Mensen die in psychische nood zijn verdienen goede zorg
Er gaat nogal wat mis in de psychologische/psychiatrische zorg in Nederland en hoe zij omgaan met getraumatiseerde mensen. Met name op het gebied van bejegening en menswaardige behandeling van de cliënten schiet de GGZ vaak haar doel voorbij. Hoe ziet goede zorg eruit? Hoe moet het vooral níet? Mijn ervaringen in de GGZ.
Opgenomen zijn op de PAAZ
In 2017 werd ik opgenomen en heb ik ervaren dat er sprake is van
machtsmisbruik in zorgrelaties. Ik werd gedwongen medicatie te nemen, omdat ik anders een zorgmijder genoemd werd. Later bleek dat ik deze medicijnen niet kon metaboliseren. Ik heb er een lichamelijke beperking aan
overgehouden. Mijn lever heeft schade geleden en ik heb spierspasmen waardoor ik regelmatig pijnaanvallen heb. In de GGZ werd die afgedaan als simulatie.
Acute stress stoornis
Ik wist dat ik last had van een acute stress stoornis ten gevolge van
stalking, maar deze oorzaak werd genegeerd. Ik vroeg om EMDR maar dat werd geweigerd. Mijn telefoon werd ingenomen en zo verloor ik mijn enige contact met mijn dierbaren.
Wat ik zag gebeuren als psycholoog
Mensen die bewegingsdrang hadden vanwege de medicatie die ze voorgeschreven hadden gekregen, moesten van de verpleging stilstaan of ze moesten naar hun kamer, want de verpleging werden er zenuwachtig van. Ze hadden last van bijwerkingen.
Ik zag mensen lopend de PAAZ opkomen en schuifelend als een
Parkinsonpatiënt de afdeling over gaan. Bijna iedereen op de PAAZ kreeg iets van antipsychotica.
Verpleging zat altijd tijdens de maaltijden bij ons aan tafel. Als iemand met een eetstoornis dan aan tafel zat, werd daar geen rekening mee gehouden en de verpleging vertelde over het dieet dat ze volgden.
Een vrouw die volledig verlamd raakte tijdens stress werd door de verpleging
uit haar kamer gesleept. Bij de balie, waar we allemaal in de rij stonden voor onze medicatie uit een bekertje, trapte een verpleegkundige tegen haar aan, omdat ze niet opstond. Ze had verlammingsverschijnselen door stress. De verpleegkundige bleef maar tegen haar aantrappen. Ze hesen haar omhoog, gooiden de medicatie in haar keel, en sleepten haar aan haar armen weer terug naar haar kamer. Ik was verbijsterd.
en dan de verhalen
Ik hoorde verhalen van mensen die onder dwang van een psychiater hun huis hebben verkocht.
Mensen die platgespoten werden, omdat ze met hun armen over elkaar zaten, omdat de psychiater vond dat ze zich afsloten. Hij was immers een ‘expert’ in non-verbale communicatie.
Een man die in een oorlog had gevochten en getriggerd werd door de kleur
van tomatensoep, moest zich niet aanstellen. Hij vroeg naar EMDR
behandeling. Volgens de verpleegkundigen werd dat niet gegeven. Ik zag net
op dat moment de psycholoog met de EMDR-kit langslopen.
Ook hoorde ik meerdere verhalen van mensen die traumabehandeling wilden, maar dat werd geweigerd.
Er was ook een verpleegkundige die dreigde met de isoleercel als je niet met
mes en vork at.
Mannen die psychotisch waren, zaten bij misbruikte vrouwen op dezelfde
afdeling. Veel van die mannen waren seksueel ontregeld, en vielen de vrouwen lastig.
Ook ik liep er als een zombie bij
Ik was zo gedrogeerd door medicatie, dat ik ook op de plek stond te trappelen. Alle bijwerkingen die ik deelde, werden genegeerd. Later bleek ik een genafwijking te hebben, waardoor ik door een bepaald medicijn een leververvetting opliep. Ik liep zonder nog enig besef van decorum met mijn
onderbroek op de knieën en de broek eroverheen en ik was zo gedrogeerd dat ik van de linker muur tegen de rechtermuur botste, op weg naar het
aanlooplokaal. Totaal gedesoriënteerd en mijn mondhoek ging hangen,
waardoor de koffie uit mijn mond liep.
Nog meer medicatie
Mijn lichaam begon spastische bewegingen te maken en er werden nog meer middelen uit de kast getrokken, anti-epileptica, anti-Parkinson middelen. Ik had ik weet niet hoeveel diagnoses. Door de medicatie vergat ik nog veel meer en ik werd ‘een dood paard’ genoemd. Ik was vooral suf van de antipsychotica en ik had een sociaal psychiatrisch verpleegkundige die tegen me zei dat ik normaal kon doen, of hij zou me in ‘De klomp’ gooien, waar daklozen en verslaafden bij elkaar zaten.
Ontmenselijkt
Dat ik door hun medicatie zo gedrogeerd was, leek hij niet te beseffen. Ik
werd incontinent. Zowel psychiaters, arts-assistenten, als sociaal psychiatrisch verpleegkundigen misbruikten hun macht. Er werd geruzied over mijn diagnoses en ik zou volgens hen een depressie hebben; ik moest
een trap onder mijn kont hebben.
Trauma en burn-out
Het feit dat ik een trauma had opgelopen en en een flinke burn-out ten gevolge van de stalking ontsnapte geheel aan hun aandacht. Hoe meer ze me onder druk zetten, hoe meer mijn linker lichaamshelft uitval begon
te vertonen. Ik draaide vlechtjes in mijn haar, ik was helemaal terug in mijn kindertijd. Medicatie kreeg ik op de afdeling en ik werd naar huis gestuurd.
De huisarts
Toen ik eens bij mijn huisarts was, en ik jeuk had onder mijn huid, en beschreef dat het aanvoelde alsof er beestjes kriebelden, zei de huisarts dat ze de psychiater ging bellen. Ik durfde niets meer te zeggen, uit angst dat er weer een oordeel of diagnose of stoornis aan vast zou zitten. Ik legde nog uit dat ik snapte dat er geen beestjes kriebelen onder mijn huid, maar dat ik het
beschrijvend bedoelde. Ik weet nog uit interviews die ik als psycholoog afnam over psychotische ervaringen, dat psychotische mensen soms denken dat er beestjes onder hun huid kriebelen. Ik wist ook dat ze daar meteen aan dachten. Maar het maakte niet uit wat ik zei, ze geloofden me niet. Ik werd niet gehoord.
Twee jaar later
Pas na twee jaar, toen ik met uitvalsverschijnselen, spasmen in mijn nek, wang en gezicht en een hangende mondhoek op de eerste hulp belandde, zei de neuroloog dat ik alle medicatie per direct moest stoppen. De psychiater ging tegensputterend akkoord.
Ik ging voor hulp, maar kreeg meer problemen
Ik ging voor hulp naar de PAAZ, maar kwam er lichamelijk beperkt uit. Daardoor woon ik in een gehandicaptenflat en kan met mijn linkerarm nagenoeg niets meer. Als ik door de medicatie een afspraak vergat, was ik die ‘splittende borderliner’. Zo ging het door. Ik ben uiteindelijk twee jaar op de PAAZ en één jaar in hun psychiatrisch hostel geweest.
Machtsmisbruik en machtsongelijkheid
Ik heb ervaren dat machtsmisbruik en machtsongelijkheid een grote rol speelt
op de PAAZ en in de GGZ, ook toen ik er nog werkte. Psychiaters noemden
psychologen en sociaal psychiatrisch verpleegkundigen hun voetvegen. Het hele systeem is rigoreus hierarchisch ingesteld, met de cliënt op de onderste trede van de ladder.
- Er is geen sprake van gelijkwaardigheid, van écht luisteren.
- Er werd de hele dag over de patiënten geoordeeld
- Collega’s onderling gokten welke diagnose de ander zou hebben.
- Gezamenlijke besluitvorming was er niet.
- Dwang en drang.
- Kwetsbaarheid werd meteen gepathologiseerd.
Misstanden
Ik kreeg antipsychotica, en dan moeten hartfilmpjes worden gemaakt, zeker omdat ik een lekkende hartklep heb. Dat werd niet gedaan.
Ik was een lastige, te mondige patiënt.
Er was een dame die door psychiatrische medicatie dezelfde uitslag had in haar urine, alsof ze illegale drugs had gebruikt. Ze geloofden haar niet dat ze niet gebruikt had.
Op een avond stond een patiënte urenlang koffiekannen, theekannen, stoelen en tafels tegen mijn deur te gooien. Ik kon mijn kamer niet af, omdat ze die op slot doen ’s nachts. Ik was doodsbang. Gelukkig hadden ze me die dag de telefoon niet afgepakt en kon ik mijn vader bellen. De verpleging zat, toen dit aan de gang was, op de gesloten afdeling, in wat wij de vissenkom noemden, een met glas beschermd kantoor. Ik zat op de open afdeling. De verpleging had pas na een uur door dat er iets aan de hand was. Ze zaten gezellig met elkaar aan de koffie in de vissenkom.
Psychiatrisch hostel
Ik woonde naderhand een jaar in een psychiatrisch hostel. Eén van mijn
maatjes dissocieerde ook regelmatig. Als ik de verpleging erbij ging halen, dan werd gereageerd met: ‘ach, dat is … maar’. Ik legde dan maar een koud washandje op haar hoofd en pakte de sigaret uit haar handen en vroeg haar
van alles te benoemen wat ze zag, voelde en hoorde. Verpleging vond dat ze
zelf naar kantoor moest komen, maar ze kon helemaal niet lopen vanwege
spierzwakte, een gevolg van dissociatie.
Pathologisering in plaats van normalisering
Ik ging naar de PAAZ om te normaliseren, omdat ik angst had vanwege een stalking. Maar ik kwam er zwaar gedrogeerd weg en met ettelijke diagnoses. Ik heb geen vertrouwen meer in de DSM en in de hulpverlening al helemaal niet meer. Nu moet ik dus ook mijn eigen beroep heroverwegen en kijken wat ik daar wél in wil.
Ik heb een totaal andere kijk gekregen op psychiatrisch zorg, dat waar mijn hart sneller van ging kloppen, waar ik jaren voor gestudeerd heb. Psychotrauma had mijn grote interesse. Maar wat ik heb gezien, is dat kwetsbare mensen als beesten worden behandeld. De isoleer was er gewoon nog, en soms werden mensen door verpleegkundigen en bewaking tegen de grond gewerkt en naar de isoleer gebracht. Of dat altijd nodig was betwijfel ik.
Naast dat we trauma’s kunnen oplopen in ons leven, door wat onze vader,
kinderen op school, narcistische exen, of anderen ons kunnen aandoen, is de GGZ een plek waar mensen trauma’s oplopen. Wat dit extra kwalijk maakt is dat dit gedaan wordt door de mensen aan wiens zorg ze zijn vertrouwd, die kennis van zaken zouden moeten hebben.
Traumasensitiviteit en psychiatrie
Kennis van trauma is mijns inziens onontbeerlijk en grotendeels afwezig in de psychiatrische zorg. Klachten die ik had werden gezien als onwil en niet
als onvermogen. Iemand die zich een beetje verdiept in trauma en het brein weet dat bij veel stress de prefrontale cortex offline gaat en primitieve hersendelen het overnemen. De prefrontale cortex is nodig voor
planning en organisatie, en daar gaat het mis. Dat is geen onwil, dat is
onvermogen!
Mijn advies aan de psychiatrie
Mijn advies aan de psychiaters, psychologen, sociaal psychiatrisch
verpleegkundigen en verpleegkundigen van de PAAZ:
- Luister écht naar mensen, zonder in je hoofd klachten meteen aan een
psychiatrische diagnose te hangen. - Luister naar patiënten als ze bijwerkingen van medicatie rapporteren.
- Heb ook oog voor de onderlinge dynamiek tussen patiënten. Maak bijvoorbeeld aparte afdelingen voor misbruikte vrouwen en ontregelde mannen, zodat iedereen veilig is.
- Luister naar de patiënt die aangeeft een acute stress stoornis te hebben, als die zichzelf goed kent.
Traumasensitief werken in de psychiatrie
Traumasensitief werken is overal belangrijk, op scholen, in ziekenhuizen, bij de huisarts en tandarts, maar in de GGZ al helemaal. Houd rekening met het verleden van mensen, lichamelijke en emotionele klachten, leeftijd, hormonen, overgangsklachten. Je cliënten zijn mensen, geen losstaande diagnoses en geen pakketje lastige klachten.
Luister naar je cliënten en leer over hun leven. Erken je fouten, zeg sorry als je je hebt vergist. Twijfel niet aan het verhaal van een patiënt, als die zegt dat die thuis mishandeld wordt. Trek geen partij voor een mishandelaar, omdat je ‘begrijpt’ dat de persoon in kwestie de ander ‘het bloed onder de nagels vandaan haalde’. Leg de schuld waar hij hoort. Praat mensen geen diagnoses aan, maar kijk naar de context. En vooral: ‘Stop met victimblaming!’
Naar een nieuwe psychiatrie
Ik begrijp dat dit moeilijker is dan het beheersmodel op basis van pillen, macht en onmacht. Het vraagt dat je je als hulpverlener leert verplaatsen in de ander. Dat je eerst en vooral mens bent, medemensen ziet en die medemens als gelijke beschouwt.
Totdat de psychiatrie zichzelf opnieuw uitvindt en deze ervaringen meeneemt, zou ik iedereen die hulp nodig heeft van harte afraden om deze hulp binnen de GGZ te zoeken. In mijn ervaring is de GGZ geen plek voor mensen met trauma.