Toespraak Thérése Bravenboer

Toespraak Thérése Bravenboer bij het uitkomen van Kostbaar As

Ik sta hier, na jaren worsteling. Het boek lag al vijf jaar op de plank. En ik kwam er maar niet toe om het uit te geven. Ik had allerlei smoezen. En een van die smoezen was dat ik het mijn moeder niet aan wou doen. Maar nu is mijn moeder vorig jaar overleden, en toen was die smoes ook weg. Toen moest het toch maar gebeuren. Maar als Ivonne en Agnes niet zo achter me aan hadden gezeten, altijd vol begrip, altijd lief, mee gaand in mijn grillen, dan had dit boek er nooit gekomen. Ik heb nooit begrepen waarom een uitgever werd bedankt in een boek, maar nu weet ik het. Ze verdienen een lintje voor hun vasthoudendheid, voor hun geduld en voor het drogen van mijn tranen.

Hoe ik tot hier gekomen ben

Mijn hele leven heb ik stukjes geschreven. Als ik pijn had, als het weer eens teveel werd. Als uitlaatklep. Als een manier om mijn gedachten te ordenen. Het hielp me te overleven. En jaren geleden ben ik aan de slag gegaan om mijn stukjes te ordenen, aan te vullen, in een leesbare vorm te gieten. En zo ontstond langzamerhand dit boek.

Niet alleen om gezien te worden

Ik heb de afgelopen tijd veel nagedacht waarom ik nou perse een boek moest schrijven. Is dat omdat ik zo graag gezien wil worden. Gehoord wil worden. En dat zal zeker meespelen. Het niet gezien en niet gehoord worden in mijn jeugd beïnvloed mijn leven nog steeds. Jammer genoeg. Maar dat is nu eenmaal zo. Maar er zijn meer redenen.

Een van de redenen is mijn kinderen. Ik vind dat mijn kinderen recht hebben op een verklaring. Mijn kinderen hebben veel geleden. En niet alleen door het misbruik wat in het gezin was. Maar ook door mij.

Mijn rol als moeder

Ik was een moeder die bestond uit zeven delen. En dat is niet makkelijk voor kinderen om mee te leven. Zoals mijn dochter altijd zei; Ik was altijd in spanning welke vrouw me op kwam halen uit school.

Ik had ook bijvoorbeeld geen idee van grenzen. Waar lag mijn grens, waar de grens van mijn kind. Hoe moest ik knuffelen? Geen idee! Mijn kinderen hebben mij dat geleerd. Gewoon door het te vragen, door het op te eisen. Door te zeggen dat ik het maar even moest doorstaan. En hoe moeilijk ik het ook nog altijd vind, ik ben hen daar heel dankbaar voor. Ook voor hen was het moeilijk dat ik met het misbruik naar buiten ging. Daarmee ook hun geschiedenis op straat gooide. Maar ik moest.

Dit is namelijk ook een van de redenen dat ik het boek geschreven heb:

Mensen kijken weg van misbruik

Toen ik gescheiden was vroegen mensen aan me of de kinderen hun vader vaak zagen, dan zei ik; nee, want hij heeft seksueel misbruik gepleegd. Dan draaiden mensen letterlijk hun hoofd weg. Dit wilden ze niet weten. Dit mocht ik niet zomaar plompverloren zeggen. Het was te erg om te horen en dat vond ik verbijsterend. Ik vond het zo bizar dat, terwijl ons gezin zo iets ergs was overkomen, mensen daar niet naar wilde luisteren. Voor mijn gevoel geen mededogen hadden.

Breed bespreekbaar maken om misbruik te stoppen!

Ik besefte toen dat als we misbruik willen stoppen we het breed bespreekbaar moeten maken. Als mensen hun hoofd wegdraaien als ik dit vertelde, dan draaien ze ook hun hoofd weg als ze een kind zien dat misschien misbruikt wordt. En dat betekent dat misbruik nooit kan stoppen.

En stoppen mag ik nooit zeggen van professionals. Want misbruik zal nooit stoppen. Maar toch blijf ik het zeggen. Die utopie blijf ik najagen. Misbruik is te verwoestend.

Gaat het ooit over?

Het gebeurt me regelmatig dat ik ‘s avonds op de bank zit, en dat ik een appje krijg van m’n dochter ,of ik even boven wil komen. En dan vraagt ze me huilend wanneer het ooit over gaat. Of deze strijd om te leven altijd blijft duren. Dat ze er zo moe van wordt dat alles waar ze tegen aan loopt, terug te voeren is op het misbruik. Dat welk onderwerp je ook aansnijd bij therapie, je altijd weer terug moet naar het walgelijke. Dat altijd weer onder ogen moet zien.

Misbruik gaat iedereen aan

Ik vind dat deze strijd een strijd van de samenleving moet zijn. Niet van het individu. Misbruik is niet iets van het slachtoffer en de dader. Het kan alleen maar bestaan omdat we met z’n allen het niet willen zien en het niet willen bespreken. Ted Kloosterboer van Stichting Praat was van de week bij het ministerie met haar prachtige 21 minuten project. En zij zei daar een zin, die ingelijst op het ministerie mag hangen;

Zij zei;

“Laten we gewoon gaan praten over kindermishandeling. En niet als een zwaar onderwerp, maar gewoon als een onderwerp. We hebben het over abortus, over euthanasie, over alles wat je maar kan bedenken, maar niet over kindermishandeling. Laten we niet zo moeilijk doen!”

En die zin is me uit het hart gegrepen. Dank je wel Ted! Laten we luisteren naar de mensen die het is overkomen. Laten we zorgen voor goede hulp. De praktijk is dat je als getraumatiseerde nergens terecht kan.

Strakx

Maar gelukkig heeft Martijne Rensen stichting Strakx opgericht. Zij zorgt ervoor dat er eindelijk een plek is waar adequate hulp geboden gaat worden aan mensen die in hun jeugd getraumatiseerd zijn. En de trauma academie, zodat we eindelijk genoeg traumatherapeuten gaan krijgen. Dank je wel Martijne, dat ik in je adviesraad mag zitten. Ik voel me zeer vereerd.

Corinne Dettmeijer, Nationaal Rapporteur

En gelukkig hebben we de afgelopen jaren een zeer bevlogen Nationaal Rapporteur gehad die seksueel misbruik op de kaart heeft gezet. Zonder haar hadden we nooit onze foto’s van Project Unbreakable op groot formaat gehad. Zonder haar hadden we nooit tentoonstellingen kunnen houden. Het werk wat zij als Nationaal Rapporteur heeft gedaan is van onschatbare waarde. Met haar talloze rapporten en gedrevenheid heeft ze Nederland elke keer weer opgeschud.

Over waarheidsvinding

Bij misbruik is het zo dat iedereen gelijk zich af gaat vragen of het verhaal waar is of niet. Misbruik is haast altijd een op een, dus is er vaak een gebrek aan bewijs. Door dit gebrek aan bewijs wordt het een morele kwestie van geloven of niet geloven.

Maar ik denk dat wij als individu niet aan waarheidsvinding hoeven te doen. Daar is het strafrecht voor. Ik denk dat eenieder een persoonlijke, principiële keuze moet gaan maken:

  • Geloof ik mensen die vertellen dat ze misbruikt zijn wel of niet?
  • Wil ik een samenleving waarin de verhalen van misbruikslachtoffers gewantrouwd worden?
  • Of help ik streven naar een maatschappij waarin je na seksueel geweld zonder angst en schaamte je verhaal kunt doen?

Ik schaam mij nog steeds. Voor mijn zijn. Voor mijn slachtofferschap. Voor dat ik zo’n moeite heb met het leven. Voor het ongemak dat ik de ander aan doe. Voor mijn kinderen dat ik hen niet beschermd heb. Mag ik mijn mond wel open doen hierover. Is mijn verhaal wel waar? Heb ik het niet verzonnen?

De kosten van spreken

Door mijn verhaal te vertellen ben ik veel mensen kwijt geraakt. Mijn dochter zei niet voor niets, toen ze met haar verhaal naar buiten was gekomen:

‘Ik wilde dat ik was blijven zwijgen, dat ik de woorden terug kon nemen, ik wilde dat ik kon doen alsof het nooit was gebeurd. Want dan was alles niet uit elkaar gevallen.’

.En zo heeft iedereen zijn verhaal en zijn waarheid. Maar er gaat niets veranderen, als het bij geheimen, bij bekentenissen en bij beschuldigingen blijft. Alle vragen moeten gesteld kunnen worden, óók als die voelen als wantrouwen. In een sfeer van oprecht willen weten.

Het belang van nuance

Want in deze discussie is nuance zo belangrijk. Nuance die je alleen krijgt als je alles mag zeggen en vragen; als je niet blijft hangen in het hier en nu, maar ook kijkt naar de mechanismen die tot al deze misstanden leiden. Gaat kijken naar waar het eigenlijk vandaan komt.

En dat niet alleen.

De pijn van de omstanders

We moeten ook gaan kijken naar de pijn van de naasten. Ook de omstander wordt namelijk betrokken in het verhaal van misbruik en kindermishandeling. Het is niet voor niks dat hij of zij het niet wil weten.

Ik hoorde een vrouw op televisie, waarvan haar zus misbruikt was door haar vader, zeggen; Mijn zus is niet het enige slachtoffer. Ik ben net zo goed de dupe. Slachtoffer van haar verhaal. Zij heeft mijn beeld van mijn lieve vader afgepakt. Zij heeft mijn fijne herinneringen over ons gezin afgepakt. Zij heeft mijn rotsvast geloof afgepakt dat vader’s te vertrouwen zijn. Ik ben net zo goed slachtoffer.

Ik was geschokt. Zo had ik het nog nooit bekeken. Ik dacht bizar genoeg dat alleen degene die misbruikt was slachtoffer was. (Al is het natuurlijk niet zo dat haar zus het beeld van haar vader afgepakt heeft, dat heeft haar vader gedaan met zijn gedrag!)

Vertellen én luisteren

En ik denk dat het heel belangrijk is om dit gezichtspunt mee te nemen in de hele discussie over misbruik. Als het slachtoffer geloofd wil worden, moeten we ook willen luisteren naar het verdriet van de omstander. Naar de moeite die de omstander heeft om zijn veilige wereldbeeld ter discussie te stellen. Als wij als slachtoffer serieus genomen willen worden, zullen we de omstander ook serieus moeten willen nemen.

Als onze innerlijke weerstand zo’n prominente plek inneemt in het niet willen zien wat er om ons heen gebeurt, niet willen horen wat een kind te zeggen heeft, Dan zullen we met z’n allen die weerstand heel serieus moeten gaan nemen en bespreekbaar gaan maken.

En daarom heb ik dus dit boek geschreven!

Te koop via Thérése’s eigen website: theresebravenboer.nl

2 reacties op “Toespraak Thérése Bravenboer

Geef een reactie