Veiligheid vs. gevoel van veiligheid

Voor de veiligheid

Het noemen van het thema ‘veiligheid’ roept onmiddellijk een gevoel van onveiligheid op. Als je voor je eigen veiligheid kiest, dan betekent dat doorgaans dat je sloten op je deuren doet, zowel in je huis, je auto, maar ook je hoofd en hart. Voor de veiligheid. Maar wat is veiligheid en welke plaats heeft het in de therapeutische praktijk?

Wat is veiligheid werkelijk?

Veiligheid kun je niet definiëren zonder het ook te hebben over onveiligheid. Het wordt gekenmerkt door een afwezigheid van dreiging. In die zin zijn er vooral negatieve symptomen. De afwezigheid van potentiële oorzaken van een gevaarlijke situatie of de mate van aanwezigheid van beschermende maatregelen tegen deze potentiële oorzaken.

Veiligheid en de therapeut

In de therapeutische praktijk spreekt men van een ‘veilige situatie’. Dit zijn omstandigheden waarin de klant kan oefenen met nieuw gedrag. Waarbij alles bespreekbaar is en idealiter de therapeut een spiegel is die de klant zonder oordeel tegemoet treedt. Een veilige situatie is nodig om de inwendige onveiligheid die een klant voelt te kunnen bespreken.

Reële dreiging en veiligheid

Niet iedereen die hulp zoekt, heeft veiligheid in de thuissituatie. Soms zelfs verre van dat! Een klant die in een onveilige situatie verkeert weerbaarder maken, kan onbedoelde risico’s opleveren. Het is dan ook verstandig om altijd op zijn minst een inschatting te maken van de veiligheid van de klant in de thuissituatie.

Wat als het niet veilig voelt

Een veilige situatie hebben, betekent nog niet dat de klant zich ook veilig voelt. Sterker nog: het werk van de therapie veronderstelt dat de klant zich ook zal begeven op het terrein waar het onveilig voelt. Waar de therapeut wellicht geneigd is om ervan uit te gaan dat het veilig is voor de klant, is dat zeker niet vanzelfsprekend. Het is geen gemakkelijke opgave om naar je diepste angsten te gaan kijken.

Veiligheid vs. gevoel van veiligheid

Om een reëel beeld te krijgen van de veiligheid van de klant is spontane zelfrapportage niet altijd een goede graadmeter. Wanneer de klant geweld gewend is, kan deze zich veilig voelen in een onveilige situatie. Het gevoel van onveiligheid kan zelfs groter zijn in een nieuwe situatie (nieuw is eng). Het is dus zeker handig om dit goed uit te vragen, op basis van concrete feitenvragen.

Een reële inschatting van veiligheid

Een manier om een inschatting te maken is om de klant een paar vragen te stellen. Een paar voorbeelden zijn:

Als je de laatste week neemt:

  • Hoeveel keer ben je dan geslagen/gekrabd/geschopt?
  • Hoe vaak ben je vernederd?
  • Hoe vaak ben je aangerand of verkracht?
  • Was er deze week dreiging?

Wanneer je jouw klant al een beetje kent, weet je vast welke van deze vragen van belang zijn om te stellen en/of heb je andere vragen die concreet te beantwoorden zijn.

Werken aan veiligheid? Of aan een gevoel van veiligheid?

Als het antwoord op bovenstaande vragen nul is, dan ben je de laatste week veilig geweest. Is het antwoord 1 of meer, dan verkeert je klant reëel in een onveilige situatie. Als dit een typische week voor je is, moet je klant niet aan je gevoel van veiligheid werken, maar aan het creëren van een veilige situatie. Dat is een heel andere hulpvraag.

Aan trauma werken in een onveilige situatie?

Kun je werken aan trauma als de klant nog in een onveilige situatie is, of is dat contra-productief? Het antwoord hierop is niet eenduidig. In sommige situaties is het zelfs noodzakelijk om aan de traumagerelateerde klachten te werken, ondanks dat de situatie verre van optimaal is. Soms is het gewoon niet haalbaar om eerst veilige situatie te creëren. Het is dan wel extra belangrijk om aan verwachtingenmanagement te doen. ‘We kunnen je helpen leren om jezelf een beetje beter staande te houden’ is dan een min of meer realistische verwachting.

Levenswiel voor kinderen

Bij Ivonne Meeuwsen heb ik de basisopleiding “Hulp bieden na seksueel misbruik” gevolgd. Een mooie aanvulling op mijn werkervaringen en overige (bij)scholing die ik heb gevolgd. Hieronder vinden jullie mijn ‘eindwerkstuk’. Ik heb het Levenswiel uit de training aangepast voor het werken met mijn eigen doelgroep: kinderen. Het levenswiel en hoe dit toe te passen na seksueel misbruik, wordt nader uitgelegd in het boek ‘De impact van incest op alle levensgebieden‘ van Mariël Groenen.

Wie ik ben en wat ik doe

Ik ben Inge Smit en heb een pedagogische achtergrond en daarnaast heb ik de Post hbo –opleiding seksuologie gevolgd. Ik heb mijn eigen praktijk, Praatjes enzo. Ik geef seksuele voorlichting en begeleiding aan kinderen, jongeren en mensen met een verstandelijke beperking. De meest kwetsbare groepen als het om seksueel misbruik gaat.

Goede voorlichting is mijn inziens de basis voor het aangaan van prettige en veilige relaties en seks en kan ongewenste ervaringen helpen voorkomen. Daarvoor is het ook nodig om taboes te doorbreken door seksualiteit en seksueel misbruik makkelijker te bespreken.

Het levenswiel als instrument

Tijdens de opleiding van Ivonne vertelde zij o.a. over het levenswiel. Door het bespreken van het levenswiel kan je de effecten van het seksueel misbruik beter in beeld brengen. Omdat het voor mijn doelgroepen belangrijk is om beeldend te werken, is dit voor mij een mooie methode om toe te passen. Het levenswiel zoals Ivonne dit aanbiedt, sluit echter niet voldoende aan bij mijn doelgroepen. Daarom heb ik deze aangepast voor kinderen en wat actiever gemaakt.

Aangepaste levensgebieden

Allereerst heb ik gekeken naar de levenswiel gebieden en deze aangepast voor kinderen. Ik kom uit op de volgende 8 gebieden:

* Gezin, ouders, familie
* Vrienden/vriendinnen
* Hoe voel je je in je hoofd
* School
* Vrije tijd
* Je lijf
* Hoe kijk je naar jezelf
* Toekomst

Laat het kind een cijfer geven

Per gebied mag een kind het gebied een cijfer geven. Dit cijfer kan het kind kiezen door op een cijfer 0- 10 in de ruimte te gaan staan. Ik geef het kind de regie door hem/haar te laten bepalen in welke volgorde de gebieden besproken worden. Dit kan eventueel ook door lootjes te trekken, wat het nog extra speels maakt.

Drie vragen

Bij het inkleuren van het wiel bespreek ik per gebied de volgende vragen:

  1. Welk cijfer geef je dit gebied van de periode voor het misbruik? (als hier sprake van is)
  2. Welk cijfer geef je dit gebied nu?
  3. Waar zit hem dat in?

Waar heeft het kind het meeste last van?

Als alle gebieden zijn ingevuld, heb je een overzicht van waar het kind het meeste last van ervaart. Dit zou je als eerste kunnen bespreken, maar mijn voorkeur is om dit aan het kind zelf over te laten. Welk gebied wil je als eerste aanpakken. Wat is nodig om het wiel beter te laten draaien/rijden? Daarmee ga je vervolgens met verdiepende vragen aan de slag.

Verdiepende vragen

Enkele eerste vragen zijn:

  • Wat is er nodig om je op dit gebied beter te voelen?
  • Welk cijfer wordt het dan?
  • Naar welk cijfer wil je toe?

Per gebied kun je dan gaan doorvragen. Ik geef hieronder enkele voorbeeld vragen per levensgebied. Uiteraard stem ik deze af op leeftijd en niveau. Eventueel kun je de gebieden nog verduidelijken met plaatje of pictogrammen.

Gezin, ouders, familie

  • Met wie kan je erover praten?
  • Zijn er gelovers en niet gelovers?
  • Hoe veilig voel je je thuis?
  • Hoe komt dat?

Vrienden/vriendinnen

  • Weten je vrienden/vriendinnen van het misbruik?
  • Hoe is het om een geheim te hebben?
  • Kunnen vrienden/vriendinnen aan je zien of merken wat er gebeurd is?
  • Zou je willen dat zij ervan zouden weten?

Hoe voel je je in je hoofd

  • Hoe vaak denk je nog aan het misbruik?
  • Droom je er nog over?
  • Moeite met concentratie?

School

  • Hoe gaat het op school?
  • Is er een juf/meester/mentor op de hoogte?
  • Hoe zou het zijn als iemand van school weet wat er gebeurd is?

Vrije tijd

  • Zijn er veranderingen?
  • Beleef je er nog evenveel plezier aan?

Je lijf

  • Heb je lichamelijke klachten?
  • Hoe kijk je nu naar je lijf?
  • Voel je je vies?

Hoe kijk je naar jezelf

  • Is er sprake van schuld of schaamte gevoelens?

Geef psycho-educatie!

Toekomst

  • Hoe zag jouw toekomst er eerst uit?
  • Wat is daarin veranderd?
  • Hoe kijk je naar relaties en seksualiteit in de toekomst?

Evaluatie met het levenswiel

Van tijd tot tijd kun je nog eens naar het levenswiel teruggrijpen en kijken of het daadwerkelijk beter is geworden.

  • Geeft het kind nog hetzelfde cijfer?
  • Worden er andere dingen belangrijker?

Met het levenwiel heb jij, maar belangrijker nog, heeft het kind overzicht en weet het waar jullie mee bezig zijn.

Meer weten over Inge Smit en hoe zij werkt? Kijk op haar pagina.

Erbij horen

Erbij horen is een menselijke noodzaak

Als mens zijn we zoals dat heet ‘kuddedieren’. Dat betekent niet dat we net als koeien zijn, maar wel dat we ons graag conformeren aan de grootste gemene deler. Dat is ook functioneel, want in een groep ben je sterker. Een #samensterk of #metoo is dan ook een belangrijk middel om je als groep te presenteren. Toch schuilt er ook een gevaar in ‘erbij horen’.

Is mijn keuze ook jouw keuze?

Elk mens zoekt een balans tussen ‘erbij horen’ en zijn of haar ‘eigen weg gaan’. Sla je te veel door in de ‘erbij horen’ richting, dan verlies je jezelf, je eigenheid. Sla je te veel door in ‘je eigen weg gaan’ van verlies je de ander. Een goede strategie is dan ook om je vooral aan te sluiten bij mensen die niet te veel afwijken van jouw eigenheid, zodat je niet te veel aanpassingen hoeft te doen. Maar als je alleen maar met mensen waar je het mee eens bent omgaat, dan wordt het ook een beetje saai.

Kun jij jouw groep vinden?

Ik ben ervan overtuigd dat er een niche bestaat voor elke soort mens. Er zijn mensen die het geweldig vinden om te tuinieren, maar ook mensen die het liefst de hele dag achter hun computer zitten om dingen uit te zoeken. Sommige mensen hebben veel behoefte aan contact met anderen, terwijl andere mensen aan ‘af en toe’ een interactie genoeg hebben. Maar hoe groot de verschillen ook kunnen zijn, er zijn altijd meer dingen waarin we hetzelfde zijn. De balans vinden is waar het om draait.

#Samensterk in actie

We zijn #samensterk als we verschillen respecteren en ondersteunen. Als we erkennen dat we, als mens, sowieso meer met elkaar gemeen hebben dan we van elkaar verschillen en op zoek gaan naar de grootste gemene deler. Hoe zijn we #samensterk? Hoe kunnen we #samenhelen. Als je de categorieën groot maakt voelt iedereen dat zij erbij horen! Want als je ook maar één iemand buitensluit, dan ontstaat er een wij vs. zij. Daarvan hebben we al genoeg in de wereld en daar komen we niet verder mee.

Erbij horen

Het is vanzelfsprekend dat we als mensheid bij elkaar horen. Dat alle mensen erbij horen. Het is even vanzelfsprekend dat we het niet over alles eens zullen zijn of worden en dat is oké. Laten we de ander respecteren in zijn anderszijn. Dan kan ook de ander erbij horen en verrijkt onze ervaring doordat er andere invloeden bij komen.

Over niet ‘erbij horen’

Voor veel slachtoffers van seksueel misbruik geldt dat ze zich eenzaam voelen omdat zij niet vanzelfsprekend meer bij hun familie horen. Ze voelen zich anders, worden uitgestoten of moeten erg hun best doen om er nog een beetje bij te passen. Daarover schreef Marjolein een blog: ik wil er (niet) bij horen

Normaliseren of stigmatiseren

In plaats van het gedrag en de emoties van het slachtoffer te normaliseren krijgen veel slachtoffers van seksueel misbruik vroeg of laat te maken met een psychiatrische diagnose. Het gedrag dat ontstaat vanuit triggers, vanuit de langetermijneffecten van seksueel misbruik, geeft daar wel enige aanleiding toe. Als een diagnose bestaat uit vinkjes op een checklist, dan zal menig slachtoffer zelfs meerdere diagnoses toebedeeld krijgen.

Hoe zinvol is een diagnose

Een diagnose is alleen zinvol als het iets duidelijker maakt dan het al is. Verder is het vooral nuttig voor de zorgverzekering. Wanneer er sprake is van seksueel misbruik, dan zijn de meeste gedragingen vrij eenvoudig te duiden. Door het te bekijken in de context van seksueel misbruik, kun je het gedrag en de emotie normaliseren. Een voorbeeld:

Onredelijk boos

Sommige slachtoffers van seksueel misbruik kunnen bij het minste of geringste onredelijk boos worden. Stampvoeten, schelden: als het een kind van twee was zou je zeggen: driftbui, de nee van twee of de peuterpuberteit.

Je bent echt (even) een kind van twee

Juist die geringe aanleiding gecombineert met het bovenmatig boos zijn, doen vermoeden dat het gaat om een getriggerde ervaring. Dat betekent dat wat je doet ook daadwerkelijk een kind is, dat reageert op ‘iets’ wat herinnert aan het seksueel misbruik. Wanneer je dat als omstander weet, kan deze wellicht milder kijken naar het gedrag. Wanneer je het als slachtoffer weet, kun je jezelf en je boosheid op een veilige manier de ruimte geven. Veilig voor jezelf en anderen, zodat je, in je driftbui, niet meer kapot maakt dan je lief is.

Diagnose en gedrag

Wanneer iemand regelmatig dergelijke woedeuitbarstingen heeft, welke volstrekt niet in verhouding staan met wat er gebeurt, dan zou je kunnen gaan denken aan een diagnose borderline. Als je dan zo’n vinkjes-test afneemt, zou je ook nog gelijk krijgen en mogelijk is dat ook helpend, omdat die diagnose toegang geeft tot helpende therapiesoorten. Maar de langetermijneffecten van seksueel misbruik bieden in feite al een afdoende verklaring voor het gedrag (en zouden voldoende aanleiding moeten zijn om een dergelijke therapie te gaan doen).

Diagnose is overbodig

Het stellen van een diagnose is volgens mij een overbodige stap als je al weet dat je te maken hebt met de langetermijneffecten van seksueel misbruik. Het is helaas vaak een noodzakelijke stap om toegang te krijgen tot therapieën die vergoed worden door verzekeraars. Maar het is een oefening die vooral voor de financiën bedoeld is, die verder niets toevoegt aan het begrip voor de persoon. Maar zo’n label is niet zonder gevolgen.

Stigma

Wanneer je een diagnose krijgt, ben je ineens een psychiatrisch patiënt. De ene diagnose is nog heftiger qua stigma dan de ander. Je zal maar ineens Borderline stoornis hebben, of Narcisme, Depressie, Dissociatieve stoornis, Complexe PTSS of een Vermijdende persoonlijkheidsstoornis hebben. Dat klinkt toch allemaal alsof het nooit meer goed met je kan komen?

Normaliseren

De langetermijneffecten van seksueel misbruik komen heel veel voor. Als je kijkt naar de symptomen die genoemd staan in de zelftest, zul je zien dat wat jij meemaakt heel normaal is. Seksueel misbruik geeft aanleiding tot een hele reeks gedragingen en emoties die heel normaal zijn, gegeven het feit dat je seksueel misbruik hebt meegemaakt. Als je op deze manier naar trauma kijkt, krijg je gelijk meer hoop. Er is niets mis met jou, je hebt nare dingen meegemaakt en draagt daarvan de logische sporen. En helen kan!

Borderline Persoonlijkheidsstoornis heeft een nieuwe naam nodig

Borderline persoonlijkheidsstoornis (BPS) is een label dat zeer stigmatiserend werkt en de conditie is vaak onbegrepen. Volgens Australisch onderzoek is het voor BPS-ers erg lastig om goede, betaalbare hulp te vinden. Dit artikel is geïnspireerd door een Engelstalige blog, waarvan ik de link helaas niet heb opgeslagen. Het originele artikel breekt een lans voor een nieuwe kijk op Borderline als zijnde een Trauma-spectrum aandoening, in plaats van een persoonlijkheidsstoornis. Het noemt een paar goede punten.

Een kwetsbare doelgroep

Van elke 100 patiënten die behandeling in de residentiële psychiatrie krijgen, zijn er 43 met de diagnose BPS. Deze mensen zijn kwetsbaar, impulsief en erg gevoelig voor kritiek. Desondanks ontmoeten ze juist veel stigma en discriminatie als ze hulp zoeken.

Psychische problemen zijn geen zwakte

Inmiddels zijn de meeste mensen er wel uit dat psychiatrische aandoeningen geen teken zijn van zwakte, maar een serieuze ziekte. Waar het om BPS gaat is dat stigma er nog wel. Een deel daarvan ontstaat als gevolg van de manier waarop we deze conditie benaderen en een deel komt uit de naam zelf.

Borderline Persoonlijkheid Stoornis

In plaats van de ‘Borderliner’ te framen als iemand met een persoonlijkheidsstoornis, zou het beter zijn om over BPS te spreken als een complex gevolg van trauma. Het is tijd dat we de naam veranderen.

Hoe vaak komt BPS voor?

BPS komt verrassend veel voor, bijna 1 tot 4 procent van Australiers heeft er last van. Het voornaamste kenmerk is moeite om emoties te reguleren, een onstabiel zelfbeeld, moeite met relaties en zichzelf herhalend destructief gedrag.

Traumatische ervaringen

De meeste mensen die last hebben van BPS hebben een geschiedenis van ernstig trauma, vaak al vanuit de kindertijd. In veel gevallen gaat het om seksueel en fysiek misbruik, extreme verwaarlozing en/of een scheiding van familie of geliefden. Nagenoeg iedereen met deze diagnose is mishandeld of seksueel misbruikt. Dit is uitgebreid gedocumenteerd en onderzocht.

Gevolgen van ernstig misbruik

Bij de mensen met een geschiedenis van ernstig misbruik blijkt dat deze slechter reageren op de behandeling dan de enkeling die géén geschiedenis van misbruik en mishandeling heeft. Ook plegen zij vaker zelfmoord, doen vaker pogingen en doen vaker aan zelfbeschadiging. Ongeveer 75% van de BPS patiënten doen een zelfmoordpoging op enig moment in hun leven. Eén op de tien maakt uiteindelijk daadwerkelijk een einde aan hun leven.

DSM-5 noemt trauma niet

De DSM-5 noemt trauma niet als diagnostische factor in de diagnose BPS, ondanks de niet te verwaarlozen link tussen BPS en trauma. Dit heeft als gevolg dat BPS gezien blijft worden als een persoonlijkheidsstoornis. Het zou beter zijn als BPS gezien zou worden als een stoornis in het trauma-spectrum, vergelijkbaar met chronische of complexe PTSS.

PTSS en BPS vergelijken

Er zijn veel overeenkomsten tussen PTSS en BPS. Mensen met één van deze condities hebben moeite om hun emoties te reguleren. Ze ervaren aanhoudende gevoelens van leegte, schaamte en schuld en ze hebben beide een sterk verhoogd risico op zelfmoord.

Waarom is het label ‘borderline’ zo’n probleem?

Mensen het label ‘persoonlijkheidsstoornis’ geven, kan een negatief effect hebben op hun toch al verstoorde zelfbeeld. Een ‘persoonlijkheidsstoornis’ vertaalt zich in de geest van de meeste mensen in een fout in je persoonlijkheid en dit kan de toch al aanwezige gevoelens van waardeloosheid en zelfhaat versterken. Hierdoor gaan mensen met BPS zichzelf nog negatiever zien, maar het kan ook veroorzaken dat andere mensen om hen heen dit ook gaan doen.

Zelfs hulpverleners hebben soms negatieve reacties op BPS

Ook therapeuten hebben soms een negatieve houding richting mensen met BPS, omdat ze hen zien als manipulatief of niet bereid om zichzelf te helpen. Omdat mensen met BPS soms weerstand hebben en niet meteen instappen bij de behandeling, reageren therapeuten en andere hulpverleners vaak vanuit frustratie. Deze houding zie je veel minder als hulpverleners werken met mensen met PTSS en andere trauma gerelateerde aandoeningen.

Wat zou een nieuwe naam bijdragen?

Door BPS expliciet te linken aan trauma zou in elk geval een deel van het stigma en de daarmee verbonden schade voorkomen kunnen worden. Dat kan helpen om de weerstand tegen de behandeling te verminderen en dat zou tot beter resultaat kunnen leiden. Wanneer mensen met BPS merken dat mensen afstand nemen en hen niet serieus nemen, kan het zijn dat ze zichzelf beschadigen of de hulpverlening stop zetten. Hulpverleners reageren daar dan weer op met verdere afstandelijkheid waardoor een negatieve spiraal ontstaat.

Vicieuze cirkel

Uitendelijk leid dit mogelijk tot een wat psychiatrisch researcher Ron Aviram, uit de VS noemt een: ‘zichzelf vervullende voorspelling en een cyclus van stigmatisering waar de cliënt en de therapeut bijdragen’.

De onderliggende oorzaak erkennen

Door over BPS na te denken in termen van de onderliggende oorzaak, kan ons helpen om het anders te behandelen, niet meer uitsluitend te focussen op de symptomen. Het zou bovendien het belang van preventieve acties richting het voorkomen van kindermisbruik en mishandeling onderstrepen.

Trauma-spectrum aandoeningen

Als we nou eens beginnen met te denken over de Borderline als een trauma-spectrum aandoening, dan zullen cliënten gezien worden als slachtoffers van onrechtvaardigheden in het verleden, in plaats van de aanstichters van hun eigen ongeluk. BPS is een ingewikkelde aandoening om te behandelen en het laatste wat we moeten doen is het moeilijker maken voor de cliënten en hun naasten.

Diagnose of niet?

Zelf ben ik geen voorstander van diagnoses, ik ervaar ze bijna altijd als nodeloos stigmatiserend, zeker als het gaat om slachtoffers van seksueel misbruik. Wel denk ik dat áls je dan een diagnose stelt, het van belang is dat de oorzaak hierin meegenomen wordt.

 

Ouderschap na seksueel misbruik

Ouderschap is voor veel slachtoffers van seksueel misbruik een onzeker avontuur. Seksueel misbruik heeft veel invloed op je leven en zorgt ervoor dat je behoorlijk wat extra zaken te overwinnen hebt. Hoe kun je ervoor zorgen dat je jouw trauma niet overbrengt op je kinderen? Wat doe je als je eigen familie niet voor jou klaarstaat? Hieronder geef ik zeven factoren die bijdragen aan ‘succesvol’ ouderschap. Plus nog één bonustip 😉

Factor 1: Een stabiele, betrouwbare partner kiezen

Niets is zo helpend voor succesvol ouderschap als wanneer beide ouders betrouwbaar zijn. Natuurlijk kun je niet in de toekomst kijken en veel huwelijken stranden nu eenmaal, maar je kunt wel naar je partners eerdere gedrag kijken als mogelijke voorspeller. Heeft hij of zij in het verleden langdurige relaties gehad? Hoe zijn die geëindigd? Met hoeveel respect (of disrespect) praat hij of zij over deze relatie? Dit zijn manieren waarop je kunt peilen of je iemand naast je hebt die er voor de langere termijn met jou zal zijn. Het is daarnaast van belang dat je partner weet heeft van jouw ervaringen en je hierbij kan ondersteunen indien nodig.

Factor 2: De eigen traumatische jeugdervaringen verwerken

Niet iedereen heeft de luxe om te kiezen voor verwerking voordat ze zich aan ouderschap wagen, omdat soms trauma’s uit het verleden zich pas later aandienen. Maar als je weet dat je seksueel misbruik hebt meegemaakt, zorg er dan voor dat je dit trauma verwerkt, zowel voor jezelf als voor je toekomstige kinderen. Zoek hulp bij een ervaren therapeut die weet heeft van seksueel misbruik. Je kunt nooit helemaal voorkomen dat je later nog eens getriggerd raakt, maar hoe meer je al verwerkt hebt, hoe groter de kans dat jouw kinderen daar geen last van zullen ondervinden.

Factor 3: Een loyaal en steunend sociaal netwerk opbouwen

Zeker wanneer je van je eigen familie niet veel te verwachten hebt in dit kader, is het van groot belang dat je mensen om je heen verzamelt die jou kunnen ondersteunen en die er ook over een aantal jaren nog zullen zijn. Dat zijn niet de mensen die je bij het stappen ontmoet, maar de mensen die je mee naar huis neemt, die je helpen met verhuizen of behangen. Dat zijn mensen die je kunt en durft te vertellen over jouw verleden, zodat ze jou ook kunnen steunen als je dat nodig hebt. Mensen die je vertrouwt omdat ze dat vertrouwen waard zijn. Het opbouwen van zo’n netwerk vraagt tijd en inzet, maar het betaalt zich tienvoudig terug.

Factor 4: Reële en gepaste verwachtingen van je ouderschap

Het verbaast me altijd als mensen allerlei websites raadplegen om hun nieuwste telefoon uit te zoeken, alle in’s en out’s ervan te weten proberen te komen, terwijl als je hen vraagt hoe hun partner denkt over belangrijke zaken ze je blanco aankijken. Soms komen mensen er pas na hun huwelijk achter dat hun partner liever geen kinderen wil. Of wil verhuizen naar Zweden. Of de kinderen graag religieus of juist niet wil opvoeden. Hoe nauw wil je opa en oma betrokken hebben bij de kinderen? Vaccinatie? Dopen? Suiker of niet? Dat zijn hele gezonde vragen om te stellen, voordat je kinderen uitnodigt in je leven.

Factor 5: Goede keuzes maken

Goed is een oordeel en wat een goede keuze is, dat maakt iedereen zelf uit. Maar dat betekent niet dat je niet kunt kijken naar de basis van waaruit je keuzes maakt. Een goed voorbeeld is je partnerkeuze. Kies je op basis van (seksuele) aantrekkingskracht? Het kan heel leuk zijn om een mooie man of vrouw naast je te hebben, maar maak je deze keuze op basis van hormonen? Seksuele voorkeur? Betrek je hierin ook het langere perspectief? Welke opvoedstijl heeft je partner? Welke trauma’s brengt hij of zij mee? Hoe gedraagt deze persoon zich naar kinderen toe? Wat is de invloed van zijn of haar familie? Op welke grond besluit jij of je wél of niet met iemand in zee gaat?

Factor 6: Kunnen omgaan met stress en tegenvallers

Stressbestendigheid is een belangrijke factor in succesvol ouderschap. Kinderen gaat dit zeker testen! Bestand zijn tegen de stress van allerlei soms tegenstrijdige belangen die aan je trekken, jezelf kunnen blijven, ook als je kind loopt te jengelen of je puber opstandig doet. Stressbestendigheid is niet direct het eerste waar je aan denkt als overlever van seksueel misbruik. Toch kan het heel goed zijn dat het je juist helpt dat je voorafgaand aan je ouderschap al flink geoefend hebt met tegenvallers. Als je teleurstellingen kunt verdragen en drie keer diep kunt ademhalen als er onverwachte dingen gebeuren, ben je de stress een stap voor.

Factor 7: Geluk hebben

Naast allerlei dingen waar je zelf, in de voorbereiding, iets aan kunt doen, is er ook nog de X-factor. Geluk. Elke vader, elke moeder, heeft een dosis geluk nodig. Het geluk dat je op het juiste moment tegen de juiste partner aanloopt. Het geluk dat je zwanger raakt op een tijdstip dat het ook past binnen je leven. Het geluk dat je kind gezond is. Zonder geluk vaart niemand wel, zeggen ze.

Bonustip

Accepteer dat je mens bent en dat je fouten zult maken. Dat doen alle ouders en dat is helemaal niet erg. Je kunt maar beter van te voren weten dat je niet alles goed kunt doen, dan kun je ook makkelijker naar je kinderen toegeven: ‘Dat heb ik niet goed gedaan’. Doe gewoon je best om hen een goede start in het leven te geven.

Kijken door je traumabril

De rol van de traumabril

De betekenis die we hechten aan het seksueel misbruik uit ons verleden, is een factor in hoe we de kwaliteit van leven beoordelen. Het is de bril waarmee je naar de werkelijkheid kijkt? Kijk jij door een Traumabril naar de wereld? En hoe kun je daar verandering in brengen?

‘Hoe wij betekenis geven aan wat er in ons leven gebeurt, heeft grote invloed op de kwaliteit van leven.’

 

De rol van het verleden veranderen

De beleving van het misbruik en de gevolgen ervan zijn doorgaans dramatisch en verstoren de natuurlijke gang van kind-zijn naar volwassen-zijn. Dat te ontkennen leidt alleen maar tot meer ellende, dus ontkennen heeft weinig zin. Maar je kunt de betekenis van het seksueel misbruik in je leven wél veranderen. Door te helen kun je het een kleinere rol geven en zowel de pijnlijke als de positieve effecten ervan erkennen.

De traumabril

Eén van de langetermijneffecten van seksueel misbruik is dat je gebeurtenissen in het heden soms waarneemt met de bril van het verleden. Je zit vast in een verwachtingenpatroon waarbij bv. ‘iedereen altijd alles’ of ‘niemand, nooit, niks’ goed of fout kan doen. Je kijkt als het ware naar de wereld door het tegenovergestelde van een roze bril. Je kijkt door je traumabril.

Wat gebeurt er als je door je traumabril kijkt?

Stel je voor, je hebt een afspraak om te gaan wandelen met een vriendin en op het laatste moment zegt ze af. Vervelend natuurlijk, jij had je jas bij wijze van spreken al aan. Als je door je traumabril kijkt, kun je denken: ‘Zie je wel, ze vindt mij niet belangrijk’ of ‘Zie je wel, zij is niet te vertrouwen’ of ‘Zo gaat het nou altijd!’ Die gedachten maken dat je je slecht voelt, minderwaardig of boos. Misschien verbreek je zelfs de vriendschap.

Terug naar de feiten

Om je traumabril af te zetten, moet je eerst erkennen dat je hem draagt. De tweede stap is om terug te gaan naar de feiten. Wat is er in het hier en nu aan de hand? Je vriendin heeft op het laatste moment afgezegd. Dat is misschien vervelend voor je, maar verder weet je eigenlijk niets. Al het andere wat je denkt, zijn de gedachten die voortkomen uit je traumabril.

Als je die traumabril afzet, krijg je ruimte

Op het moment dat je kunt erkennen dat je vanuit je eigen trauma kijkt, zet je die bril af en kijk je vanuit wat het werkelijk betekent, voor jou op dat moment. Dan komt er ruimte voor minder negatief gekleurde gedachten. Misschien dat je dan alleen gaat wandelen, of extra tijd hebt om thuis met een boek op de bank te zitten. Of er is misschien iemand die je kunt bellen en vragen om mee te gaan. Of zelfs dat je het fijn vindt dat je vriendin zich niet verplicht voelt, zich vrij genoeg voelt om af te zeggen als het voor haar niet klopt.

Herken jij je eigen traumabril?

Een manier om de traumabril te herkennen is het zinnetje ‘zie je wel’, of het gebruik van woorden als ‘weer’ en ‘zo gaat het nou altijd’. Als je wilt weten hoe jouw traumabril in elkaar steekt, schrijf dan eens op wat je denkt als er iets gebeurt, zoals je vriendin die afzegt. Zodra je gaat herkennen wanneer je de Traumabril opzet, kun je ook gaan experimenteren met verschillende brillen.

Onderzoek ‘Plegerkenmerken van seksueel kindermisbruik’

Onderzoek naar plegers

Met toestemming van de auteurs publiceer ik hier het onderzoek ‘Plegerkenmerken van seksueel kindermisbruik in de sport vanuit slachtofferperspectief’ van Vertommen e.a.

De moeilijkheid bij onderzoek naar plegerkenmerken

Onderzoek naar plegers is moeilijk uitvoerbaar, omdat er in feite alleen bekende plegers geïnterviewd kunnen worden. Dit is doorgaans de veroordeelde zedencrimineel. Deze groep is niet representatief voor de gehele groep plegers, omdat met name de incestpleger hierin ondervertegenwoordigd is (Bij incest wordt door loyaliteitsverstrengelingen nog minder vaak aangifte gedaan).

Plegerkenmerken vanuit slachtofferperspectief

Het is een verfrissende benadering om plegerkenmerken te onderzoeken door er slachtoffers naar te vragen en dat is wat dit onderzoek heeft gedaan. Dit onderzoek beperkt zich daarnaast tot plegers binnen de sportwereld. Het beeld wat daaruit ontstaat is dan ook niet op alle plegers toe te passen. Meer onderzoek zou nodig zijn voor een bredere groep plegers.

Cijfermatige resultaten

Het onderzoek vergelijkt prevalentiecijfers van het onderzoek met de prevalentie in de berichtgeving over seksueel misbruik in de media. Daaruit blijkt dat de media vooral focussed op mannelijke plegers, coaches en trainers, terwijl in werkelijkheid maar liefst 45% van het misbruik door medesporters wordt gepleegd. Ook heeft de media het alleen maar over mannen, terwijl 24% van de slachtoffers (ook) vrouwelijke plegers melden.

Het kwalitatieve onderzoek

Doordat het verdere kwalitatieve onderzoek slachtoffers die ten tijde van het misbruik 16+ waren uitsloot, zijn alle acht slachtoffers die hieraan deelnamen misbruikt door een trainer. (Onduidelijk is of dit betekent dat jongere slachtoffers vaker door trainers/autoriteiten worden misbruikt.) Verder gaat het in alle gevallen om slachtoffers van meerjarig seksueel misbruik.

Het beeld van plegerkenmerken vanuit het slachtoffer gezien

Het algemeen beeld dat over plegers ontstaat vanuit dit onderzoek, ziet er als volgt uit. Uiteraard is meer onderzoek noodzakelijk en dit is slechts mijn selectie uit het onderzoek.

De kenmerken die meerdere slachtoffers noemen zijn:
  • Nood aan controle en bevestiging
  • Aanzien binnen de sport
  • Nauwelijks leven buiten de sport
Naast persoonlijkheidskenmerken komen ook kenmerken van de interactie naar voren:
  • Contact zoeken buiten de sport om
  • Machtsmisbruik
  • Afzondering/isolatie van het slachtoffer
  • Bestraffing, bedreiging en chantage
Kenmerken van de omgeving:
  • Blind vertrouwen in de trainer
  • Meerdere slachtoffers (zes van de acht)

Het hele onderzoek is zeker de moeite waard om te lezen. Met permissie deel ik het dan ook hier: Plegerkenmerken van seksueel misbruik in de sport vanuit slachtofferperspectief

Wat leren we hieruit?

Wanneer het gaat om misbruik te voorkomen, dan denk ik dat het belangrijk is om de focus te verleggen van het ‘kinderen weerbaar maken’. Het leeftijdsverschil alleen al maakt dat dit onbegonnen werk is. In plaats daarvan kunnen we aan omgevingsfactor één, blind vertrouwen, zeker iets doen. Met #metoo in het achterhoofd en de uitkomsten van commissie De Vries (1 op de 8 sporters heeft te maken met seksueel misbruik) is het naïef om een coach of trainer blind te vertrouwen.

Pas op voor te grote ego’s

Als het gaat om machtsmisbruik: dit laat zich veelal ook zien in andere gedragingen van plegers, niet slechts in het seksueel misbruik gedeelte van hun activiteiten. De grootste egos uit de sportwereld, de mensen die zich met grote geldingsdrang moeten bewijzen, die zich onaantastbaar wanen … hebben in elk geval één van de plegerkenmerken. Ik heb het al eerder gezegd: een beetje paranoïa is misschien zo gek nog niet.

Het nog niet vertelde verhaal over seksueel misbruik

Hieronder vind je een blog van Marcel Kerkhofs met daarin zijn gedachten over waar we staan in relatie tot het bredere verhaal van seksueel misbruik. Marcel Kerkhofs is ervaringsdeskundige en heeft een praktijk onder de naam ‘Crafting people’. Kijk gerust ook eens op zijn profiel

Het nog niet vertelde verhaal over seksueel misbruik

De laatste jaren is er een golf van verhalen en bewegingen om misbruik onder de aandacht te brengen. Enerzijds voor de (h)erkenning van talloze slachtoffers en anderzijds om de bewustwording te vergroten. Ook mijn verhaal is inmiddels verteld en opgenomen in het boek ‘Anonieme Helden van seksueel misbruik‘.

Er zijn talloze persoonlijke verhalen in de omloop omtrent seksueel misbruik, maar wat een zwaar onderbelicht aspect is, naar mijn idee, is de gebrekkige en structureel falende hulpverlening, die voortkomt uit de onkunde van de meeste hulpverleners en het ongemak vanuit de samenleving om dit ‘ongemak’ en de omvang ervan werkelijk onder ogen te zien.

Een pandemie van seksueel misbruik

Als er in Nederland (en de wereld) al sprake is van een pandemie dan zou het die zijn van seksueel misbruik. Met 1/3 vrouwen en 1/6 mannen komen we in Nederland in totaal uit op een dikke 4.000.000 slachtoffers. En in het kielzog daarvan kan je zelf uitrekenen over hoeveel daders we het dan hebben. Ik heb hier geen cijfers van, maar meer dan 100.000 lijkt me een conservatieve schatting. Hierbij dient te worden aangetekend dat ongeheelde slachtoffers vaak daders worden en omgekeerd vanuit onbewuste of semi-bewuste trauma-herenscenering. Denk hierbij aan soldaten die met alle geweld na de oorlog terugwillen naar het slagveld (slachtveld?).

In elke straat, op elk plein

Laat de getallen maar es op je inwerken. In elke straat leven dus in ieder geval slachtoffers en hoogstwaarschijnlijk ook daders. Dit is voor veel mensen een zeer ongemakkelijke gedachte en dus wordt het probleem nog steeds gebagatelliseerd of (weliswaar goedbedoeld) geindividualiseerd door de talloze persoonlijke verhalen die de laatste tijd naar boven komen.

Waar blijft de goede hulpverlening?

Maar de vraag is, levert dit genoeg bewustzijn op voor een betere hulpverlening? Over preventie nog maar niet gesproken. Je kunt een pandemie niet individueel niveau oplossen.

Een wereld te winnen

Als ervaringsdeskundige therapeut merk ik dat er nog een wereld te winnen valt. Het sociale ongemak moet er vanaf, er moet over gesproken worden. Seksueel misbruik komt zo vaak voor dat je het, als je puur op op de cijfers afgaat, normaal zou kunnen noemen.

Niet normaal maken wat niet normaal is

Sommigen proberen seks met kinderen te normaliseren. Iets wat seksueel misbruik alleen maar in de hand werkt. De discussies over pedofilie en wat is toegestaan en wat niet, duiken telkens weer op. Maar niets van dit alles is normaal te noemen; ook niet als het zo vaak voorkomt. De schade bij seks met een kind is zonder uitzondering overwéldigend groot en zonder therapie, in de meeste gevallen levenslang funest voor het slachtoffer en zijn (of haar) omgeving. Dit heb in inmiddels helaas talloze malen zelf waargenomen.

Onbedoelde hertraumatisering door buitenstaanders

Buitenstaanders, waar ik ook professionele hulpverleners mee bedoel, die zelf geen ervaring hiermee hebben, snappen niet wat nu eigenlijk de schade is én hoe groot de gevolgen. Vaak is er sprake van hertraumatisering vanuit goedbedoelde hulp en is er op een gegeven moment zowel bij het slachtoffer als de hulpverlener niet meer duidelijk wat nu nog oorzaak is en wat gevolg. Elk trauma lijkt op elk opnieuw opgedaan trauma in te werken.

Hulp die beschadigt

Zo werk ik momenteel met een cliënt die 5 diagnoses heeft volgens de DSM 5. Bij deze persoon is het grootste trauma wat momenteel speelt, het opgesloten worden in een isoleercel gedurende twee weken. Je zou ook als je geen trauma had hier een trauma aan oplopen, maar bovenop het seksueel misbruik uit de jeugd is dit niet te verdedigen.

Bizarre uitwassen vanuit onkunde

Vanuit onkunde en ongemak gebeuren er de meest bizarre dingen. Momenteel heb ik iemand in begeleiding die psychologie studeert en die inmiddels 3 psychologen versleten heeft voordat ze bij mij kwam. Want “bij die anderen moest ik eerst over mijn gezinssituatie vertellen”. Met andere woorden, men is bang of te ongemakkelijk om echt aan te horen wat er is gebeurd en mikt op ‘stabilisatie’. Vaak komt dit in de vorm van medicatie wat feitelijk gezien neerkomt op verdoving. In de meest extreme gevallen kan dit wellicht een tijdelijke oplossing bieden; in alle andere gevallen is het juist uitstel van de oplossing en verlenging van het lijden.

Zijn dit geen extreme voorbeelden?

Dit zijn geenszins uitzonderingen bij mij in de praktijk. Het lijkt eerder de norm te zijn dat mensen die bij mij aankloppen een uitgebreide geschiedenis hebben van hulpverlening die in het beste geval niet werkt en in het ergste geval beschadigend en hertraumatiserend is. Dit zijn maar twee voorbeelden, maar bij mij in mijn praktijk is dit helaas ‘normaal’.

Structureel gaat het vaker fout dan goed

Het nog niet vertelde verhaal, is dat er wel meer aandacht is voor de verhalen, maar dat er structureel nog steeds veel meer fout gaat dan goed. De hulpverlening lijkt niet het verschil te snappen tussen de ‘daad’ en de gevolgen. Vaak denkt men dat het een ‘seksueel’ probleem is; maar de gevolgen en de schade op psychisch, psychosomatisch en sociaal niveau zijn nog veel groter.

De schade is veel breder dan de seksualiteit

Zonder seks of met problematische seks leven, is wel een amputatie te noemen. Ik onderschat dan ook niet de seksuele problemen, maar mijn cliënten, voor 80% mannen en 20% vrouwen, hebben bijna allemaal moeite om normaal te functioneren. Zij ondervinden problemen met het aangeven van hun grenzen en deze überhaupt te voelen. Ze lopen vast in werk, in relaties en komen met zichzelf in de knoop.

Twintig tot dertig jaar van oplopende schade

Vaak duurt het zo’n 20-30 jaar voordat het trauma weer naar boven komt en in die 20-30 jaar enorm veel schade veroorzaakt aan de persoon en zijn/haar omgeving. De economische schade is navenant. Velen zitten in de bijstand en/of zijn arbeidsongeschikt verklaard en hebben torenhoge ziektekosten vanwege allerlei ‘onverklaarbare’ klachten die voor mij zonneklaar zijn. Dat betekent overigens niet dat ik ze weg kan toveren…

Bij mannen is de schade nog groter

Overigens lijkt het erop dat de schade bij mannen nóg groter is bij vrouwen. Dit komt waarschijnlijk omdat er nog meer schaamte op seksueel misbruik zit bij mannen en dat mannen meer geneigd zijn hun gevoelens weg te drukken, waardoor er nog meer psychische en psychosomatische klachten optreden.

Educatie over het hele verhaal

Al met al is er nog werk aan de winkel. Heel veel. We komen er niet met alleen het vertellen van nieuwe verhalen. We hebben educatie nodig van hulpverleners, kinderen, ouders, zorgverleners … en ja wie niet eigenlijk? Want ondanks alle verhalen en #metoo’s, #mentoo’s en #kidstoo’s lijkt het er niet bepaald op dat het aantal slachtoffers vermindert. Dát is waar ik uiteindelijk naar toe wil, zodat ik geen ‘werk’ (zo ervaar ik het uiteraard niet) meer heb.

Het niet vertelde verhaal …

Het niet vertelde verhaal is dus eigenlijk een verhaal wat nog geen happy-end of enige vorm van closure heeft. De eerste horde is genomen, langzaam maar zeker komen de verhalen los en mag seksueel misbruik gehoord worden. Een beetje in elk geval. Na de tsunami van verhalen is het tijd om de sloophamer die seksueel misbruik is onder ogen te zien. We zijn eigenlijk nog maar bij hoofdstuk één is aanbeland.

Craftingpeople 2021

Meer lezen van Marcel Kerkhofs, lees hier

Controle en controlerend gedrag

Controle, controle, controle

Mensen die controle over anderen willen, worden in wezen verteerd door angst en projecteren hun angst op anderen.

We hebben allemaal wel eens de neiging om de controle te willen. Op sommige niveaus is het uitoefenen van controle zelfs een belangrijke vaardigheid. We hebben bijvoorbeeld alle recht op controle over ons eigen lichaam en eigen lijf. Hierover controle krijgen is noodzakelijk en bekrachtigend.

Controlerend gedrag

In de negatieve zin wordt controlerend gedrag een neiging om over je eigen grenzen heen te reiken in de levens van anderen. Vaak rationaliseren mensen dit door te denken dat ze de ander helpen. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij ouders die proberen hun (volwassen) te dwingen om zich te gedragen op een manier die zij acceptabel vinden. Het gebeurt ook als partners proberen hun geliefde te controleren.

Problemen met controle

Als je problemen met controle hebt, dan zie je dat vaak terug in meerdere gebieden in je leven. Je hebt de neiging om je te bemoeien met wat er allemaal gebeurt, in plaats van het gewoon te laten gebeuren.

Bijna iedereen doet het

Bijna iedereen heeft op zijn minst een situatie of relatie waarin ze proberen de controle te hebben. Dit gebeurt vaak omdat het gedrag van de ander ons oncomfortabel maakt. We hebben het idee dat het ons in een kwaad daglicht stelt, of we schamen ons ervoor. Als je beste vriendin de neiging heeft om te veel te drinken, kun je bijvoorbeeld de hele avond bezig zijn met te proberen dat te voorkomen.

Confronteren is anders dan controleren

Als een soort kloek proberen om je vriendin te beschermen tegen haar drinkgedrag is iets anders dan haar direct te confronteren met het probleem en haar de beslissing te laten wat ze ermee doet. Controlerend gedrag gebeurt juist als je de situatie niet direct aan de kaak durft te stellen, door te zeggen wat je wilt, gekoppeld aan een onvermogen om het te laten en mensen hun eigen leven te laten leven.

Als jij de controle probeert te houden

Als jij degene bent die de ander controleert, is dat waarschijnlijk omdat je het gevoel hebt dat het mis gaat als je dit loslaat en dat beangstigt je. Als oefening kun je één ding uitkiezen om de controle over los te laten en het zich te laten ontvouwen zonder dat jij ingrijpt. Monitor hoe jij je voelt, zowel voorafgaand als na afloop en onderzoek wat maakte dat jij de situatie onder controle wilde houden.

Loslaten is lastig

Het is soms best lastig om anderen te laten zijn wie zij zijn, vooral als je het idee hebt dat jij beter weet wat goed is voor hen en we zien hen keuzes maken die wij niet zouden maken. Maar als we respectvol en liefdevol naar hen kijken, kunnen we mensen loslaten in het vertrouwen dat zij hun eigen weg zullen vinden, op hun eigen tijd. We geven hen daarmee het begrip dat het hun leven is om te leven.

Een eerste stap om de controle los te laten

Het helpt om jezelf eraan te herinneren dat je maar één leven hoeft te leven en dat is jouw eigen leven. Dit is de eerste stap in het proces van loslaten. Als het je lukt om de controle wat te laten vieren, betaalt dat zich direct terug in meer rust en ruimte in je leven om je eigen dingen te doen.