Institutioneel verraad

Wat is institutioneel verraad

De term ‘institutioneel verraad’ is geïntroduceerd in 2009 door Jennifer Freyd. Het betekent in officieel taalgebruik: ‘verkeerde dingen die een instituut doet, richting individuen die van dat instituut afhankelijk zijn, inclusief het niet voorkomen, ingrijpen of geen ondersteuning bieden aan slachtoffers als er verkeerde dingen gebeuren die individuen, die verbonden zijn aan het instituut, doen binnen de context van het instituut’ 

De uitleg 😉

Een voorbeeld maakt veel duidelijk: Commissie Samson toonde institutioneel verraad aan in de Jeugdzorg: Binnen de Jeugdzorg, bleek uit haar onderzoek, werd een derde van de kinderen seksueel misbruikt en hun klachten werden niet gehoord of serieus genomen. Het werd stil gehouden. Een kind dat seksueel misbruikt wordt, dat niet gehoord wordt, geen ondersteuning krijgt en zelfs gemaand wordt tot zwijgen, heeft te maken institutioneel verraad.

Kan dat kwaad, institutioneel verraad?

In een belangrijk onderzoek uit 2013 hebben Carly P. Smith en Jennifer Freyd (the betrayal trauma theory) gedocumenteerd dat institutioneel verraad psychologische schade toebrengt. Wanneer instituten seksueel misbruik, verkrachting en seksuele intimidatie onder de mat vegen, brengt dit schade toe aan de slachtoffers en dit ondermijnt het herstel van het slachtoffer (nog los van het feit dat het voortduren van de situatie, dikwijls leidt tot meer slachtoffers of herhaling van slachtofferschap).

Instituten waar dit verraad speelt

De instituten waarvan dit verraad in de afgelopen jaren naar buiten is gekomen zijn legio: jeugdzorg, kinderbescherming, diverse religieuze stromingen, scholen, sportverenigingen, de scouting, het leger, de cultuursector, NGO’s de lijst gaat maar door. Het lijkt erop dat in elk instituut waarbinnen mensen afhankelijk zijn van bescherming door het instituut, deze bescherming jammerlijk heeft gefaald.

Hoe groter het trauma, hoe groter het verraad

Uit het (Amerikaanse) onderzoek blijkt dat mensen die te maken hebben gehad met grote traumatische ervaringen, zoals seksueel misbruik in de jeugd of partnergeweld, buitengewoon ontevreden zijn over hoe de politie hun zaak heeft aangepakt. Zij ontwikkelen wantrouwen naar de politie, voelen zich door politie en justitie verraden, omdat ze onvoldoende gehoord zijn en maar al te vaak niet beschermd zijn tegen verder en voortdurende traumatisering. Naast slachtoffer van seksueel misbruik, worden zij zo (soms meermaals) slachtoffer van institutioneel verraad.

Institutioneel verraad in de Nederlandse situatie

Er is mij geen onderzoek bekend naar institutioneel verraad in de Nederlandse situatie, maar naast de vele instituten waar misbruik en mishandeling aan de orde van de dag waren, zijn er twee instituties waar sprake is van institutioneel verraad die ik hier wil bespreken: De politie en de GGZ.

De politie

Wanneer je slachtoffers vraagt waarom ze niet naar de politie gaan, krijg je antwoorden die allemaal in de richting wijzen van institutioneel verraad:

  • bang om niet te worden geloofd
  • bang dat de politie hen niet kan beschermen
  • aangifte doen helpt niet omdat de bewijslast te groot is
  • de strafmaat is niet in verhouding me de impact van de misdaad op hun leven

De GGZ

Binnen de GGZ is van een derde van de patiëntenpopulatie bekend dat zij te maken hebben gehad met seksueel misbruik. In de korte periode dat ik zelf in de GGZ heb gewerkt (2001), was ik getuige van het volgende: Op de afdeling waar ik werkte was bekend welke patiënten seksuele handelingen verrichtten in ruil voor sigaretten en ook welke patiënten hier misbruik van maakten. Toch greep het personeel niet in.

In dit artikel van Trouw uit 1997 staat:

Als er al een klacht wordt ingediend, wordt die niet serieus genomen. “Het is dan zijn woord tegen het hare, zij heeft het maar verzonnen, het hoort bij haar ziektebeeld en ze wordt genegeerd. Dat hoeft je maar één keer te overkomen en je klaagt echt nooit weer.”

 

Institutioneel verraad

Het artikel gaat nog verder. Peeters, degene die deze kwestie aanhangig maakte:

Peeters is vanaf 1993 aan het werk om een model voor beleid omtrent seksuele intimidatie te ontwikkelen, maar tot nu toe is geen enkel subsidieverzoek gehonoreerd.

Ook hierin schuilt institutioneel verraad: het wegkijken van het probleem seksuele intimidatie van slachtoffers binnen de GGZ én het wegkijken van de subsidieverstrekkers, meestal de Nederlandse overheid.

Meer institutioneel verraad …

Een ander instituut dat nogal eens faalt in het beschermen van kinderen is het gezin. Maar liefst 48% van al het seksueel misbruik vindt plaats binnen het gezin, met nog eens 29% dat binnen de brede familie plaatsvindt. In veel gevallen wordt dat verraad nog eens bekrachtigd door ontkenning als het slachtoffer probeert om hierover te praten. Het gezin is, in geval van incest, niet de hoeksteen van de samenleving, maar de molensteen om de nek van het slachtoffer.

Hoe kunnen we institutioneel verraad aankaarten?

De enige weg die ons als burger open staat om dit type verraad aan te kaarten is de publiciteit te zoeken. Openheid is het beste medicijn. Ook hier komen we hindernissen tegen die op institutioneel verraad duiden. De traditionele media heeft weinig trek om dit soort grote verhalen te brengen, zeker als ze voor hun inkomsten afhankelijk zijn van adverteerders.

Signalen dat het tij keert

Toch zijn er signalen dat steeds meer van dit soort verraad aangekaart word, met de #metoo beweging en de internationale inzet om mensenhandel stop te zetten. Ook een beweging als #savethechildren helpt om het institutionele verraad van de media te doorbreken en seksueel misbruik te agenderen.

Inleiding van Marianne Quax bij boeklancering

Boeklancering Ivonne Meeuwsen: Inleiding door Marianne Quax

Jeugdzorg en seksueel misbruik

Gemengde leefgroepen, ja of nee?

Vrijdag 26 juni 2015

boeklancering 26-6-2015-2Goedemiddag dames en heren,

Of kan ik beter zeggen ‘goedemiddag nieuwsgierigen naar het nieuwe boek van Ivonne Meeuwsen’?
Geïnteresseerd zijn we zeker, anders waren we hier vandaag niet met z’n allen bijeen.

Geïnteresseerd zijn we denk ik in het onderwerp waar Ivonne deze keer over heeft geschreven ‘Jeugdzorg en seksueel misbruik. Gemengde leefgroepen, ja of nee?’

Het derde boek van Ivonne Meeuwsen!

En in ras tempo gevolgd op de eerste twee boeken. Vorig jaar beschreef Ivonne in ‘Hulpverlening na seksueel misbruik. Wegwijzer in Traumaland’ dat het vinden van de juiste hulp na seksueel misbruik een langdurig en gelaagd proces is.

Geschikt studieboek voor de minor ‘Geweld in de leefomgeving’

Met Ivonne’s eerste boek ‘Helen van seksueel misbruik. Het trauma voorbij’ ben ik als docent, betrokken bij de minor Geweld in de leefomgeving van de Hogeschool Rotterdam, enorm blij. Voor de module seksueel geweld van de minor is dit boek verplichte literatuur. De jaren daarvoor (2013) was er geen goed lesboek te vinden voor deze module. Vele zelfhulpboeken, ervaringsverhalen, maar niet een boek dat én beschrijft hoe seksueel misbruik kan ontstaan en wat het met iemand doet én ook beschrijft hoe je kunt helen. Een boek geschreven door een ervaringsdeskundige professional!

En dan nu ‘Jeugdzorg en seksueel misbruik. Gemengde leefgroepen, ja of nee?’

‘Jeugdzorg’ en ‘seksueel misbruik’ zijn helaas twee woorden, die nogal eens met elkaar verbonden zijn. Op 8 oktober 2012 presenteerde de commissie Samson de uitkomsten van haar onderzoek ‘Omringd door zorg, toch niet veilig’ naar het seksueel misbruik van door de overheid uit huis geplaatste kinderen van 1945 tot dan toe (2012).

  • Kinderen die in een residentiele jeugzorginstelling verbleven, bleken bijna twee keer zo vaak misbruikt te worden als thuiswonende kinderen.
  • En licht verstandelijk liepen driemaal zoveel risico op seksueel misbruik.
  • Meisjes zijn meer dan twee keer zo vaak slachtoffer als jongens.
  • De pleger bleek in iets meer dan de helft van de gevallen een leeftijdgenoot te zijn.

Begrijpelijk dat de commissie Samson t.a.v. de samenstelling van de leefgroep de aanbeveling deed een grondige risicoanalyse te doen. Leeftijd, kwetsbaarheid en problematiek zijn volgens de commissie Samson belangrijke variabelen om bij plaatsing in een leefgroep rekening mee te houden.

Er dient expliciet gekeken te worden of plaatsing in een gemengde leefgroep gewenst is, omdat deze risicoverhogend kan zijn, vooral voor meisjes.
Maar hoe doe je zo’n risicoanalyse hoor ik je denken. Carla Rus heeft ons immers uitgelegd hoe het zit met de onzichtbaarheidsmantel waarmee het seksueel misbruik wordt bedekt.

Bezitten wij, professionals, de vaardigheden om seksueel misbruik te herkennen?

En hoe zit het met onze vaardigheden om het uberhaupt over seksualiteit met de jongeren te hebben? Om maar niet te spreken van seksueel misbruik bespreken.

Plaatsvervangende schaamte bekroop mij toen ik in de speciale editie van het Tijdschrift Kindermishandeling de pyramide zag met cijfers:

Van de 46.826 kinderen die in de residentiële jeugdzorg en pleegzorg verblijven, gaven ong. 6.696 kinderen aan misbruikt te zijn. En van die 6.696 zijn er maar ong. 134 misbruiksituaties door ons professionals waargenomen!

Het is niet alleen beschamend dat wij, professionals, maar 134 van de 6696 misbruiksituaties waarnemen, maar we hebben ook 6.696 kinderen in de kou laten staan.

Vandaag de lancering van ‘Jeugdzorg en seksueel misbruik. Gemengde leefgroepen, ja of nee?’.

Ik verwacht er veel van Ivonne gezien je twee eerdere boeken waarin je als ervaringsdeskundige boven je eigen pijn uit kunt stijgen en de dingen kunt benoemen!

Je gaat het eerste exemplaar van dit boek zo meteen overhandigen aan Corinne Dettmeijer, nationaal rapporteur mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen. Een gepaste persoon om jouw eerste exemplaar aan te overhandigen. Als rechter heeft Corinne, belast met jeugdzaken en familiezaken veel met het onderwerp seksueel misbruik te maken gehad. Maar ook in nationale en internationale commissies en adviesorganen op het terrein van het jeugdbeschermings- en jeugdstrafrecht en zeker als nationaal rapporteur.

Wat doet een nationaal rapporteur?

De Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen rapporteert aan de regering over de aard en omvang van mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen in Nederland.

Zij monitort de effecten van het beleid dat op deze terreinen wordt gevoerd en doet aanbevelingen om de aanpak van mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen te verbeteren. Dat doet ze natuurlijk niet alleen; 13 medewerkers ondersteunen haar daarbij.

Dus, Ivonne, een meer geschiktere professional dan Corinne Dettmeijer had je niet kunnen vragen om het eerste exemplaar van jouw boek te overhandigen.
De vloer is voor jou, Ivonne, en Corinne en vooral voor ‘Jeugdzorg en seksueel misbruik. Gemengde leefgroepen, ja of nee?’

Wie is Marianne Quax

Haar staat van dienst: Trainer meldcode, coördinator Stichting Zijweg, tot voor kort bestuurslid Academie voor Vrouwen tegen Geweld én docent aan de Hogeschool Rotterdam betrokken bij de minor Geweld in huiselijke kring.

Persoonlijk: bevlogen, betrokken, een mensenmens. Hartelijk, hart op de tong en hartverwarmend. 🙂

Marianne Quax

Jeugdzorg en seksueel misbruik. Gemengde leefgroepen, ja of nee?

Jeugdzorg en seksueel misbruik. Gemengde leefgroepen, ja of nee?

Precies 2 javoorkant jeugdzorg boekar en 4 maanden na het verschijnen van mijn eerste boek bij Droomvallei Uitgeverij, verscheen gisteren mijn derde boek. Voor het eerst geheel in eigen beheer, bij uitgeverij Ivonne Meeuwsen. Een trots moment, want mijn bedrijf heet ‘… op eigen kracht’ waarbij op de puntjes iedereen voor zichzelf iets mag invullen. Voor mij is het nu even: ‘uitgeven’ op eigen kracht.

Een nieuwe stap

Het zelf uitgeven van een boek over de jeugdzorg is een grote stap voor me. Bij de droomvallei was ik al wel financieel risicodragend, maar nu ben ik ook inhoudelijk geheel eindverantwoordelijk. Hier ben ik naar toe gegroeid en dat voelt goed. Het voelt alsof ik steeds meer in mijn kracht kom te staan.

Op eigen kracht, maar niet alleen

Op eigen kracht betekent zeker niet dat ik alles alleen doe. Agnes van der Graaf is minstens medeplichtig aan het ontstaan van dit boek. Toen ik mijn tekst, zoals bijna alle teksten die ik produceer, aan haar voorlegde met een: ‘Ik heb een serie blogs geschreven vannacht’ en vervolgens doodmoe in slaap viel na een doorgewerkte nacht van ‘gezegend schrijven’, belde ze me ’s middags wakker met de woorden: ‘Dit zijn geen blogs, dit is een boek.’

Redactie, redactie, redactie

In dat stadium is de eerste fase van een boek voltooid. Dan duurt het nog maanden voordat er een product ligt dat klaar is voor publicatie. De ruwe tekst die er lag heeft nog vele redactierondes gehad. Klopt de volgorde van de thema’s? Kan dit stukje net wat scherper geformuleerd worden? Is dat niet te ongenuanceerd? Is die metafoor wel toereikend? Kan een leek dit snappen? Elk taalfoutje en elk tikfoutje eruit gesaneerd (hopen we). Pas dan heb je het begin van een boek.

Voorwoord

Wie vraag je om een voorwoord te schrijven voor een boek over jeugdzorg en seksueel misbruik? Ook hierin zijn vele keuzes denkbaar en daarin moet en mag je ook best strategisch denken. Het is wel de bedoeling dat het boek door veel mensen gelezen wordt. Uiteindelijk valt de keuze op Carla Rus, psychiater en traumaspecialist die veel kennis heeft juist over seksueel misbruik en jeugdzorg. Zal het boek bij haar in de smaak vallen? Gelukkig zegt ze meteen en enthousiast ja!

Flaptekst

Een mooie quote voor op de achterflap van iemand uit het veld is ook nooit weg en strekt tot aanbeveling. Via Carla Rus komen we in contact met Fier! Een prachtig initiatief dat zich onder andere hard maakt voor seksespecifieke, gespecialiseerde opvang van kinderen die seksueel misbruik hebben meegemaakt. In een parallel proces blijkt Anke van Dijk een artikel te schrijven over precies dit thema, waarin ze naar aanleiding van ons contact mijn boek ook al noemt. Een quote voor de flaptekst is snel gevonden in haar lovende woorden.

Cover eromheen en klaar?

Ook in het ontwerp van een cover gaat veel tijd en energie zitten. Ik ben in de gelukkige omstandigheid dat Agnes van der Graaf mijn boeken wil vormgeven. Daarmee neemt ze mij ongelofelijk veel werk uit handen. Toch moet er ook in dit stadium nog van alles afgestemd worden. De coverfoto zoeken uit honderden foto’s, welke foto geeft het juiste beeld. Nieuwe portretfoto’s maken want ook die moeten passen. Een reeks concept-covers passeert de revue voordat we de definitieve keuze maken.

Vormgeving

Een deel van het beslissingsproces rondom een boek is ook vormgeving. Hoe groot wordt het boek? Hoe dik wordt het? Willen we witte bladzijdes of off-white, glimmend of mat, dik of dun. Contact met drukkers: welke drukker kan wat we willen? Met welke drukker kunnen we direct contact hebben en krijgen we het gevoel dat ze snappen wat wij bedoelen, ook als we het nog niet heel goed kunnen uitleggen.

Uitvoering

Naast de beslissingen over lettertypen, vormgeving, voorwoord en flaptekst is er ook nog de uitvoering. Het is bepaald een vak om een document goed aan te leveren aan de drukker en elke drukker heeft zijn of haar eigen setje aanleverspecificaties. Je kunt dus pas echt aan de slag met de uitvoering als de drukker gekozen is. Ook hierin is Agnes van der Graaf onmisbaar.

Proefdruk

Als alles klopt, als de teksten compleet zijn en op de juiste manier in bestand gezet. Als de cover ontworpen is en de foto’s op de juiste manier zijn opgeslagen. Als alles conform de specificaties van de drukker klaar staat, is het tijd voor de proefdruk. En dan is het wachten op de post. Dan kan een week lang duren en eigenlijk is het maar goed dat we druk zijn met alles rondom de lancering.

De laatste wijzigingen

De laatste wijzigingen en twijfels: Moet er niet toch een andere foto op? Moet er daar nu wel of niet een voetnoot? Klopt de tekst op de achterflap met de inhoud van het boek? Alles nog een keer doorlezen en elk detail nog eens onder de loep nemen. Gelukkig geen taal of type-fouten meer gevonden. Laten we hopen omdat ze er niet in staan, niet omdat we ze over het hoofd zien. En dan is het tijd om de opdracht te geven: Druk de eerste oplage maar!

Nu komt het belangrijkste

Het belangrijkste komt nu en daar hebben we maar beperkt invloed op. Hoe zal het boek ontvangen worden? Wat zal de lezer er van vinden? Zal het boek de lezer bereiken?

De lezer, dat ben jij!

Wil je graag het boek ontvangen? Dat kan natuurlijk. Voor 10 euro, plus 3,18 euro verzendkosten sturen we het naar je toe.

Bestel het boek hier

Jeugdzorg en seksueel misbruik – waarom veilig thuis niet veilig is

Jeugdzorg en seksueel misbruik

In een vlaag van inspiratie heb ik in 2015 een boek geschreven over de jeugdzorg. Helaas heeft het nog niets aan actualiteit ingeboet. Het heet:

‘Jeugdzorg en seksueel misbruik. Gemengde leefgroepen, ja of nee?’

Hoe ziet het boek eruit?

Het boek heeft 48 pagina’s. De cover is wederom ontworpen door Agnes van der Graaf, met een prachtige foto van een kunstwerk op de voorkant. Klik op het boek als je het wilt aanschaffen.

voorkant jeugdzorg boekWaarom een boek over de jeugdzorg?

Kinderen die seksueel misbruik hebben meegemaakt worden opgevangen in leefgroepen die hun veiligheid niet kunnen garanderen. Daarmee komen ze in een situatie die een hoog risico voor hernieuwd seksueel misbruik genoemd kan worden.

Kinderen worden opgesloten met daders

Jonge daders en jonge slachtoffer worden in gemengde groepen opgenomen. Toezicht is er nauwelijks en jeugdzorgmedewerkers zijn onvoldoende geschoold in het herkennen van seksueel misbruik. Waardoor zelfs extreme uitwassen als seksueel misbruik door jeugdzorgmedewerkers geen uitzondering is.

Jeugdzorg heeft geen zicht op de effecten van seksueel misbruik

De korte termijneffecten van seksueel misbruik leiden vaak tot subassertief gedrag in de groep, maar ook vaak tot seksueel wervend gedrag. Wanneer dit niet herkend wordt door jeugdzorg als een gevolg van seksueel misbruik, in plaats van jeugdig experimenteergedrag, leidt dit onvermijdelijk tot verhoogd risico op revictimisatie.

Ook nu jeugdzorg veilig thuis heet, kunnen ze dat net niet bieden

De jeugdzorg is niet veilig omdat er te weinig gericht opgeleid personeel is. Kinderen hebben nog steeds geen slot op hun deur, om zichzelf een beetje veilig te voelen. Een leefgroep is bovendien zeker geen thuis te noemen. Een kind uit huis plaatsen is een kind traumatiseren. Een kind overplaatsen is een hertraumatisering.

Oplossingen voor de jeugdzorg

De oplossing voor de problemen in de jeugdzorg is er niet, het zal op alle fronten verandering behoeven. In dit boek dus ook geen pasklare oplossingen, maar wel de vinger op de zere plek én suggesties voor hoe met name voor seksueel misbruikte kinderen een basis van veiligheid gecreëerd kan worden.

Bestellen?

Het boek is te koop via: onze eigen boekenwinkel