Aanbod voor professionals

Workshop ‘Wat heb ik niet te bieden’

Een workshop voor professionals die werken met seksueel misbruikte mensen. Nu eens geen ‘nieuwe tools’ en of methodieken, maar een workshop die je uitnodigt en uitdaagt om te gaan kijken naar wie jij bent en wat jij brengt in de hulpverlening. Met aandacht voor wat het thema seksueel misbruik met jou doet en hoe je daar mee omgaat. Door Rineke van Setten.

Workshop professionals What do I not have to offer as professional to sexual abuse survivors

Misbruikers kiezen kinderen juist omdat ze weerloos zijn

Misbruikers kiezen ervoor om kinderen te misbruiken, juist omdat een kind de dingen nog niet goed snapt. Omdat kinderen gemakkelijk te manipuleren zijn. Een onschuldig kind een deel van de verantwoordelijkheid in de maag splitsen voor hun slachtofferschap, is niet realistisch.

De realiteit is dat er mensen zijn die seksueel misbruik plegen door willens en wetens de weerloosheid van een kind uit te buiten.

Wat misbruikers zichzelf wijs maken

Er zijn misbruiker die zichzelf wijsmaken dat het niet zo erg is, dat ze het kind er niet mee beschadigen. Dat een kind het zich niet zal herinneren of het zelf ook fijn vond. Grote onzin want de lange termijn gevolgen van seksueel misbruik zijn bijzonder ernstig. Toch zijn er zelfs nog mensen die voor deze rationalisatie vallen en denken dat het wel meevalt.

Kinderen kiezen niet voor seksueel misbruik

Men beweert wel dat een kind weerbaar gemaakt moet worden tegen misbruik. Dat bepaalde kinderen op één of andere manier iets uitstralen van kwetsbaarheid, waardoor het meer kans loopt slachtoffer te worden van seksueel misbruik. Maar een kind is per definitie niet opgewassen tegen een volwassene. Een kind is nog aan het leren hoe de wereld werkt. Een kind wordt uitgekozen als slachtoffer, juist omdat het klein is en weinig ervaring heeft.

Ook pubers zijn erg kwetsbaar

Zelfs al ben je puber en vind je jezelf al een hele piet, tegen een manipulerende volwassene leg je het af. Zelfs volwassenen kunnen soms niet tegen een misbruiker op. Door te zeggen dat het kind weerbaarder moet worden, leg je een deel van de verantwoordelijkheid bij het kind en daar hoort hij niet thuis. Het is een subtiele vorm van victim blaming.

Kinderen maken wel keuzes ná het misbruik

Pas na het moment waarop het kind voor de eerste keer seksueel misbruikt wordt, heeft een kind een keuze. Deze keuze is: ‘Hoe ga ik om met wat mij wordt aangedaan. Kinderen hebben hierin een beperkt aantal opties. Vechten heeft meestal weinig zin, omdat het doorgaans misbruikt wordt door iemand die macht heeft. Vluchten lukt soms in letterlijke zin, wegrennen van een man in de bosjes. Maar als de misbruiker familie van je is, of een vertrouwde volwassene lukt dit letterlijke vluchten niet. Het kind kan dan nog vluchten in zichzelf: dissociëren.

Bevriezen als enige overgebleven optie

De enige andere optie is bevriezen. De laatste toevlucht voor een kind dat overweldigd wordt. Bevriezen gebeurt diep van binnen. Het kind laat over zich heen komen en reageert niet meer vanuit het authentieke zelf. Dat authentieke zelf gaat vanaf dat moment ondergronds en laat zich niet meer zien.

Verlies van zelf

Dit verlies van zichzelf, op zo’n jonge leeftijd, is vaak moeillijk te herstellen. Het kind ontwikkelt allerlei gedrag om met de situatie om te gaan, gaat handelen vanuit de onveiligheid en zoekt manieren om het voor zichzelf en de omgeving zo draaglijk mogelijk te maken. Extreem aangepast gedrag of juist extreem recalcitrant gedrag kunnen uitingen zijn van dit tragische verlies van zelf.

Veiligheid vs. gevoel van veiligheid

Voor de veiligheid

Het noemen van het thema ‘veiligheid’ roept onmiddellijk een gevoel van onveiligheid op. Als je voor je eigen veiligheid kiest, dan betekent dat doorgaans dat je sloten op je deuren doet, zowel in je huis, je auto, maar ook je hoofd en hart. Voor de veiligheid. Maar wat is veiligheid en welke plaats heeft het in de therapeutische praktijk?

Wat is veiligheid werkelijk?

Veiligheid kun je niet definiëren zonder het ook te hebben over onveiligheid. Het wordt gekenmerkt door een afwezigheid van dreiging. In die zin zijn er vooral negatieve symptomen. De afwezigheid van potentiële oorzaken van een gevaarlijke situatie of de mate van aanwezigheid van beschermende maatregelen tegen deze potentiële oorzaken.

Veiligheid en de therapeut

In de therapeutische praktijk spreekt men van een ‘veilige situatie’. Dit zijn omstandigheden waarin de klant kan oefenen met nieuw gedrag. Waarbij alles bespreekbaar is en idealiter de therapeut een spiegel is die de klant zonder oordeel tegemoet treedt. Een veilige situatie is nodig om de inwendige onveiligheid die een klant voelt te kunnen bespreken.

Reële dreiging en veiligheid

Niet iedereen die hulp zoekt, heeft veiligheid in de thuissituatie. Soms zelfs verre van dat! Een klant die in een onveilige situatie verkeert weerbaarder maken, kan onbedoelde risico’s opleveren. Het is dan ook verstandig om altijd op zijn minst een inschatting te maken van de veiligheid van de klant in de thuissituatie.

Wat als het niet veilig voelt

Een veilige situatie hebben, betekent nog niet dat de klant zich ook veilig voelt. Sterker nog: het werk van de therapie veronderstelt dat de klant zich ook zal begeven op het terrein waar het onveilig voelt. Waar de therapeut wellicht geneigd is om ervan uit te gaan dat het veilig is voor de klant, is dat zeker niet vanzelfsprekend. Het is geen gemakkelijke opgave om naar je diepste angsten te gaan kijken.

Veiligheid vs. gevoel van veiligheid

Om een reëel beeld te krijgen van de veiligheid van de klant is spontane zelfrapportage niet altijd een goede graadmeter. Wanneer de klant geweld gewend is, kan deze zich veilig voelen in een onveilige situatie. Het gevoel van onveiligheid kan zelfs groter zijn in een nieuwe situatie (nieuw is eng). Het is dus zeker handig om dit goed uit te vragen, op basis van concrete feitenvragen.

Een reële inschatting van veiligheid

Een manier om een inschatting te maken is om de klant een paar vragen te stellen. Een paar voorbeelden zijn:

Als je de laatste week neemt:

  • Hoeveel keer ben je dan geslagen/gekrabd/geschopt?
  • Hoe vaak ben je vernederd?
  • Hoe vaak ben je aangerand of verkracht?
  • Was er deze week dreiging?

Wanneer je jouw klant al een beetje kent, weet je vast welke van deze vragen van belang zijn om te stellen en/of heb je andere vragen die concreet te beantwoorden zijn.

Werken aan veiligheid? Of aan een gevoel van veiligheid?

Als het antwoord op bovenstaande vragen nul is, dan ben je de laatste week veilig geweest. Is het antwoord 1 of meer, dan verkeert je klant reëel in een onveilige situatie. Als dit een typische week voor je is, moet je klant niet aan je gevoel van veiligheid werken, maar aan het creëren van een veilige situatie. Dat is een heel andere hulpvraag.

Aan trauma werken in een onveilige situatie?

Kun je werken aan trauma als de klant nog in een onveilige situatie is, of is dat contra-productief? Het antwoord hierop is niet eenduidig. In sommige situaties is het zelfs noodzakelijk om aan de traumagerelateerde klachten te werken, ondanks dat de situatie verre van optimaal is. Soms is het gewoon niet haalbaar om eerst veilige situatie te creëren. Het is dan wel extra belangrijk om aan verwachtingenmanagement te doen. ‘We kunnen je helpen leren om jezelf een beetje beter staande te houden’ is dan een min of meer realistische verwachting.

Levenswiel voor kinderen

Bij Ivonne Meeuwsen heb ik de basisopleiding “Hulp bieden na seksueel misbruik” gevolgd. Een mooie aanvulling op mijn werkervaringen en overige (bij)scholing die ik heb gevolgd. Hieronder vinden jullie mijn ‘eindwerkstuk’. Ik heb het Levenswiel uit de training aangepast voor het werken met mijn eigen doelgroep: kinderen. Het levenswiel en hoe dit toe te passen na seksueel misbruik, wordt nader uitgelegd in het boek ‘De impact van incest op alle levensgebieden‘ van Mariël Groenen.

Wie ik ben en wat ik doe

Ik ben Inge Smit en heb een pedagogische achtergrond en daarnaast heb ik de Post hbo –opleiding seksuologie gevolgd. Ik heb mijn eigen praktijk, Praatjes enzo. Ik geef seksuele voorlichting en begeleiding aan kinderen, jongeren en mensen met een verstandelijke beperking. De meest kwetsbare groepen als het om seksueel misbruik gaat.

Goede voorlichting is mijn inziens de basis voor het aangaan van prettige en veilige relaties en seks en kan ongewenste ervaringen helpen voorkomen. Daarvoor is het ook nodig om taboes te doorbreken door seksualiteit en seksueel misbruik makkelijker te bespreken.

Het levenswiel als instrument

Tijdens de opleiding van Ivonne vertelde zij o.a. over het levenswiel. Door het bespreken van het levenswiel kan je de effecten van het seksueel misbruik beter in beeld brengen. Omdat het voor mijn doelgroepen belangrijk is om beeldend te werken, is dit voor mij een mooie methode om toe te passen. Het levenswiel zoals Ivonne dit aanbiedt, sluit echter niet voldoende aan bij mijn doelgroepen. Daarom heb ik deze aangepast voor kinderen en wat actiever gemaakt.

Aangepaste levensgebieden

Allereerst heb ik gekeken naar de levenswiel gebieden en deze aangepast voor kinderen. Ik kom uit op de volgende 8 gebieden:

* Gezin, ouders, familie
* Vrienden/vriendinnen
* Hoe voel je je in je hoofd
* School
* Vrije tijd
* Je lijf
* Hoe kijk je naar jezelf
* Toekomst

Laat het kind een cijfer geven

Per gebied mag een kind het gebied een cijfer geven. Dit cijfer kan het kind kiezen door op een cijfer 0- 10 in de ruimte te gaan staan. Ik geef het kind de regie door hem/haar te laten bepalen in welke volgorde de gebieden besproken worden. Dit kan eventueel ook door lootjes te trekken, wat het nog extra speels maakt.

Drie vragen

Bij het inkleuren van het wiel bespreek ik per gebied de volgende vragen:

  1. Welk cijfer geef je dit gebied van de periode voor het misbruik? (als hier sprake van is)
  2. Welk cijfer geef je dit gebied nu?
  3. Waar zit hem dat in?

Waar heeft het kind het meeste last van?

Als alle gebieden zijn ingevuld, heb je een overzicht van waar het kind het meeste last van ervaart. Dit zou je als eerste kunnen bespreken, maar mijn voorkeur is om dit aan het kind zelf over te laten. Welk gebied wil je als eerste aanpakken. Wat is nodig om het wiel beter te laten draaien/rijden? Daarmee ga je vervolgens met verdiepende vragen aan de slag.

Verdiepende vragen

Enkele eerste vragen zijn:

  • Wat is er nodig om je op dit gebied beter te voelen?
  • Welk cijfer wordt het dan?
  • Naar welk cijfer wil je toe?

Per gebied kun je dan gaan doorvragen. Ik geef hieronder enkele voorbeeld vragen per levensgebied. Uiteraard stem ik deze af op leeftijd en niveau. Eventueel kun je de gebieden nog verduidelijken met plaatje of pictogrammen.

Gezin, ouders, familie

  • Met wie kan je erover praten?
  • Zijn er gelovers en niet gelovers?
  • Hoe veilig voel je je thuis?
  • Hoe komt dat?

Vrienden/vriendinnen

  • Weten je vrienden/vriendinnen van het misbruik?
  • Hoe is het om een geheim te hebben?
  • Kunnen vrienden/vriendinnen aan je zien of merken wat er gebeurd is?
  • Zou je willen dat zij ervan zouden weten?

Hoe voel je je in je hoofd

  • Hoe vaak denk je nog aan het misbruik?
  • Droom je er nog over?
  • Moeite met concentratie?

School

  • Hoe gaat het op school?
  • Is er een juf/meester/mentor op de hoogte?
  • Hoe zou het zijn als iemand van school weet wat er gebeurd is?

Vrije tijd

  • Zijn er veranderingen?
  • Beleef je er nog evenveel plezier aan?

Je lijf

  • Heb je lichamelijke klachten?
  • Hoe kijk je nu naar je lijf?
  • Voel je je vies?

Hoe kijk je naar jezelf

  • Is er sprake van schuld of schaamte gevoelens?

Geef psycho-educatie!

Toekomst

  • Hoe zag jouw toekomst er eerst uit?
  • Wat is daarin veranderd?
  • Hoe kijk je naar relaties en seksualiteit in de toekomst?

Evaluatie met het levenswiel

Van tijd tot tijd kun je nog eens naar het levenswiel teruggrijpen en kijken of het daadwerkelijk beter is geworden.

  • Geeft het kind nog hetzelfde cijfer?
  • Worden er andere dingen belangrijker?

Met het levenwiel heb jij, maar belangrijker nog, heeft het kind overzicht en weet het waar jullie mee bezig zijn.

Meer weten over Inge Smit en hoe zij werkt? Kijk op haar pagina.

Erbij horen

Erbij horen is een menselijke noodzaak

Als mens zijn we zoals dat heet ‘kuddedieren’. Dat betekent niet dat we net als koeien zijn, maar wel dat we ons graag conformeren aan de grootste gemene deler. Dat is ook functioneel, want in een groep ben je sterker. Een #samensterk of #metoo is dan ook een belangrijk middel om je als groep te presenteren. Toch schuilt er ook een gevaar in ‘erbij horen’.

Is mijn keuze ook jouw keuze?

Elk mens zoekt een balans tussen ‘erbij horen’ en zijn of haar ‘eigen weg gaan’. Sla je te veel door in de ‘erbij horen’ richting, dan verlies je jezelf, je eigenheid. Sla je te veel door in ‘je eigen weg gaan’ van verlies je de ander. Een goede strategie is dan ook om je vooral aan te sluiten bij mensen die niet te veel afwijken van jouw eigenheid, zodat je niet te veel aanpassingen hoeft te doen. Maar als je alleen maar met mensen waar je het mee eens bent omgaat, dan wordt het ook een beetje saai.

Kun jij jouw groep vinden?

Ik ben ervan overtuigd dat er een niche bestaat voor elke soort mens. Er zijn mensen die het geweldig vinden om te tuinieren, maar ook mensen die het liefst de hele dag achter hun computer zitten om dingen uit te zoeken. Sommige mensen hebben veel behoefte aan contact met anderen, terwijl andere mensen aan ‘af en toe’ een interactie genoeg hebben. Maar hoe groot de verschillen ook kunnen zijn, er zijn altijd meer dingen waarin we hetzelfde zijn. De balans vinden is waar het om draait.

#Samensterk in actie

We zijn #samensterk als we verschillen respecteren en ondersteunen. Als we erkennen dat we, als mens, sowieso meer met elkaar gemeen hebben dan we van elkaar verschillen en op zoek gaan naar de grootste gemene deler. Hoe zijn we #samensterk? Hoe kunnen we #samenhelen. Als je de categorieën groot maakt voelt iedereen dat zij erbij horen! Want als je ook maar één iemand buitensluit, dan ontstaat er een wij vs. zij. Daarvan hebben we al genoeg in de wereld en daar komen we niet verder mee.

Erbij horen

Het is vanzelfsprekend dat we als mensheid bij elkaar horen. Dat alle mensen erbij horen. Het is even vanzelfsprekend dat we het niet over alles eens zullen zijn of worden en dat is oké. Laten we de ander respecteren in zijn anderszijn. Dan kan ook de ander erbij horen en verrijkt onze ervaring doordat er andere invloeden bij komen.

Over niet ‘erbij horen’

Voor veel slachtoffers van seksueel misbruik geldt dat ze zich eenzaam voelen omdat zij niet vanzelfsprekend meer bij hun familie horen. Ze voelen zich anders, worden uitgestoten of moeten erg hun best doen om er nog een beetje bij te passen. Daarover schreef Marjolein een blog: ik wil er (niet) bij horen

Normaliseren of stigmatiseren

In plaats van het gedrag en de emoties van het slachtoffer te normaliseren krijgen veel slachtoffers van seksueel misbruik vroeg of laat te maken met een psychiatrische diagnose. Het gedrag dat ontstaat vanuit triggers, vanuit de langetermijneffecten van seksueel misbruik, geeft daar wel enige aanleiding toe. Als een diagnose bestaat uit vinkjes op een checklist, dan zal menig slachtoffer zelfs meerdere diagnoses toebedeeld krijgen.

Hoe zinvol is een diagnose

Een diagnose is alleen zinvol als het iets duidelijker maakt dan het al is. Verder is het vooral nuttig voor de zorgverzekering. Wanneer er sprake is van seksueel misbruik, dan zijn de meeste gedragingen vrij eenvoudig te duiden. Door het te bekijken in de context van seksueel misbruik, kun je het gedrag en de emotie normaliseren. Een voorbeeld:

Onredelijk boos

Sommige slachtoffers van seksueel misbruik kunnen bij het minste of geringste onredelijk boos worden. Stampvoeten, schelden: als het een kind van twee was zou je zeggen: driftbui, de nee van twee of de peuterpuberteit.

Je bent echt (even) een kind van twee

Juist die geringe aanleiding gecombineert met het bovenmatig boos zijn, doen vermoeden dat het gaat om een getriggerde ervaring. Dat betekent dat wat je doet ook daadwerkelijk een kind is, dat reageert op ‘iets’ wat herinnert aan het seksueel misbruik. Wanneer je dat als omstander weet, kan deze wellicht milder kijken naar het gedrag. Wanneer je het als slachtoffer weet, kun je jezelf en je boosheid op een veilige manier de ruimte geven. Veilig voor jezelf en anderen, zodat je, in je driftbui, niet meer kapot maakt dan je lief is.

Diagnose en gedrag

Wanneer iemand regelmatig dergelijke woedeuitbarstingen heeft, welke volstrekt niet in verhouding staan met wat er gebeurt, dan zou je kunnen gaan denken aan een diagnose borderline. Als je dan zo’n vinkjes-test afneemt, zou je ook nog gelijk krijgen en mogelijk is dat ook helpend, omdat die diagnose toegang geeft tot helpende therapiesoorten. Maar de langetermijneffecten van seksueel misbruik bieden in feite al een afdoende verklaring voor het gedrag (en zouden voldoende aanleiding moeten zijn om een dergelijke therapie te gaan doen).

Diagnose is overbodig

Het stellen van een diagnose is volgens mij een overbodige stap als je al weet dat je te maken hebt met de langetermijneffecten van seksueel misbruik. Het is helaas vaak een noodzakelijke stap om toegang te krijgen tot therapieën die vergoed worden door verzekeraars. Maar het is een oefening die vooral voor de financiën bedoeld is, die verder niets toevoegt aan het begrip voor de persoon. Maar zo’n label is niet zonder gevolgen.

Stigma

Wanneer je een diagnose krijgt, ben je ineens een psychiatrisch patiënt. De ene diagnose is nog heftiger qua stigma dan de ander. Je zal maar ineens Borderline stoornis hebben, of Narcisme, Depressie, Dissociatieve stoornis, Complexe PTSS of een Vermijdende persoonlijkheidsstoornis hebben. Dat klinkt toch allemaal alsof het nooit meer goed met je kan komen?

Normaliseren

De langetermijneffecten van seksueel misbruik komen heel veel voor. Als je kijkt naar de symptomen die genoemd staan in de zelftest, zul je zien dat wat jij meemaakt heel normaal is. Seksueel misbruik geeft aanleiding tot een hele reeks gedragingen en emoties die heel normaal zijn, gegeven het feit dat je seksueel misbruik hebt meegemaakt. Als je op deze manier naar trauma kijkt, krijg je gelijk meer hoop. Er is niets mis met jou, je hebt nare dingen meegemaakt en draagt daarvan de logische sporen. En helen kan!

Borderline Persoonlijkheidsstoornis heeft een nieuwe naam nodig

Borderline persoonlijkheidsstoornis (BPS) is een label dat zeer stigmatiserend werkt en de conditie is vaak onbegrepen. Volgens Australisch onderzoek is het voor BPS-ers erg lastig om goede, betaalbare hulp te vinden. Dit artikel is geïnspireerd door een Engelstalige blog, waarvan ik de link helaas niet heb opgeslagen. Het originele artikel breekt een lans voor een nieuwe kijk op Borderline als zijnde een Trauma-spectrum aandoening, in plaats van een persoonlijkheidsstoornis. Het noemt een paar goede punten.

Een kwetsbare doelgroep

Van elke 100 patiënten die behandeling in de residentiële psychiatrie krijgen, zijn er 43 met de diagnose BPS. Deze mensen zijn kwetsbaar, impulsief en erg gevoelig voor kritiek. Desondanks ontmoeten ze juist veel stigma en discriminatie als ze hulp zoeken.

Psychische problemen zijn geen zwakte

Inmiddels zijn de meeste mensen er wel uit dat psychiatrische aandoeningen geen teken zijn van zwakte, maar een serieuze ziekte. Waar het om BPS gaat is dat stigma er nog wel. Een deel daarvan ontstaat als gevolg van de manier waarop we deze conditie benaderen en een deel komt uit de naam zelf.

Borderline Persoonlijkheid Stoornis

In plaats van de ‘Borderliner’ te framen als iemand met een persoonlijkheidsstoornis, zou het beter zijn om over BPS te spreken als een complex gevolg van trauma. Het is tijd dat we de naam veranderen.

Hoe vaak komt BPS voor?

BPS komt verrassend veel voor, bijna 1 tot 4 procent van Australiers heeft er last van. Het voornaamste kenmerk is moeite om emoties te reguleren, een onstabiel zelfbeeld, moeite met relaties en zichzelf herhalend destructief gedrag.

Traumatische ervaringen

De meeste mensen die last hebben van BPS hebben een geschiedenis van ernstig trauma, vaak al vanuit de kindertijd. In veel gevallen gaat het om seksueel en fysiek misbruik, extreme verwaarlozing en/of een scheiding van familie of geliefden. Nagenoeg iedereen met deze diagnose is mishandeld of seksueel misbruikt. Dit is uitgebreid gedocumenteerd en onderzocht.

Gevolgen van ernstig misbruik

Bij de mensen met een geschiedenis van ernstig misbruik blijkt dat deze slechter reageren op de behandeling dan de enkeling die géén geschiedenis van misbruik en mishandeling heeft. Ook plegen zij vaker zelfmoord, doen vaker pogingen en doen vaker aan zelfbeschadiging. Ongeveer 75% van de BPS patiënten doen een zelfmoordpoging op enig moment in hun leven. Eén op de tien maakt uiteindelijk daadwerkelijk een einde aan hun leven.

DSM-5 noemt trauma niet

De DSM-5 noemt trauma niet als diagnostische factor in de diagnose BPS, ondanks de niet te verwaarlozen link tussen BPS en trauma. Dit heeft als gevolg dat BPS gezien blijft worden als een persoonlijkheidsstoornis. Het zou beter zijn als BPS gezien zou worden als een stoornis in het trauma-spectrum, vergelijkbaar met chronische of complexe PTSS.

PTSS en BPS vergelijken

Er zijn veel overeenkomsten tussen PTSS en BPS. Mensen met één van deze condities hebben moeite om hun emoties te reguleren. Ze ervaren aanhoudende gevoelens van leegte, schaamte en schuld en ze hebben beide een sterk verhoogd risico op zelfmoord.

Waarom is het label ‘borderline’ zo’n probleem?

Mensen het label ‘persoonlijkheidsstoornis’ geven, kan een negatief effect hebben op hun toch al verstoorde zelfbeeld. Een ‘persoonlijkheidsstoornis’ vertaalt zich in de geest van de meeste mensen in een fout in je persoonlijkheid en dit kan de toch al aanwezige gevoelens van waardeloosheid en zelfhaat versterken. Hierdoor gaan mensen met BPS zichzelf nog negatiever zien, maar het kan ook veroorzaken dat andere mensen om hen heen dit ook gaan doen.

Zelfs hulpverleners hebben soms negatieve reacties op BPS

Ook therapeuten hebben soms een negatieve houding richting mensen met BPS, omdat ze hen zien als manipulatief of niet bereid om zichzelf te helpen. Omdat mensen met BPS soms weerstand hebben en niet meteen instappen bij de behandeling, reageren therapeuten en andere hulpverleners vaak vanuit frustratie. Deze houding zie je veel minder als hulpverleners werken met mensen met PTSS en andere trauma gerelateerde aandoeningen.

Wat zou een nieuwe naam bijdragen?

Door BPS expliciet te linken aan trauma zou in elk geval een deel van het stigma en de daarmee verbonden schade voorkomen kunnen worden. Dat kan helpen om de weerstand tegen de behandeling te verminderen en dat zou tot beter resultaat kunnen leiden. Wanneer mensen met BPS merken dat mensen afstand nemen en hen niet serieus nemen, kan het zijn dat ze zichzelf beschadigen of de hulpverlening stop zetten. Hulpverleners reageren daar dan weer op met verdere afstandelijkheid waardoor een negatieve spiraal ontstaat.

Vicieuze cirkel

Uitendelijk leid dit mogelijk tot een wat psychiatrisch researcher Ron Aviram, uit de VS noemt een: ‘zichzelf vervullende voorspelling en een cyclus van stigmatisering waar de cliënt en de therapeut bijdragen’.

De onderliggende oorzaak erkennen

Door over BPS na te denken in termen van de onderliggende oorzaak, kan ons helpen om het anders te behandelen, niet meer uitsluitend te focussen op de symptomen. Het zou bovendien het belang van preventieve acties richting het voorkomen van kindermisbruik en mishandeling onderstrepen.

Trauma-spectrum aandoeningen

Als we nou eens beginnen met te denken over de Borderline als een trauma-spectrum aandoening, dan zullen cliënten gezien worden als slachtoffers van onrechtvaardigheden in het verleden, in plaats van de aanstichters van hun eigen ongeluk. BPS is een ingewikkelde aandoening om te behandelen en het laatste wat we moeten doen is het moeilijker maken voor de cliënten en hun naasten.

Diagnose of niet?

Zelf ben ik geen voorstander van diagnoses, ik ervaar ze bijna altijd als nodeloos stigmatiserend, zeker als het gaat om slachtoffers van seksueel misbruik. Wel denk ik dat áls je dan een diagnose stelt, het van belang is dat de oorzaak hierin meegenomen wordt.

 

Ouderschap na seksueel misbruik

Ouderschap is voor veel slachtoffers van seksueel misbruik een onzeker avontuur. Seksueel misbruik heeft veel invloed op je leven en zorgt ervoor dat je behoorlijk wat extra zaken te overwinnen hebt. Hoe kun je ervoor zorgen dat je jouw trauma niet overbrengt op je kinderen? Wat doe je als je eigen familie niet voor jou klaarstaat? Hieronder geef ik zeven factoren die bijdragen aan ‘succesvol’ ouderschap. Plus nog één bonustip 😉

Factor 1: Een stabiele, betrouwbare partner kiezen

Niets is zo helpend voor succesvol ouderschap als wanneer beide ouders betrouwbaar zijn. Natuurlijk kun je niet in de toekomst kijken en veel huwelijken stranden nu eenmaal, maar je kunt wel naar je partners eerdere gedrag kijken als mogelijke voorspeller. Heeft hij of zij in het verleden langdurige relaties gehad? Hoe zijn die geëindigd? Met hoeveel respect (of disrespect) praat hij of zij over deze relatie? Dit zijn manieren waarop je kunt peilen of je iemand naast je hebt die er voor de langere termijn met jou zal zijn. Het is daarnaast van belang dat je partner weet heeft van jouw ervaringen en je hierbij kan ondersteunen indien nodig.

Factor 2: De eigen traumatische jeugdervaringen verwerken

Niet iedereen heeft de luxe om te kiezen voor verwerking voordat ze zich aan ouderschap wagen, omdat soms trauma’s uit het verleden zich pas later aandienen. Maar als je weet dat je seksueel misbruik hebt meegemaakt, zorg er dan voor dat je dit trauma verwerkt, zowel voor jezelf als voor je toekomstige kinderen. Zoek hulp bij een ervaren therapeut die weet heeft van seksueel misbruik. Je kunt nooit helemaal voorkomen dat je later nog eens getriggerd raakt, maar hoe meer je al verwerkt hebt, hoe groter de kans dat jouw kinderen daar geen last van zullen ondervinden.

Factor 3: Een loyaal en steunend sociaal netwerk opbouwen

Zeker wanneer je van je eigen familie niet veel te verwachten hebt in dit kader, is het van groot belang dat je mensen om je heen verzamelt die jou kunnen ondersteunen en die er ook over een aantal jaren nog zullen zijn. Dat zijn niet de mensen die je bij het stappen ontmoet, maar de mensen die je mee naar huis neemt, die je helpen met verhuizen of behangen. Dat zijn mensen die je kunt en durft te vertellen over jouw verleden, zodat ze jou ook kunnen steunen als je dat nodig hebt. Mensen die je vertrouwt omdat ze dat vertrouwen waard zijn. Het opbouwen van zo’n netwerk vraagt tijd en inzet, maar het betaalt zich tienvoudig terug.

Factor 4: Reële en gepaste verwachtingen van je ouderschap

Het verbaast me altijd als mensen allerlei websites raadplegen om hun nieuwste telefoon uit te zoeken, alle in’s en out’s ervan te weten proberen te komen, terwijl als je hen vraagt hoe hun partner denkt over belangrijke zaken ze je blanco aankijken. Soms komen mensen er pas na hun huwelijk achter dat hun partner liever geen kinderen wil. Of wil verhuizen naar Zweden. Of de kinderen graag religieus of juist niet wil opvoeden. Hoe nauw wil je opa en oma betrokken hebben bij de kinderen? Vaccinatie? Dopen? Suiker of niet? Dat zijn hele gezonde vragen om te stellen, voordat je kinderen uitnodigt in je leven.

Factor 5: Goede keuzes maken

Goed is een oordeel en wat een goede keuze is, dat maakt iedereen zelf uit. Maar dat betekent niet dat je niet kunt kijken naar de basis van waaruit je keuzes maakt. Een goed voorbeeld is je partnerkeuze. Kies je op basis van (seksuele) aantrekkingskracht? Het kan heel leuk zijn om een mooie man of vrouw naast je te hebben, maar maak je deze keuze op basis van hormonen? Seksuele voorkeur? Betrek je hierin ook het langere perspectief? Welke opvoedstijl heeft je partner? Welke trauma’s brengt hij of zij mee? Hoe gedraagt deze persoon zich naar kinderen toe? Wat is de invloed van zijn of haar familie? Op welke grond besluit jij of je wél of niet met iemand in zee gaat?

Factor 6: Kunnen omgaan met stress en tegenvallers

Stressbestendigheid is een belangrijke factor in succesvol ouderschap. Kinderen gaat dit zeker testen! Bestand zijn tegen de stress van allerlei soms tegenstrijdige belangen die aan je trekken, jezelf kunnen blijven, ook als je kind loopt te jengelen of je puber opstandig doet. Stressbestendigheid is niet direct het eerste waar je aan denkt als overlever van seksueel misbruik. Toch kan het heel goed zijn dat het je juist helpt dat je voorafgaand aan je ouderschap al flink geoefend hebt met tegenvallers. Als je teleurstellingen kunt verdragen en drie keer diep kunt ademhalen als er onverwachte dingen gebeuren, ben je de stress een stap voor.

Factor 7: Geluk hebben

Naast allerlei dingen waar je zelf, in de voorbereiding, iets aan kunt doen, is er ook nog de X-factor. Geluk. Elke vader, elke moeder, heeft een dosis geluk nodig. Het geluk dat je op het juiste moment tegen de juiste partner aanloopt. Het geluk dat je zwanger raakt op een tijdstip dat het ook past binnen je leven. Het geluk dat je kind gezond is. Zonder geluk vaart niemand wel, zeggen ze.

Bonustip

Accepteer dat je mens bent en dat je fouten zult maken. Dat doen alle ouders en dat is helemaal niet erg. Je kunt maar beter van te voren weten dat je niet alles goed kunt doen, dan kun je ook makkelijker naar je kinderen toegeven: ‘Dat heb ik niet goed gedaan’. Doe gewoon je best om hen een goede start in het leven te geven.