Borderline Persoonlijkheidsstoornis heeft een nieuwe naam nodig

Borderline persoonlijkheidsstoornis (BPS) is een label dat zeer stigmatiserend werkt en de conditie is vaak onbegrepen. Volgens Australisch onderzoek is het voor BPS-ers erg lastig om goede, betaalbare hulp te vinden. Dit artikel is geïnspireerd door een Engelstalige blog, waarvan ik de link helaas niet heb opgeslagen. Het originele artikel breekt een lans voor een nieuwe kijk op Borderline als zijnde een Trauma-spectrum aandoening, in plaats van een persoonlijkheidsstoornis. Het noemt een paar goede punten.

Een kwetsbare doelgroep

Van elke 100 patiënten die behandeling in de residentiële psychiatrie krijgen, zijn er 43 met de diagnose BPS. Deze mensen zijn kwetsbaar, impulsief en erg gevoelig voor kritiek. Desondanks ontmoeten ze juist veel stigma en discriminatie als ze hulp zoeken.

Psychische problemen zijn geen zwakte

Inmiddels zijn de meeste mensen er wel uit dat psychiatrische aandoeningen geen teken zijn van zwakte, maar een serieuze ziekte. Waar het om BPS gaat is dat stigma er nog wel. Een deel daarvan ontstaat als gevolg van de manier waarop we deze conditie benaderen en een deel komt uit de naam zelf.

Borderline Persoonlijkheid Stoornis

In plaats van de ‘Borderliner’ te framen als iemand met een persoonlijkheidsstoornis, zou het beter zijn om over BPS te spreken als een complex gevolg van trauma. Het is tijd dat we de naam veranderen.

Hoe vaak komt BPS voor?

BPS komt verrassend veel voor, bijna 1 tot 4 procent van Australiers heeft er last van. Het voornaamste kenmerk is moeite om emoties te reguleren, een onstabiel zelfbeeld, moeite met relaties en zichzelf herhalend destructief gedrag.

Traumatische ervaringen

De meeste mensen die last hebben van BPS hebben een geschiedenis van ernstig trauma, vaak al vanuit de kindertijd. In veel gevallen gaat het om seksueel en fysiek misbruik, extreme verwaarlozing en/of een scheiding van familie of geliefden. Nagenoeg iedereen met deze diagnose is mishandeld of seksueel misbruikt. Dit is uitgebreid gedocumenteerd en onderzocht.

Gevolgen van ernstig misbruik

Bij de mensen met een geschiedenis van ernstig misbruik blijkt dat deze slechter reageren op de behandeling dan de enkeling die géén geschiedenis van misbruik en mishandeling heeft. Ook plegen zij vaker zelfmoord, doen vaker pogingen en doen vaker aan zelfbeschadiging. Ongeveer 75% van de BPS patiënten doen een zelfmoordpoging op enig moment in hun leven. Eén op de tien maakt uiteindelijk daadwerkelijk een einde aan hun leven.

DSM-5 noemt trauma niet

De DSM-5 noemt trauma niet als diagnostische factor in de diagnose BPS, ondanks de niet te verwaarlozen link tussen BPS en trauma. Dit heeft als gevolg dat BPS gezien blijft worden als een persoonlijkheidsstoornis. Het zou beter zijn als BPS gezien zou worden als een stoornis in het trauma-spectrum, vergelijkbaar met chronische of complexe PTSS.

PTSS en BPS vergelijken

Er zijn veel overeenkomsten tussen PTSS en BPS. Mensen met één van deze condities hebben moeite om hun emoties te reguleren. Ze ervaren aanhoudende gevoelens van leegte, schaamte en schuld en ze hebben beide een sterk verhoogd risico op zelfmoord.

Waarom is het label ‘borderline’ zo’n probleem?

Mensen het label ‘persoonlijkheidsstoornis’ geven, kan een negatief effect hebben op hun toch al verstoorde zelfbeeld. Een ‘persoonlijkheidsstoornis’ vertaalt zich in de geest van de meeste mensen in een fout in je persoonlijkheid en dit kan de toch al aanwezige gevoelens van waardeloosheid en zelfhaat versterken. Hierdoor gaan mensen met BPS zichzelf nog negatiever zien, maar het kan ook veroorzaken dat andere mensen om hen heen dit ook gaan doen.

Zelfs hulpverleners hebben soms negatieve reacties op BPS

Ook therapeuten hebben soms een negatieve houding richting mensen met BPS, omdat ze hen zien als manipulatief of niet bereid om zichzelf te helpen. Omdat mensen met BPS soms weerstand hebben en niet meteen instappen bij de behandeling, reageren therapeuten en andere hulpverleners vaak vanuit frustratie. Deze houding zie je veel minder als hulpverleners werken met mensen met PTSS en andere trauma gerelateerde aandoeningen.

Wat zou een nieuwe naam bijdragen?

Door BPS expliciet te linken aan trauma zou in elk geval een deel van het stigma en de daarmee verbonden schade voorkomen kunnen worden. Dat kan helpen om de weerstand tegen de behandeling te verminderen en dat zou tot beter resultaat kunnen leiden. Wanneer mensen met BPS merken dat mensen afstand nemen en hen niet serieus nemen, kan het zijn dat ze zichzelf beschadigen of de hulpverlening stop zetten. Hulpverleners reageren daar dan weer op met verdere afstandelijkheid waardoor een negatieve spiraal ontstaat.

Vicieuze cirkel

Uitendelijk leid dit mogelijk tot een wat psychiatrisch researcher Ron Aviram, uit de VS noemt een: ‘zichzelf vervullende voorspelling en een cyclus van stigmatisering waar de cliënt en de therapeut bijdragen’.

De onderliggende oorzaak erkennen

Door over BPS na te denken in termen van de onderliggende oorzaak, kan ons helpen om het anders te behandelen, niet meer uitsluitend te focussen op de symptomen. Het zou bovendien het belang van preventieve acties richting het voorkomen van kindermisbruik en mishandeling onderstrepen.

Trauma-spectrum aandoeningen

Als we nou eens beginnen met te denken over de Borderline als een trauma-spectrum aandoening, dan zullen cliënten gezien worden als slachtoffers van onrechtvaardigheden in het verleden, in plaats van de aanstichters van hun eigen ongeluk. BPS is een ingewikkelde aandoening om te behandelen en het laatste wat we moeten doen is het moeilijker maken voor de cliënten en hun naasten.

Diagnose of niet?

Zelf ben ik geen voorstander van diagnoses, ik ervaar ze bijna altijd als nodeloos stigmatiserend, zeker als het gaat om slachtoffers van seksueel misbruik. Wel denk ik dat áls je dan een diagnose stelt, het van belang is dat de oorzaak hierin meegenomen wordt.

 

Ouderschap na seksueel misbruik

Ouderschap is voor veel slachtoffers van seksueel misbruik een onzeker avontuur. Seksueel misbruik heeft veel invloed op je leven en zorgt ervoor dat je behoorlijk wat extra zaken te overwinnen hebt. Hoe kun je ervoor zorgen dat je jouw trauma niet overbrengt op je kinderen? Wat doe je als je eigen familie niet voor jou klaarstaat? Hieronder geef ik zeven factoren die bijdragen aan ‘succesvol’ ouderschap. Plus nog één bonustip 😉

Factor 1: Een stabiele, betrouwbare partner kiezen

Niets is zo helpend voor succesvol ouderschap als wanneer beide ouders betrouwbaar zijn. Natuurlijk kun je niet in de toekomst kijken en veel huwelijken stranden nu eenmaal, maar je kunt wel naar je partners eerdere gedrag kijken als mogelijke voorspeller. Heeft hij of zij in het verleden langdurige relaties gehad? Hoe zijn die geëindigd? Met hoeveel respect (of disrespect) praat hij of zij over deze relatie? Dit zijn manieren waarop je kunt peilen of je iemand naast je hebt die er voor de langere termijn met jou zal zijn. Het is daarnaast van belang dat je partner weet heeft van jouw ervaringen en je hierbij kan ondersteunen indien nodig.

Factor 2: De eigen traumatische jeugdervaringen verwerken

Niet iedereen heeft de luxe om te kiezen voor verwerking voordat ze zich aan ouderschap wagen, omdat soms trauma’s uit het verleden zich pas later aandienen. Maar als je weet dat je seksueel misbruik hebt meegemaakt, zorg er dan voor dat je dit trauma verwerkt, zowel voor jezelf als voor je toekomstige kinderen. Zoek hulp bij een ervaren therapeut die weet heeft van seksueel misbruik. Je kunt nooit helemaal voorkomen dat je later nog eens getriggerd raakt, maar hoe meer je al verwerkt hebt, hoe groter de kans dat jouw kinderen daar geen last van zullen ondervinden.

Factor 3: Een loyaal en steunend sociaal netwerk opbouwen

Zeker wanneer je van je eigen familie niet veel te verwachten hebt in dit kader, is het van groot belang dat je mensen om je heen verzamelt die jou kunnen ondersteunen en die er ook over een aantal jaren nog zullen zijn. Dat zijn niet de mensen die je bij het stappen ontmoet, maar de mensen die je mee naar huis neemt, die je helpen met verhuizen of behangen. Dat zijn mensen die je kunt en durft te vertellen over jouw verleden, zodat ze jou ook kunnen steunen als je dat nodig hebt. Mensen die je vertrouwt omdat ze dat vertrouwen waard zijn. Het opbouwen van zo’n netwerk vraagt tijd en inzet, maar het betaalt zich tienvoudig terug.

Factor 4: Reële en gepaste verwachtingen van je ouderschap

Het verbaast me altijd als mensen allerlei websites raadplegen om hun nieuwste telefoon uit te zoeken, alle in’s en out’s ervan te weten proberen te komen, terwijl als je hen vraagt hoe hun partner denkt over belangrijke zaken ze je blanco aankijken. Soms komen mensen er pas na hun huwelijk achter dat hun partner liever geen kinderen wil. Of wil verhuizen naar Zweden. Of de kinderen graag religieus of juist niet wil opvoeden. Hoe nauw wil je opa en oma betrokken hebben bij de kinderen? Vaccinatie? Dopen? Suiker of niet? Dat zijn hele gezonde vragen om te stellen, voordat je kinderen uitnodigt in je leven.

Factor 5: Goede keuzes maken

Goed is een oordeel en wat een goede keuze is, dat maakt iedereen zelf uit. Maar dat betekent niet dat je niet kunt kijken naar de basis van waaruit je keuzes maakt. Een goed voorbeeld is je partnerkeuze. Kies je op basis van (seksuele) aantrekkingskracht? Het kan heel leuk zijn om een mooie man of vrouw naast je te hebben, maar maak je deze keuze op basis van hormonen? Seksuele voorkeur? Betrek je hierin ook het langere perspectief? Welke opvoedstijl heeft je partner? Welke trauma’s brengt hij of zij mee? Hoe gedraagt deze persoon zich naar kinderen toe? Wat is de invloed van zijn of haar familie? Op welke grond besluit jij of je wél of niet met iemand in zee gaat?

Factor 6: Kunnen omgaan met stress en tegenvallers

Stressbestendigheid is een belangrijke factor in succesvol ouderschap. Kinderen gaat dit zeker testen! Bestand zijn tegen de stress van allerlei soms tegenstrijdige belangen die aan je trekken, jezelf kunnen blijven, ook als je kind loopt te jengelen of je puber opstandig doet. Stressbestendigheid is niet direct het eerste waar je aan denkt als overlever van seksueel misbruik. Toch kan het heel goed zijn dat het je juist helpt dat je voorafgaand aan je ouderschap al flink geoefend hebt met tegenvallers. Als je teleurstellingen kunt verdragen en drie keer diep kunt ademhalen als er onverwachte dingen gebeuren, ben je de stress een stap voor.

Factor 7: Geluk hebben

Naast allerlei dingen waar je zelf, in de voorbereiding, iets aan kunt doen, is er ook nog de X-factor. Geluk. Elke vader, elke moeder, heeft een dosis geluk nodig. Het geluk dat je op het juiste moment tegen de juiste partner aanloopt. Het geluk dat je zwanger raakt op een tijdstip dat het ook past binnen je leven. Het geluk dat je kind gezond is. Zonder geluk vaart niemand wel, zeggen ze.

Bonustip

Accepteer dat je mens bent en dat je fouten zult maken. Dat doen alle ouders en dat is helemaal niet erg. Je kunt maar beter van te voren weten dat je niet alles goed kunt doen, dan kun je ook makkelijker naar je kinderen toegeven: ‘Dat heb ik niet goed gedaan’. Doe gewoon je best om hen een goede start in het leven te geven.

Kijken door je traumabril

De rol van de traumabril

De betekenis die we hechten aan het seksueel misbruik uit ons verleden, is een factor in hoe we de kwaliteit van leven beoordelen. Het is de bril waarmee je naar de werkelijkheid kijkt? Kijk jij door een Traumabril naar de wereld? En hoe kun je daar verandering in brengen?

‘Hoe wij betekenis geven aan wat er in ons leven gebeurt, heeft grote invloed op de kwaliteit van leven.’

 

De rol van het verleden veranderen

De beleving van het misbruik en de gevolgen ervan zijn doorgaans dramatisch en verstoren de natuurlijke gang van kind-zijn naar volwassen-zijn. Dat te ontkennen leidt alleen maar tot meer ellende, dus ontkennen heeft weinig zin. Maar je kunt de betekenis van het seksueel misbruik in je leven wél veranderen. Door te helen kun je het een kleinere rol geven en zowel de pijnlijke als de positieve effecten ervan erkennen.

De traumabril

Eén van de langetermijneffecten van seksueel misbruik is dat je gebeurtenissen in het heden soms waarneemt met de bril van het verleden. Je zit vast in een verwachtingenpatroon waarbij bv. ‘iedereen altijd alles’ of ‘niemand, nooit, niks’ goed of fout kan doen. Je kijkt als het ware naar de wereld door het tegenovergestelde van een roze bril. Je kijkt door je traumabril.

Wat gebeurt er als je door je traumabril kijkt?

Stel je voor, je hebt een afspraak om te gaan wandelen met een vriendin en op het laatste moment zegt ze af. Vervelend natuurlijk, jij had je jas bij wijze van spreken al aan. Als je door je traumabril kijkt, kun je denken: ‘Zie je wel, ze vindt mij niet belangrijk’ of ‘Zie je wel, zij is niet te vertrouwen’ of ‘Zo gaat het nou altijd!’ Die gedachten maken dat je je slecht voelt, minderwaardig of boos. Misschien verbreek je zelfs de vriendschap.

Terug naar de feiten

Om je traumabril af te zetten, moet je eerst erkennen dat je hem draagt. De tweede stap is om terug te gaan naar de feiten. Wat is er in het hier en nu aan de hand? Je vriendin heeft op het laatste moment afgezegd. Dat is misschien vervelend voor je, maar verder weet je eigenlijk niets. Al het andere wat je denkt, zijn de gedachten die voortkomen uit je traumabril.

Als je die traumabril afzet, krijg je ruimte

Op het moment dat je kunt erkennen dat je vanuit je eigen trauma kijkt, zet je die bril af en kijk je vanuit wat het werkelijk betekent, voor jou op dat moment. Dan komt er ruimte voor minder negatief gekleurde gedachten. Misschien dat je dan alleen gaat wandelen, of extra tijd hebt om thuis met een boek op de bank te zitten. Of er is misschien iemand die je kunt bellen en vragen om mee te gaan. Of zelfs dat je het fijn vindt dat je vriendin zich niet verplicht voelt, zich vrij genoeg voelt om af te zeggen als het voor haar niet klopt.

Herken jij je eigen traumabril?

Een manier om de traumabril te herkennen is het zinnetje ‘zie je wel’, of het gebruik van woorden als ‘weer’ en ‘zo gaat het nou altijd’. Als je wilt weten hoe jouw traumabril in elkaar steekt, schrijf dan eens op wat je denkt als er iets gebeurt, zoals je vriendin die afzegt. Zodra je gaat herkennen wanneer je de Traumabril opzet, kun je ook gaan experimenteren met verschillende brillen.

Onderzoek ‘Plegerkenmerken van seksueel kindermisbruik’

Onderzoek naar plegers

Met toestemming van de auteurs publiceer ik hier het onderzoek ‘Plegerkenmerken van seksueel kindermisbruik in de sport vanuit slachtofferperspectief’ van Vertommen e.a.

De moeilijkheid bij onderzoek naar plegerkenmerken

Onderzoek naar plegers is moeilijk uitvoerbaar, omdat er in feite alleen bekende plegers geïnterviewd kunnen worden. Dit is doorgaans de veroordeelde zedencrimineel. Deze groep is niet representatief voor de gehele groep plegers, omdat met name de incestpleger hierin ondervertegenwoordigd is (Bij incest wordt door loyaliteitsverstrengelingen nog minder vaak aangifte gedaan).

Plegerkenmerken vanuit slachtofferperspectief

Het is een verfrissende benadering om plegerkenmerken te onderzoeken door er slachtoffers naar te vragen en dat is wat dit onderzoek heeft gedaan. Dit onderzoek beperkt zich daarnaast tot plegers binnen de sportwereld. Het beeld wat daaruit ontstaat is dan ook niet op alle plegers toe te passen. Meer onderzoek zou nodig zijn voor een bredere groep plegers.

Cijfermatige resultaten

Het onderzoek vergelijkt prevalentiecijfers van het onderzoek met de prevalentie in de berichtgeving over seksueel misbruik in de media. Daaruit blijkt dat de media vooral focussed op mannelijke plegers, coaches en trainers, terwijl in werkelijkheid maar liefst 45% van het misbruik door medesporters wordt gepleegd. Ook heeft de media het alleen maar over mannen, terwijl 24% van de slachtoffers (ook) vrouwelijke plegers melden.

Het kwalitatieve onderzoek

Doordat het verdere kwalitatieve onderzoek slachtoffers die ten tijde van het misbruik 16+ waren uitsloot, zijn alle acht slachtoffers die hieraan deelnamen misbruikt door een trainer. (Onduidelijk is of dit betekent dat jongere slachtoffers vaker door trainers/autoriteiten worden misbruikt.) Verder gaat het in alle gevallen om slachtoffers van meerjarig seksueel misbruik.

Het beeld van plegerkenmerken vanuit het slachtoffer gezien

Het algemeen beeld dat over plegers ontstaat vanuit dit onderzoek, ziet er als volgt uit. Uiteraard is meer onderzoek noodzakelijk en dit is slechts mijn selectie uit het onderzoek.

De kenmerken die meerdere slachtoffers noemen zijn:
  • Nood aan controle en bevestiging
  • Aanzien binnen de sport
  • Nauwelijks leven buiten de sport
Naast persoonlijkheidskenmerken komen ook kenmerken van de interactie naar voren:
  • Contact zoeken buiten de sport om
  • Machtsmisbruik
  • Afzondering/isolatie van het slachtoffer
  • Bestraffing, bedreiging en chantage
Kenmerken van de omgeving:
  • Blind vertrouwen in de trainer
  • Meerdere slachtoffers (zes van de acht)

Het hele onderzoek is zeker de moeite waard om te lezen. Met permissie deel ik het dan ook hier: Plegerkenmerken van seksueel misbruik in de sport vanuit slachtofferperspectief

Wat leren we hieruit?

Wanneer het gaat om misbruik te voorkomen, dan denk ik dat het belangrijk is om de focus te verleggen van het ‘kinderen weerbaar maken’. Het leeftijdsverschil alleen al maakt dat dit onbegonnen werk is. In plaats daarvan kunnen we aan omgevingsfactor één, blind vertrouwen, zeker iets doen. Met #metoo in het achterhoofd en de uitkomsten van commissie De Vries (1 op de 8 sporters heeft te maken met seksueel misbruik) is het naïef om een coach of trainer blind te vertrouwen.

Pas op voor te grote ego’s

Als het gaat om machtsmisbruik: dit laat zich veelal ook zien in andere gedragingen van plegers, niet slechts in het seksueel misbruik gedeelte van hun activiteiten. De grootste egos uit de sportwereld, de mensen die zich met grote geldingsdrang moeten bewijzen, die zich onaantastbaar wanen … hebben in elk geval één van de plegerkenmerken. Ik heb het al eerder gezegd: een beetje paranoïa is misschien zo gek nog niet.

Het nog niet vertelde verhaal over seksueel misbruik

Hieronder vind je een blog van Marcel Kerkhofs met daarin zijn gedachten over waar we staan in relatie tot het bredere verhaal van seksueel misbruik. Marcel Kerkhofs is ervaringsdeskundige en heeft een praktijk onder de naam ‘Crafting people’. Kijk gerust ook eens op zijn profiel

Het nog niet vertelde verhaal over seksueel misbruik

De laatste jaren is er een golf van verhalen en bewegingen om misbruik onder de aandacht te brengen. Enerzijds voor de (h)erkenning van talloze slachtoffers en anderzijds om de bewustwording te vergroten. Ook mijn verhaal is inmiddels verteld en opgenomen in het boek ‘Anonieme Helden van seksueel misbruik‘.

Er zijn talloze persoonlijke verhalen in de omloop omtrent seksueel misbruik, maar wat een zwaar onderbelicht aspect is, naar mijn idee, is de gebrekkige en structureel falende hulpverlening, die voortkomt uit de onkunde van de meeste hulpverleners en het ongemak vanuit de samenleving om dit ‘ongemak’ en de omvang ervan werkelijk onder ogen te zien.

Een pandemie van seksueel misbruik

Als er in Nederland (en de wereld) al sprake is van een pandemie dan zou het die zijn van seksueel misbruik. Met 1/3 vrouwen en 1/6 mannen komen we in Nederland in totaal uit op een dikke 4.000.000 slachtoffers. En in het kielzog daarvan kan je zelf uitrekenen over hoeveel daders we het dan hebben. Ik heb hier geen cijfers van, maar meer dan 100.000 lijkt me een conservatieve schatting. Hierbij dient te worden aangetekend dat ongeheelde slachtoffers vaak daders worden en omgekeerd vanuit onbewuste of semi-bewuste trauma-herenscenering. Denk hierbij aan soldaten die met alle geweld na de oorlog terugwillen naar het slagveld (slachtveld?).

In elke straat, op elk plein

Laat de getallen maar es op je inwerken. In elke straat leven dus in ieder geval slachtoffers en hoogstwaarschijnlijk ook daders. Dit is voor veel mensen een zeer ongemakkelijke gedachte en dus wordt het probleem nog steeds gebagatelliseerd of (weliswaar goedbedoeld) geindividualiseerd door de talloze persoonlijke verhalen die de laatste tijd naar boven komen.

Waar blijft de goede hulpverlening?

Maar de vraag is, levert dit genoeg bewustzijn op voor een betere hulpverlening? Over preventie nog maar niet gesproken. Je kunt een pandemie niet individueel niveau oplossen.

Een wereld te winnen

Als ervaringsdeskundige therapeut merk ik dat er nog een wereld te winnen valt. Het sociale ongemak moet er vanaf, er moet over gesproken worden. Seksueel misbruik komt zo vaak voor dat je het, als je puur op op de cijfers afgaat, normaal zou kunnen noemen.

Niet normaal maken wat niet normaal is

Sommigen proberen seks met kinderen te normaliseren. Iets wat seksueel misbruik alleen maar in de hand werkt. De discussies over pedofilie en wat is toegestaan en wat niet, duiken telkens weer op. Maar niets van dit alles is normaal te noemen; ook niet als het zo vaak voorkomt. De schade bij seks met een kind is zonder uitzondering overwéldigend groot en zonder therapie, in de meeste gevallen levenslang funest voor het slachtoffer en zijn (of haar) omgeving. Dit heb in inmiddels helaas talloze malen zelf waargenomen.

Onbedoelde hertraumatisering door buitenstaanders

Buitenstaanders, waar ik ook professionele hulpverleners mee bedoel, die zelf geen ervaring hiermee hebben, snappen niet wat nu eigenlijk de schade is én hoe groot de gevolgen. Vaak is er sprake van hertraumatisering vanuit goedbedoelde hulp en is er op een gegeven moment zowel bij het slachtoffer als de hulpverlener niet meer duidelijk wat nu nog oorzaak is en wat gevolg. Elk trauma lijkt op elk opnieuw opgedaan trauma in te werken.

Hulp die beschadigt

Zo werk ik momenteel met een cliënt die 5 diagnoses heeft volgens de DSM 5. Bij deze persoon is het grootste trauma wat momenteel speelt, het opgesloten worden in een isoleercel gedurende twee weken. Je zou ook als je geen trauma had hier een trauma aan oplopen, maar bovenop het seksueel misbruik uit de jeugd is dit niet te verdedigen.

Bizarre uitwassen vanuit onkunde

Vanuit onkunde en ongemak gebeuren er de meest bizarre dingen. Momenteel heb ik iemand in begeleiding die psychologie studeert en die inmiddels 3 psychologen versleten heeft voordat ze bij mij kwam. Want “bij die anderen moest ik eerst over mijn gezinssituatie vertellen”. Met andere woorden, men is bang of te ongemakkelijk om echt aan te horen wat er is gebeurd en mikt op ‘stabilisatie’. Vaak komt dit in de vorm van medicatie wat feitelijk gezien neerkomt op verdoving. In de meest extreme gevallen kan dit wellicht een tijdelijke oplossing bieden; in alle andere gevallen is het juist uitstel van de oplossing en verlenging van het lijden.

Zijn dit geen extreme voorbeelden?

Dit zijn geenszins uitzonderingen bij mij in de praktijk. Het lijkt eerder de norm te zijn dat mensen die bij mij aankloppen een uitgebreide geschiedenis hebben van hulpverlening die in het beste geval niet werkt en in het ergste geval beschadigend en hertraumatiserend is. Dit zijn maar twee voorbeelden, maar bij mij in mijn praktijk is dit helaas ‘normaal’.

Structureel gaat het vaker fout dan goed

Het nog niet vertelde verhaal, is dat er wel meer aandacht is voor de verhalen, maar dat er structureel nog steeds veel meer fout gaat dan goed. De hulpverlening lijkt niet het verschil te snappen tussen de ‘daad’ en de gevolgen. Vaak denkt men dat het een ‘seksueel’ probleem is; maar de gevolgen en de schade op psychisch, psychosomatisch en sociaal niveau zijn nog veel groter.

De schade is veel breder dan de seksualiteit

Zonder seks of met problematische seks leven, is wel een amputatie te noemen. Ik onderschat dan ook niet de seksuele problemen, maar mijn cliënten, voor 80% mannen en 20% vrouwen, hebben bijna allemaal moeite om normaal te functioneren. Zij ondervinden problemen met het aangeven van hun grenzen en deze überhaupt te voelen. Ze lopen vast in werk, in relaties en komen met zichzelf in de knoop.

Twintig tot dertig jaar van oplopende schade

Vaak duurt het zo’n 20-30 jaar voordat het trauma weer naar boven komt en in die 20-30 jaar enorm veel schade veroorzaakt aan de persoon en zijn/haar omgeving. De economische schade is navenant. Velen zitten in de bijstand en/of zijn arbeidsongeschikt verklaard en hebben torenhoge ziektekosten vanwege allerlei ‘onverklaarbare’ klachten die voor mij zonneklaar zijn. Dat betekent overigens niet dat ik ze weg kan toveren…

Bij mannen is de schade nog groter

Overigens lijkt het erop dat de schade bij mannen nóg groter is bij vrouwen. Dit komt waarschijnlijk omdat er nog meer schaamte op seksueel misbruik zit bij mannen en dat mannen meer geneigd zijn hun gevoelens weg te drukken, waardoor er nog meer psychische en psychosomatische klachten optreden.

Educatie over het hele verhaal

Al met al is er nog werk aan de winkel. Heel veel. We komen er niet met alleen het vertellen van nieuwe verhalen. We hebben educatie nodig van hulpverleners, kinderen, ouders, zorgverleners … en ja wie niet eigenlijk? Want ondanks alle verhalen en #metoo’s, #mentoo’s en #kidstoo’s lijkt het er niet bepaald op dat het aantal slachtoffers vermindert. Dát is waar ik uiteindelijk naar toe wil, zodat ik geen ‘werk’ (zo ervaar ik het uiteraard niet) meer heb.

Het niet vertelde verhaal …

Het niet vertelde verhaal is dus eigenlijk een verhaal wat nog geen happy-end of enige vorm van closure heeft. De eerste horde is genomen, langzaam maar zeker komen de verhalen los en mag seksueel misbruik gehoord worden. Een beetje in elk geval. Na de tsunami van verhalen is het tijd om de sloophamer die seksueel misbruik is onder ogen te zien. We zijn eigenlijk nog maar bij hoofdstuk één is aanbeland.

Craftingpeople 2021

Meer lezen van Marcel Kerkhofs, lees hier

Controle en controlerend gedrag

Controle, controle, controle

Mensen die controle over anderen willen, worden in wezen verteerd door angst en projecteren hun angst op anderen.

We hebben allemaal wel eens de neiging om de controle te willen. Op sommige niveaus is het uitoefenen van controle zelfs een belangrijke vaardigheid. We hebben bijvoorbeeld alle recht op controle over ons eigen lichaam en eigen lijf. Hierover controle krijgen is noodzakelijk en bekrachtigend.

Controlerend gedrag

In de negatieve zin wordt controlerend gedrag een neiging om over je eigen grenzen heen te reiken in de levens van anderen. Vaak rationaliseren mensen dit door te denken dat ze de ander helpen. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij ouders die proberen hun (volwassen) te dwingen om zich te gedragen op een manier die zij acceptabel vinden. Het gebeurt ook als partners proberen hun geliefde te controleren.

Problemen met controle

Als je problemen met controle hebt, dan zie je dat vaak terug in meerdere gebieden in je leven. Je hebt de neiging om je te bemoeien met wat er allemaal gebeurt, in plaats van het gewoon te laten gebeuren.

Bijna iedereen doet het

Bijna iedereen heeft op zijn minst een situatie of relatie waarin ze proberen de controle te hebben. Dit gebeurt vaak omdat het gedrag van de ander ons oncomfortabel maakt. We hebben het idee dat het ons in een kwaad daglicht stelt, of we schamen ons ervoor. Als je beste vriendin de neiging heeft om te veel te drinken, kun je bijvoorbeeld de hele avond bezig zijn met te proberen dat te voorkomen.

Confronteren is anders dan controleren

Als een soort kloek proberen om je vriendin te beschermen tegen haar drinkgedrag is iets anders dan haar direct te confronteren met het probleem en haar de beslissing te laten wat ze ermee doet. Controlerend gedrag gebeurt juist als je de situatie niet direct aan de kaak durft te stellen, door te zeggen wat je wilt, gekoppeld aan een onvermogen om het te laten en mensen hun eigen leven te laten leven.

Als jij de controle probeert te houden

Als jij degene bent die de ander controleert, is dat waarschijnlijk omdat je het gevoel hebt dat het mis gaat als je dit loslaat en dat beangstigt je. Als oefening kun je één ding uitkiezen om de controle over los te laten en het zich te laten ontvouwen zonder dat jij ingrijpt. Monitor hoe jij je voelt, zowel voorafgaand als na afloop en onderzoek wat maakte dat jij de situatie onder controle wilde houden.

Loslaten is lastig

Het is soms best lastig om anderen te laten zijn wie zij zijn, vooral als je het idee hebt dat jij beter weet wat goed is voor hen en we zien hen keuzes maken die wij niet zouden maken. Maar als we respectvol en liefdevol naar hen kijken, kunnen we mensen loslaten in het vertrouwen dat zij hun eigen weg zullen vinden, op hun eigen tijd. We geven hen daarmee het begrip dat het hun leven is om te leven.

Een eerste stap om de controle los te laten

Het helpt om jezelf eraan te herinneren dat je maar één leven hoeft te leven en dat is jouw eigen leven. Dit is de eerste stap in het proces van loslaten. Als het je lukt om de controle wat te laten vieren, betaalt dat zich direct terug in meer rust en ruimte in je leven om je eigen dingen te doen.

Over (behandeling van) jonge plegers

Deze blog is een soort vrije vertaling van de informatie die ik op deze blog vond. Over jonge daders is niet veel informatie te vinden, terwijl het natuurlijk wel een onderwerp is dat aandacht verdient. Als we jonge daders kunnen ondersteunen om niet te recidiveren, hebben we naast de jonge dader ook een aantal potentiele slachtoffers voorkomen. Genoeg reden om er eens in te duiken.

Publiekelijk en beleidsmatige engagement. Een overzicht over jonge daders van seksueel misbruik

Als ik consulten geef aan medewerkers van de reclassering, de psychiatrie of het justitiele segment, blijkt vaak dat veel van hen geen enkele voorliggende kennis hebben over dit soort jongeren. Deze professionals zitten echter wel vaak in een positie dat ze beslissingen moeten nemen over deze jongeren, beslissingen die grote gevolgen hebben voor de jongeren zelf, maar ook voor de veiligheid van de samenleving.

De beste voorlichting

Ik heb diverse manieren geprobeerd om relevante informatie te delen, inclusief het geven van presentaties en het schrijven van artikelen. Recent ben ik er achter gekomen dat wat het verschil lijkt te maken is een hand-out van één pagina met basisinformatie. Ik deel het hier in de hoop dat anderen dit ook nuttig zullen vinden.

Jonge daders van seksueel misbruik

De meest recente studies over recidive van jonge daders is bemoedigend laag, rond de drie procent. Natuurlijk is het van belang om individuele casussen goed te bekijken, want recidive zorgt voor veel schade. De totale recidive voor deze groep, inclusief niet seksuele misdaden, schat men rond de dertig procent.

De piek leeftijd

De meest voorkomende leeftijd waarop jeugdigen kinderen misbruiken is dertien. Op die leeftijd plegen bijna 12 op de 10.000 jeugdigen seksueel misbruik. Dit neemt snel af naarmate de jongeren ouder worden (statistieken Canada 2014). Dr. Barbara Bonner, directeur van het ‘National Center on Child Abuse’ omschrijft de vroege adolescentie als een ‘transitie periode waarin het risico op seksueel misbruik plegen hoog is’. De meeste jonge daders kunnen succesvol behandeld worden in de gemeenschap. Het idee dat seksueel misbruik plegen in een transitie periode plaatsvindt, raakt vaak ondergesneeuwd in discussies over supervisie en behandeling.

Risicofactoren voor recidive

Risicofactoren voor recidive zijn onder andere:
  • slachtoffer zijn van misbruik of mishandeling
  • speciaal onderwijs
  • meerdere slachtoffers
  • daden vonden plaats in publieke plaatsen
  • eerdere veroordelingen voor willekeurig welke vergrijpen

Het ontkennen van het seksueel misbruik aan het begin van de behandeling voorspelt niet of de behandeling aanslaat noch of er recidive zal plaatsvinden (Langton et al, 2008)

Positieve voorspellers

Factoren die een positieve uitkomst van de behandeling van jonge daders van seksueel misbruik kan voorspellen zijn ruwweg dezelfde als die van de algemene populatie van jeugdcriminaliteit en reclassering. Counseling methodes die gericht zijn op het oplossen van sociale problemen, vaardigheidstraining, stevige supervisie in de proeftijd en inzetten op sociale ondersteuning zijn goede voorspellers (Lipsey, 2009; Kettrey & Lipsey, 2018).

Ontwikkelingsachterstanden als risicofactoren

Ontwikkelingsachterstanden op het gebied van sociale vaardigheden en impuls controle zijn belangrijke risicofactoren voor jong daderschap. Dit kan gelukkig bijgestuurd worden en dit leidt tot positieve resultaten. Belangrijke elementen van de behandling zijn:

  • doornemen van de specifieke seksuele aanklacht met de familie
  • een veiligheidsplan
  • vaardigheidstraining op sociale probleemoplossing
  • aandacht voor toestemming in seksuele context
  • aandacht voor de wet
  • gezonde seksuele relaties
  • het identificeren van risicofactoren in het delictgedrag
  • een stappenplan maken om recidive te voorkomen
  • een plan maken voor gezonde, sociale relatievorming

Bij de counseling is actieve betrokkenheid van de ouders en eventuele counseling van ouders essentieel. Er is geen bewijs dat voor de jonge dader uithuisplaatsing of opsluiting tot betere resultaten leidt dan begeleiding in de gemeenschap. (Lipsey, 2009).

Commentaar van Ivonne

Het is in ieders belang dat jonge daders goed opgevangen en behandeld worden. Het lijkt erop dat het in het belang van de jonge daders is dat dit in de gemeenschap plaatsvindt. Toch wil ik daar een kanttekening bij zetten, omdat het ook in de gemeenschap is dat het seksueel misbruik heeft plaatsgevonden. Daarbij is het voor slachtoffers vaak moeilijk te verteren als hun dader vrij rondloopt. Dat draagt niet bij aan hun gevoel van veiligheid. Dit moet wat mij betreft in de besluiten rondom behandeling meegewogen worden.

 

Institutioneel verraad

Wat is institutioneel verraad

De term ‘institutioneel verraad’ is geïntroduceerd in 2009 door Jennifer Freyd. Het betekent in officieel taalgebruik: ‘verkeerde dingen die een instituut doet, richting individuen die van dat instituut afhankelijk zijn, inclusief het niet voorkomen, ingrijpen of geen ondersteuning bieden aan slachtoffers als er verkeerde dingen gebeuren die individuen, die verbonden zijn aan het instituut, doen binnen de context van het instituut’ 

De uitleg 😉

Een voorbeeld maakt veel duidelijk: Commissie Samson toonde institutioneel verraad aan in de Jeugdzorg: Binnen de Jeugdzorg, bleek uit haar onderzoek, werd een derde van de kinderen seksueel misbruikt en hun klachten werden niet gehoord of serieus genomen. Het werd stil gehouden. Een kind dat seksueel misbruikt wordt, dat niet gehoord wordt, geen ondersteuning krijgt en zelfs gemaand wordt tot zwijgen, heeft te maken institutioneel verraad.

Kan dat kwaad, institutioneel verraad?

In een belangrijk onderzoek uit 2013 hebben Carly P. Smith en Jennifer Freyd (the betrayal trauma theory) gedocumenteerd dat institutioneel verraad psychologische schade toebrengt. Wanneer instituten seksueel misbruik, verkrachting en seksuele intimidatie onder de mat vegen, brengt dit schade toe aan de slachtoffers en dit ondermijnt het herstel van het slachtoffer (nog los van het feit dat het voortduren van de situatie, dikwijls leidt tot meer slachtoffers of herhaling van slachtofferschap).

Instituten waar dit verraad speelt

De instituten waarvan dit verraad in de afgelopen jaren naar buiten is gekomen zijn legio: jeugdzorg, kinderbescherming, diverse religieuze stromingen, scholen, sportverenigingen, de scouting, het leger, de cultuursector, NGO’s de lijst gaat maar door. Het lijkt erop dat in elk instituut waarbinnen mensen afhankelijk zijn van bescherming door het instituut, deze bescherming jammerlijk heeft gefaald.

Hoe groter het trauma, hoe groter het verraad

Uit het (Amerikaanse) onderzoek blijkt dat mensen die te maken hebben gehad met grote traumatische ervaringen, zoals seksueel misbruik in de jeugd of partnergeweld, buitengewoon ontevreden zijn over hoe de politie hun zaak heeft aangepakt. Zij ontwikkelen wantrouwen naar de politie, voelen zich door politie en justitie verraden, omdat ze onvoldoende gehoord zijn en maar al te vaak niet beschermd zijn tegen verder en voortdurende traumatisering. Naast slachtoffer van seksueel misbruik, worden zij zo (soms meermaals) slachtoffer van institutioneel verraad.

Institutioneel verraad in de Nederlandse situatie

Er is mij geen onderzoek bekend naar institutioneel verraad in de Nederlandse situatie, maar naast de vele instituten waar misbruik en mishandeling aan de orde van de dag waren, zijn er twee instituties waar sprake is van institutioneel verraad die ik hier wil bespreken: De politie en de GGZ.

De politie

Wanneer je slachtoffers vraagt waarom ze niet naar de politie gaan, krijg je antwoorden die allemaal in de richting wijzen van institutioneel verraad:

  • bang om niet te worden geloofd
  • bang dat de politie hen niet kan beschermen
  • aangifte doen helpt niet omdat de bewijslast te groot is
  • de strafmaat is niet in verhouding me de impact van de misdaad op hun leven

De GGZ

Binnen de GGZ is van een derde van de patiëntenpopulatie bekend dat zij te maken hebben gehad met seksueel misbruik. In de korte periode dat ik zelf in de GGZ heb gewerkt (2001), was ik getuige van het volgende: Op de afdeling waar ik werkte was bekend welke patiënten seksuele handelingen verrichtten in ruil voor sigaretten en ook welke patiënten hier misbruik van maakten. Toch greep het personeel niet in.

In dit artikel van Trouw uit 1997 staat:

Als er al een klacht wordt ingediend, wordt die niet serieus genomen. “Het is dan zijn woord tegen het hare, zij heeft het maar verzonnen, het hoort bij haar ziektebeeld en ze wordt genegeerd. Dat hoeft je maar één keer te overkomen en je klaagt echt nooit weer.”

 

Institutioneel verraad

Het artikel gaat nog verder. Peeters, degene die deze kwestie aanhangig maakte:

Peeters is vanaf 1993 aan het werk om een model voor beleid omtrent seksuele intimidatie te ontwikkelen, maar tot nu toe is geen enkel subsidieverzoek gehonoreerd.

Ook hierin schuilt institutioneel verraad: het wegkijken van het probleem seksuele intimidatie van slachtoffers binnen de GGZ én het wegkijken van de subsidieverstrekkers, meestal de Nederlandse overheid.

Meer institutioneel verraad …

Een ander instituut dat nogal eens faalt in het beschermen van kinderen is het gezin. Maar liefst 48% van al het seksueel misbruik vindt plaats binnen het gezin, met nog eens 29% dat binnen de brede familie plaatsvindt. In veel gevallen wordt dat verraad nog eens bekrachtigd door ontkenning als het slachtoffer probeert om hierover te praten. Het gezin is, in geval van incest, niet de hoeksteen van de samenleving, maar de molensteen om de nek van het slachtoffer.

Hoe kunnen we institutioneel verraad aankaarten?

De enige weg die ons als burger open staat om dit type verraad aan te kaarten is de publiciteit te zoeken. Openheid is het beste medicijn. Ook hier komen we hindernissen tegen die op institutioneel verraad duiden. De traditionele media heeft weinig trek om dit soort grote verhalen te brengen, zeker als ze voor hun inkomsten afhankelijk zijn van adverteerders.

Signalen dat het tij keert

Toch zijn er signalen dat steeds meer van dit soort verraad aangekaart word, met de #metoo beweging en de internationale inzet om mensenhandel stop te zetten. Ook een beweging als #savethechildren helpt om het institutionele verraad van de media te doorbreken en seksueel misbruik te agenderen.

Leedvergelijk of de hiërarchie van misbruik

Dit is een vertaling van een artikel van Azure Moyna over leedvergelijk, in opdracht van Stopabuse. Met toestemming vertaald.

Polarisatie

Open gesprekken over seksueel misbruik zijn vaak polariserend (dat geldt voor alle onderwerpen die taboe zijn), maar misbruik is om meerdere redenen polariserend. De treurige werkelijkheid is dat seksueel misbruik mensen uit elkaar drijft en er een rangorde ontstaat, dat er leedvergelijk ontstaat, zelfs onder mensen die zelf misbruikt zijn. Helaas kan ik uit eigen ervaring zeggen dat ik niet altijd steun heb gekregen als ik mijn ervaringen deelde met lotgenoten. Ik kreeg namelijk ook opmerkingen als:

  • ‘Gelukkig was er bij jou geen sprake van lichamelijk geweld, nee, dan mijn vader’
  • Gelukkig ben je niet seksueel misbruikt. Pedofielen zouden ze de doodstraf moeten geven’
  • ‘Het had erger gekunt, denk maar eens aan die meisjes die met kettingen in een kelder vastgebonden zaten in Ohio’

Waarom doen we aan leedvergelijk?

Ik zeg ‘we’ omdat ik in het verleden vergelijkbare dingen heb gezegd, als ik probeerde om uit te leggen hoe verknipt het misbruik dat ik heb meegemaakt was. Maar dit type commentaar is breder dan de individuele meningen van mensen. Het brengt aan het licht dat er zoiets bestaat als een ‘Hiërarchie van misbruik’. De maatschappij heeft een soort rangorde aangebracht in de verschillende typen misbruik, van ergst tot minst erg. Er is zelfs een onderscheid in categorieën tussen legitiem en illegitiem misbruik. De maatschappelijke hiërarchie van misbruik ziet er ongeveer zo uit:

piramide van leedvergelijk

Het is niet zo erg?

Ik hoor best vaak, en ook nog in vrij directe bewoordingen dat verbale of emotionele mishandeling/misbruik niet echt misbruik is, omdat er geen fysieke component in zit. Of dat het ‘gewoon niet zo erg is’. Ik hoor mensen die beweren dat financiëel misbruik niet bestaat zelfs, terwijl ik er meerdere keren getuige van ben geweest. Wat nog schokkender is dan dat de brede maatschappij dit soort oordelen en labels bezigt, is dat mensen die zelf slachtoffer zijn geweest ook in het ‘Misbruik hiërarchie verhaal’ trappen.

De archetypische slachtofferrol

Hoe komt dat nou? Ik geloof dat het antwoord zit in de archetypische slachtofferrol. Het archetype ‘Slachtoffer’ is, net als het ‘Ego’ en het ‘Innerlijk kind’ een onderdeel van de menselijke geest. Vergelijk het met een toneelstuk, waarbij deze archetypische karkaters elk hun rol spelen in verschillende situaties. Op het werk ben je misschien meer het archetype ‘Strijder’ terwijl je thuis wellicht de ‘Matriarch’ bent. De karakters verschillen van persoon tot persoon, maar er één universele waarheid: Als we getriggerd raken, stappen we in het archetype ‘Slachtoffer’.

Het probleem van de overlever van misbruik

Voor overlevers van misbruik is het probleem dat, juist omdat we daadwerkelijk slachtoffer zijn geweest in ons leven, we een emotionele hotspot hebben, die het ‘slachtoffer archetype’ gemakkelijk activeert. Als we in onze slachtofferrol stappen, voelen we ons gekwetst en veroordeeld en hebben we het gevoel dat anderen ons niet begrijpen. Het resultaat is dat we vaker dingen zeggen die neerkomen op leedvergelijk: ‘Ik had het slechter dan jij’.

 Mensen met pijn doen anderen pijn

In Amerika een gezegde: ‘Mensen met pijn doen anderen pijn’. Ik zeg het altijd net even anders: ‘Mensen met pijn kunnen de pijn van anderen niet horen’. Dat betekent, onze slachtofferrol hindert ons om werkelijk empathie voor de ander te voelen. Onze eigen pijn staat dan te veel op de voorgrond. Dit is volgens mij de basis van de ‘Misbruik Hiërarchie’.

Leedvergelijk?

Het probleem met deze hiërarchische rangorde is dat het van misbruik een soort competitie maakt. Dit soort leedvergelijk houdt mensen uit elkaar, in plaats van dat mensen elkaar steunen. Lotgenotencontact wordt hierdoor lastiger. De rangorde houdt ons gescheiden, waardoor het ‘archetype slachtoffer’ vrij spel houdt en dit zorgt er weer voor dat het veel minder waarschijnlijk is dat we de slachtoffer-cyclus doorbreken. Dit is waarom we moeten afrekenen, als slachtoffers, met deze giftige mentaliteit.

De misbruik cirkel

Als we het hiërarchische model wegdoen, wat kunnen we hiervoor dan in de plaats zetten? Ik stel een cirkel-model voor, de ‘Misbruik Munt’. In het midden van de munt zit de diepe pijn die we allemaal ervaren. We staan allemaal op dezelfde munt, ongeacht de vorm waarin het misbruik plaatsvond.

We zijn allemaal waardevol

Al onze ervaringen verdienen erkening. Het is vreselijk om misbruikt te worden, los van de manier waarop dat gebeurt. Pijn is pijn. Mijn pijn neemt jouw pijn niet weg. En jouw pijn neemt de mijne niet weg. Leedvergelijk kunnen we opheffen met empathie. We kunnen de misbruik hiërarchie tegengaan door op te merken wanneer we in onze ‘Slachtofferrol’ stappen en door te weigeren om van misbruik een wedstrijdje te maken. We stappen uit de misbruik hiërarchie door de pijn de anderen hebben geleden te erkennen en ons te realiseren dat de erkenning van de ander niets afdoet aan ons eigen leed. Wanneer we onze empathie aanspreken, stappen we uit de ‘Slachtofferrol’ en in de rol van ‘Heler’.

Stap uit leedvergelijk

Neem met mij, hier en nu, het besluit om uit het leedvergelijk te stappen. Gezamelijke keuzes op een individueel niveau, dragen bij aan grote veranderingen in de wereld.

Mijn schaduw in het licht – Mariël Groenen

‘Mijn schaduw in het licht’ is een foto-expositie en boek om seksueel misbruik bespreekbaar te maken. Het is een initiatief van Mariël Groenen.

Onder de titel ‘Mijn schaduw in het licht’ organiseer ik een foto-expositie en heb ik een boek gemaakt. De foto’s brengen in beeld wat niet in woorden is uit te drukken. De leidraad is mijn verhaal over de gevolgen van het misbruik door mijn vader en hoe ik mijn verleden verwerkt heb.

Mariël Groenen heeft in 2018 haar eerste boek uitgegeven: ‘De impact van incest op alle levensgebieden’. Begin dit jaar begint bij haar het schrijversbloed weer te kriebelen. ‘Ik wil schrijven over dissociatie en over overlevingsmechanismen. Ik loop ertegen aan dat het een ingewikkeld onderwerp is.’
Dan herinnert zij zich dat ze een jaar eerder een aanbod kreeg van een fotograaf, Jan Stege, om haar verhaal met foto’s vast te leggen. Ze neemt contact met hem op. Het is het begin van een heel avontuur.

Mijn schaduw in het licht van Mariël Groenen

Het verhaal van het ontstaan van het nieuwe boek van Mariël Groenen in haar eigen woorden:

Voorbereiding

In juli bespreek ik met Jan Stege vooral wat ik over wil brengen met de foto’s en welke beelden daarbij passen. Zoals altijd is een goede voorbereiding het halve werk en we steken veel tijd in het samenbrengen van woorden en beelden. Dat het ingewikkeld is, merken we tijdens het afstemmen. Het doel hebben we alvast voor ogen: een foto-expositie én een boek. Eind augustus spreken we af dat we klaar willen zijn om te exposeren tijdens de landelijke week tegen kindermishandeling van 16 tot en met 22 november 2020.

Stroomversnelling

Het project komt in een stroomversnelling. Terwijl Jan Stege start met fotoshoots met modellen, ga ik aan de slag met financiering via subsidies, crowdfunding en communicatie. Het is een intensief proces, het vraagt van me om voor mezelf te staan. Dit blijft gedurende het hele proces een aandachtspunt. Blijven delen, mezelf laten zien, doorzetten als het niet gemakkelijk gaat en daarbij omgaan met de onzekerheid van de steeds veranderende coronamaatregelen.

Fotoshoots en voor mezelf staan

Mijn fotoshoots zijn er ook nog. Bij de voorbesprekingen vind ik vooral zwart-wit foto’s en naakt mooi. Het geeft een bepaalde rauwheid en kwetsbaarheid tegelijk. Pas later realiseer ik me wat dat betekent: naaktfoto’s! Hoewel het echt integere foto’s zijn, moet ik wel even slikken bij de eerste shoot. Naakt voor de camera is confronterend en spannend. Bij de volgende shoots wordt het gemakkelijker en ga ik de shoots leuk vinden. Het wordt meer dan een middel om een doel te bereiken. De foto’s maken dat ik me anders ga voelen over mijn lichaam: meer acceptatie, het wordt meer van mij.

De foto’s zijn leidend

Het schrijven voor het boek verloopt vlot. De foto’s zijn leidend, de tekst is ondersteunend. Het boek vordert snel en wordt steeds completer. Als de vormgever ermee aan de slag is geweest, ben ik verbaasd: wat is het mooi geworden. Na de reacties van de proeflezers, kan ik helemaal opgelucht adem halen: het is goed, het raakt, de boodschap komt over.

Ik kan alle steun gebruiken

Ondertussen blijft er onzekerheid. Hoe gaat het met de financiën, kan de expositie plaatsvinden? Het duurt tot op vandaag. Toch ga ik door. Met het vertrouwen in mijn project en dat het goed komt. Ik kan alles steun nog steeds gebruiken. Wil jij mij helpen? Een bijdrage met of zonder tegenprestatie via crowdfunding, het boek ‘Mijn schaduw in het licht’ bestellen via de voorverkoop en/of mijn project delen met anderen.

Meer informatie

Via wavecoaching.nl kun je meer informatie vinden over het project en over de foto-expositie. Als deze door kan gaan volgens planning, is het van 14 tot en met 17 november in ontmoetingscentrum De Buitengaander te Westerhoven. Bezoek aan de expositie is gratis, alleen aanmelding is nodig vanwege de maatregelen.

Mariël Groenen
info@wavecoaching.nl

Het boek is direct te bestellen bij Mariël Groenen of via Bol.com

Mariël Groenen biedt ook wandelcoaching aan in Riethoven.