Toespraak van Mimi Cuyvers bij de lancering van haar boek

Ten tijde van de boeklancering heeft Mimi Cuyvers een toespraak gehouden, die ik jullie niet wil onthouden. Deze indrukwekkende speech staat hieronder:

Ik ben satanisch misbruikt! 

Heel lang heb ik gedacht dat ik het verzon en heel lang heb ik het niet kunnen accepteren. Maar nu ben ik me er terdege bewust van en wil ik het ook benoemen. Ik wil het taboe doorbreken. Maar het is hard! Te hard!

Ik ben ervan overtuigd dat ik ook tegenwind krijg: je hebt dit verzonnen. Waarom zou ik het nodig hebben om dit te verzinnen. Anderen zullen zeggen zoals mijn moeder: dat is je aangepraat door de therapeuten. Tijdens mijn opleiding van Gestalttherapeut is er echter nooit gesproken over het misbruik.

 

Hoe dikwijls heb ik doodsbang geroepen: ZE KOMEN ME HALEN!
Hoe dikwijls ben ik angstig onder of achter de zetel gekropen. Ik moest verdwijnen, me onzichtbaar maken. 

Dankzij enkele dappere mensen in  de hulpverlening, die me ernstig namen, sta ik nu hier. Ik ben erin geslaagd een boek te schrijven, mijn leven na satanisch misbruik. Ik beschrijf niet zo zeer de gruwelijkheden van het misbruik als wel het gewone dagelijkse leven. 

Ook over het schrijven van het boek bestaan controverses. De ene kant zegt: het is goed om het van je af te schrijven. De andere kant zegt: moet je daar nu terug ingaan? Alles opnieuw herbeleven?

Ik had geen keuze, het verlangen om dit boek te schrijven was ontzettend groot. Ik wilde beslist het taboe doorbreken, aan de wereld kenbaar maken: kijk mensen die gruwelijkheden, het satanisme bestaat. Het is met mij gebeurd.

Van mijn jeugd heb ik bijna geen herinneringen. Het weinige dat ik mij herinner zijn de jeugdkampen, als monitrice en de volleybal waarin ik schitterde.
Van mijn gezin van herkomst herinner ik me zeer weinig. Ik weet wel dat ik dikwijls het gevoel had dat ik leefde met een geheim. Ik weende vaak in het geniep. Dat hebben mijn ouders nooit geweten. Toen ik het mijn moeder onlangs vertelde reageerde ze:  “kind dan kon jij goed comedy spelen”. Weer werd ik niet gehoord.

Ik druk dit uit in mijn gedicht.

Verjaardag

Kreeg voor mijn 18de verjaardag

Een kaart met de volgende tekst:

   “Je kan het net niet zien

   Maar ik weet dat je lacht

   Dat doe je namelijk altijd.”

Toen heb ik erg geweend om wat niet werd gezien.

Het duurt lang eer ik door heb wat er werkelijk met me aan de hand is. Zo volg ik een therapeutische opleiding zonder ook maar te beseffen wat er met me gaande is. Ik ben ‘te’…te bang, te emotioneel, te verdrietig… niemand vraagt zich af vanwaar die ‘te’ komt.

Tot ik bij Frie terecht kom. Daar komen kreten, bewegingen en Frie zoekt met mij naar de betekenis. Ik heb kilometers brieven naar Frie geschreven. Lieve Frie, je bent gestorven tijdens mijn therapie bij jou. Ik mis je heel erg maar in mijn boek leef je verder.

En dan de confrontatie met PAAZ en psychiatrie. Mijn god. Zo onkundig en afstandelijk. Ik word er echt niet beter van. Gelukkig ontdekt mijn hand de hand van Egied. Hij houdt me overeind, samen met een psychologe en de ergotherapeut van de PAAZ waar ik een hele tijd verblijf.

Langzaam komen bij de angsten, kreten, dissociaties en beelden. Woorden heb ik niet. Ik word een klein ineengedoken kindje dat niet kan spreken. Pascaline komt in haar plaats. Zij ziet en voelt wat er gebeurt. 

Ik kan me thuis niet handhaven. Het is te afschuwelijk. Op dat moment duidt iemand mij dat het over satanisch misbruik gaat. In het boek van Els Lecompte herken ik beelden en belevenissen.

Ik ben in verschillende psychiatrische centra geweest. Ik blijf er maximum drie weken. Ik ben me erg bewust van de onmacht, onverschilligheid en afstandelijkheid van de hulpverlening. 

Gelukkig heb ik heel goede vrienden. En ik begin te schrijven. Grote letters, kleine letters, kris-kras, gekribbel… en geleidelijk aan worden het gedichten. Hierin kan ik mijn emoties kwijt. Ik ga een schrijfcursus volgen en ik begin ernaar te verlangen mijn belevingen van satanisch misbruik in een boek te gieten.

Dankzij de professionele en emotionele hulp van Ivonne Meeuwsen, sta ik nu hier met mijn boek. Het is me gelukt, net op tijd. Mijn tijd is op. Ik verlang naar de eeuwige rust. Ik wil er zijn op mijn manier en dat is nu, ik wil sterven op mijn manier. Ik kan bij mezelf niet aanvaarden hoeveel gruwel die kleine van drie is aangedaan. Ik verlang naar de eeuwige rust.

Mijn boek wil ik doorgeven en ik hoop dat zowel slachtoffers van satanisme als hulpverleners er iets aan hebben.

Als er één ding te vertellen valt is het wel dit: satanisch misbruik bestaat en ik, samen met mijn lotgenoten hebben het meegemaakt.

Ik draag dit boek postuum op aan Frie, mijn lieve therapeut, mijn moederke. 

Ik schenk symbolisch een boek aan haar goede vriendin, Magdaleen De Bruykcere. Haar dochter komt het boek in ontvangst nemen daar Magdaleen met verlof is.

 

Geef een reactie