturistenstrand en naturistenvereniging. En daar moest ik me dan uitkleden en helemaal naakt zijn tussen allemaal naakte mensen. Ik wist niet waar ik kijken moest, zo eng vond ik het. En ik wilde zelf ook niet gezien worden. Mijn thuissituatie was vanaf mijn tiende ook niet stabiel meer, omdat mijn ouders openlijk aan partnerruil gingen doen en vanaf mijn dertiende gingen ze met deze mensen in een vrijstaand huis in de polder wonen, met een grote tuin.

Onveiligheid in de thuissituatie

Door het naturisme schaamde ik me kapot als ik vrienden mee naar huis nam. De partnerruil maakte dat ik dingen zag die voor mij heel naar, angstig en verwarrend waren. Mijn slaapkamer lag tussen hun slaapkamers in. Ik heb dingen gehoord die ik niet wilde horen en die mij erg angstig maakten. Dan hield ik mijn oren dicht en probeerde ik zo in slaap te vallen. Ik verlangde zo naar een normale thuissituatie. Ik voelde me heel erg eenzaam en in de steek gelaten en later ook heel erg boos.

(Op verzoek van en uit loyaliteit voor mijn ouders heb ik de details (die ik op het symposium wel heb voorgelezen) over dit alles verder weggelaten.)

Er komen steeds meer angsten bij

Alle scholen en sociale contacten waren moeilijk en dat bracht ook angst met zich mee. Mijn moeder ontdekte dat mijn opa mij misbruikt had toen ik veertien was en bagatelliseerde het. Daar schrok ik zo van, dat ik dichtklapte en me terugtrok in mezelf. Ik voelde me in de steek gelaten. Van mijn opa moest ik zwijgen. En om te kunnen overleven ging ik helemaal zwijgen. Dus ook in het dagelijks leven. Ik zei en vroeg niks vanuit mezelf. Dat kon ik ook niet, want angst haalde de woorden weg. Door de gehele dag te dissociëren hield ik het vol.

Schaamte, ik voel me vies en slecht

Als puber kreeg ik moeite met mijn lichaam. Dat is schaamte. Ik voelde me vies en slecht. Ik voelde me dom en lelijk en een buitenaards wezen. Dat maakte me erg onzeker en ik kreeg een enorm minderwaardigheidsgevoel. Al die gevoelens van angst, schaamte en een diepe pijn, maakten dat ik me de hele dag verdrietig voelde. Nergens kreeg ik liefdevolle, veilige aandacht. Nergens kreeg ik begrip. Door meerdere mensen werd ik in de steek gelaten. Ik voelde me heel erg eenzaam en altijd alleen onder anderen.

Alles heel diep wegstoppen

Dit alles stopte ik weg. Dat weet ik nu pas, nu ik dat geleerd heb in therapie bij Margreet. Toen begreep ik niet wat er aan de hand was, wat er allemaal in mij gebeurde. Ik wist alleen maar dat ik het niet voelen wilde, dat het niet te dragen was. Ik verdoofde het door te eten. Ladingen chips en drop. En vanaf mijn vijftiende ontdekte ik de alcohol en daarna het blowen. Vanaf mijn achtiende dronk ik iedere avond om te verdoven. In de loop der jaren had ik hiervoor steeds meer drank nodig. Dit heb ik zo ongeveer 13 jaren gedaan. En het emotie-eten ging ook door. En zo ontwikkelde ik mijn obesitas.

Nieuwe angsten en mijn wereld wordt kleiner

Tijdens de zwangerschap, bij de bevalling en na de geboorte van mijn zoon kreeg ik weer met nieuwe angsten te maken. Ik weet niet of ik toen een soort depressie had. Ik weet wel dat het niet goed ging. Volgens mij ben ik toen begonnen met vermijden. Ik deed niks meer en ging nergens in mijn eentje heen. Ik leefde binnenshuis en keek veel tv. Ik kwam alleen buiten als het moest. Bijvoorbeeld om mijn zoon te brengen en halen van school. Op het schoolplein ervaarde ik dezelfde angst als toen ik zelf op school zat. Ik kon niet mee doen met de conversaties. Mijn hoofd was leeg en ik keerde naar binnen. Nog meer redenen om te vermijden, zodra dit mogelijk was. En zo heb ik jaren gevochten om te overleven.

Had ik toen geen therapie? Natuurlijk wel.

Dit is nu mijn zevende therapie. De eerste twee keren was toen ik 15 of 16 was. Mijn lerares Nederlands had dit voor mij geregeld bij de Riagg (dit heet nu Parnassia Bavogroep, zoiets). De eerste twee keren bracht ze mij en ging ze mee naar binnen. De therapeuten en zij spraken en ik zweeg. De derde afspraak moest ik alleen. Dat was voor mij zó eng, dat ik niet ben gegaan. En zo eindigde beide therapieën zeer snel en was ik weer alleen. De derde therapie was bij een maatschappelijk werker van Stichting Pro Juventute. Hij hielp een vriendin van mij heel goed en zo ben ik bij hem terecht gekomen.

Zwijgen

Op algemene vragen gaf ik kort antwoord, verder heb ik het gehele therapiejaar gezwegen. Ook zijn dappere poging om het contact tussen mijn ouders en mij te herstellen mislukte. We stopten de therapie en wederom was ik weer alleen. Februari 1992 kreeg mijn opa longkanker. Ik was toen 17 jaar. Ik durfde niet bij hem op ziekenbezoek. Niemand begreep dat. Een week voor zijn sterven ben ik bij hem geweest. Hij lag thuis op bed. Ik moest alleen de slaapkamer in om afscheid te nemen. Ik was zo verschrikkelijk bang. Ik moest hem beloven dat ik dat schooljaar niet zou blijven zitten.
Zo bizar, want alle keren dat ik al was blijven zitten, was eigenlijk zijn schuld. Een week later, 18 mei 1992, was hij dood.
Ondertussen ging het thuis slecht. Ik ging wel over dat jaar. Ik ging bij een vriendin in Rotterdam wonen. Op school stortte ik regelmatig in. Dan begon ik zomaar te huilen in de klas. Op een dag was ik zo ontroostbaar. Twee leraressen probeerden mij te helpen. Maar, ik huilde alleen maar. De leerlingenbegeleider regelde toen therapie voor mij bij de Riagg. Februari 1993 kon ik daar terecht. Ik moest er alleen heen en dat was zó eng. Gelukkig had ik om een vrouw gevraagd. Wel, zij sprak en ik zweeg en dissocieerde.

Schrijven

Toen gaf ze mij een schrift. Thuis mocht ik daar in schrijven en de volgende week moest ik dit dan meenemen. Zij las dan wat ik geschreven had en dan ging ze het daar over hebben. Het duurde heel lang eer ik een beetje begon te praten. Ik sprak kleine beetjes over school, vrienden en mijn ouders, maar nooit over mijn opa. Ik heb ongeveer 7 schriften volgeschreven. Ik had zeven jaren individuele therapie. Het hielp me door mijn schooltijd en studie heen en door de situatie bij mijn ouders thuis. Ik leerde om oogcontact te maken. Ik leerde dat verdoven met alcohol zelfdestructief was, maar dat kon me niks schelen. Op een gegeven moment kregen mijn ouders een eigen therapeute die hun zou helpen om contact te krijgen met mij. Ik woonde toen weer thuis. Ze gingen daar een aantal keren heen.
En toen ze klaar waren, zei hun therapeute dat ze nu op mij moesten wachten totdat ik naar hun toe zou komen. Dat was niet goed, want ik was daar veel te angstig en boos voor. Ik wachtte juist op mijn ouders, dat ze me eindelijk begrip, aandacht, veiligheid en liefde zouden geven. Er veranderde niets en dit vergrootte mijn woede en de afstand.

Verbroken belofte

Op een gegeven moment begon mijn therapeute over EMDR. Ik vond het goed. Op datzelfde moment begonnen ze een nieuwe groepstherapie voor meisjes die dissocieerden. Mijn therapeute ging dat samen met een mannelijke therapeut leiden. Het was de bedoeling dat ik in die groep kwam en daarnaast zou ik dan nog individueel EMDR krijgen. Ik ging daarmee akkoord. De groepstherapie begon en ik kreeg geen EMDR. Ik durfde er niks over te zeggen. Na twee jaren, toen ik voor de zoveelste keer aangaf dat ik iedere ochtend opstond met een zwaar gevoel, noemde een groepsgenote mij een zeikerd. Mijn therapeuten zeiden dat ik een kussentje van mijn verleden op schoot vasthield en dat ik dat nu maar eens moest wegleggen. Toen gaf ik aan dat ik nooit de beloofde EMDR had gehad. Zij ontkenden dat beloofd te hebben. Ik zou wel gedissocieerd hebben. Maar, ze hadden dit echt wel gezegd en dit was heel gemeen van ze. Ik kon ze niet vertrouwen. Ik kreeg een oefening mee naar huis. Ik moest iedere dag 5 goede en slechte gevoelens met gedachten opschrijven. En zo moest ik mijn misbruikverleden verwerken. En toen eindigde de groepstherapie. Ik deed net alsof het goed ging met me, opdat zij met een goed gevoel mijn dossier konden sluiten. En ik was weer alleen.

Alternatieve therapie: eindelijk een beetje begrip

Na een half jaar ongeveer begon mijn vijfde therapie. Dit was alternatief. Ik kwam bij een vrouw met een praktijk aan huis voor regressie-, reïncarnatie- en gestalttherapie. Bij haar vond ik voor het eerst in mijn leven begrip. Net zoals bij iedere therapie, vroeg ook zij steeds hoe ik me voelde. En net zoals altijd, gaf ik als antwoord dat ik het niet wist. Dan moest ik van haar gaan voelen waar in mijn lichaam ik iets voelde. Dat was dan altijd in mijn borst. Op het moment dat ik dit dan aangaf, kwam er een woord in mijn hoofd. Vaak was dit pijn. Als ik dit dan zei, kwamen de tranen. Ik heb dus heel veel gehuild bij haar en dat was goed. Dat hielp. Ik kon niet praten over mijn opa, maar wel een beetje gaan voelen. Ze liet me ook heel veel tekenen. Aan het einde van mijn therapie kickte ik op eigen kracht af van de alcohol. Dat de therapie klaar was merkten we, omdat ik overal zelf antwoord op kon geven.

Beter, maar nog steeds in de overleving

Daarna leek het een poos goed te gaan. Maar, eigenlijk was ik nog steeds aan het overleven en al gauw merkte ik dat ik het niet redde in mijn eentje. Mijn grootste probleem was intimiteit. Dat ging steeds mis. Aan het begin van mijn huwelijk had ik seks alsof ik een robot was. Ik deed het omdat het moest en onderging het tot het klaar was. En ‘s avonds was het makkelijk, want dan was ik compleet verdoofd en ongeremd door de alcohol.

Sjamanistische therapie

Maar, ik dronk natuurlijk niet meer en toen kwam de angst en de schaamte. Ik voelde me vies en slecht. Ik durfde zelf niks te doen. Ik nam geen initiatief en wachtte dus altijd af.
Ik vond weer een alternatieve therapie bij een sjamanistisch geschoolde vrouw. Bij haar heb ik geleerd dat ademen belangrijk is. Ik heb leren herkennen wanneer ik dissocieerde en ontdekte dat ademen en oogcontact maken hielp om terug te komen.

Wat niet werkt!

Een uur zwijgen en alleen maar aangekeken worden werkt niet. Ik was zo bang. De therapeuten van de Riagg hadden mij gerust moeten stellen. Dat ze begrepen dat ik heel bang was. Dat ze me gingen helpen met praten. En dat we eerst maar eens over makkelijkere dingen gingen praten. Dan was ik niet weggebleven de derde keer. Zeggen dat je het verleden nu maar eens los moet laten werkt niet. Ik had nog nooit over het misbruik kunnen praten, hoe kon ik het dan verwerkt hebben? Fouten maken en daarover liegen werkt niet, want dat beschadigt het vertrouwen.

Schrijftherapie helpt

Schrijven, zoals toen in een schrift en zoals nu per mail, dat werkt wel. En zelf heb ik dit jaar ontdekt dat het helpt om dat wat ik schrijf in therapie voor te lezen. En in mijn therapie nu krijg ik de ruimte om aan te geven wat ik wil doen. Dus lees ik voor en bespreken we de gevoelens en dergelijke die daarbij vrij komen. Zo kan ik eindelijk over mijn misbruikverleden vertellen en leer ik mijn stem te gebruiken. Het is heel belangrijk om zelf te mogen bepalen wat ik wil doen in therapie. Ik weet alleen niet te verwoorden waarom. Ik krijg heel veel uitleg en dat helpt om alles te kunnen begrijpen, hoe het werkt en waarom. Het is fijn om daarbij echte voorbeelden te krijgen. Dat is een bepaalde vorm van begrip en vertrouwen denk ik.

Ademen helpt. Oogcontact helpt.

Ademen helpt om gevoel dat vast komt te zitten in mijn lichaam, weer te laten stromen. Het helpt samen met oogcontact om uit de dissociatie te komen. En vooral het oogcontact is daarbij heel belangrijk. Wederom weet ik niet uit te leggen waarom.

Weg met de professionele afstand

En dan is er nog de professionele afstand. Het is zo akelig eenzaam als je tijdens de therapie huilt en je hulpverlener blijft geheel zakelijk tegenover je zitten. Getroost worden werkt helend en daar is een manier voor die ik niet verwoord krijg, maar het werkt. Als je hulpverlener ook menselijk is, geeft dit heel veel vertrouwen. En dat is nodig om jezelf te laten zien en alles te kunnen delen. Het maakt het veilig.

M. A.

Monique Amber