Helden: Sanne Terlingen en Huub Jaspers

Categorie Overig

 

Sanne Terlingen en Huub Jaspers werden aangemeld door zowel André Vervloet als Ivonne Meeuwsen met de navolgende tekst:

Sanne en Huub hebben in het VPRO programma Argos seksueel geweld de aandacht gegeven die noodzakelijk is. – André Vervloet

Sanne Terlingen heeft de afgelopen twee jaar gewerkt aan een radiodocumentaire over seksueel misbruik met rituele kenmerken. De uitzending daarvan is eindelijk erkenning voor de vele slachtoffers van ritueel/satanisch misbruik. – Ivonne Meeuwsen

 

Het interview met Sanne en huub

Wat was voor jullie de aanleiding om programma’s te maken over (verschillende vormen van) seksueel misbruik?

Sanne: Al sinds ik journalist ben komen er met regelmaat verhalen over seksueel geweld op mijn pad. Ik schreef bijvoorbeeld over verkrachting als oorlogswapen in DR Congo, kindersekstoerisme in Ghana en mensenhandel en de rol van Amerikaanse contractors daarbij in Djibouti. Om die reden werd ik in 2018 getipt over ‘het verhaal van Lisa’. Lisa was 15 toen ze in 2013 aangifte deed van seksueel misbruik door haar vader en andere mannen in een bos vlakbij haar huis en in een café. Ze vertelde dat ze zwanger was geweest van een baby, en dat die is vermoord. Lisa’s verhaal is niet serieus genomen. Wij brachten onder andere naar buiten dat gynaecologen verklaren dat Lisa’s baarmoedermond eruit ziet alsof zij een bevalling heeft doorgemaakt, en dat er honderden kinderpornografische afbeeldingen zijn aangetroffen op computers in gebruik bij Lisa’s vader. Toch is dit keer op keer opzij geschoven in de juridische procedure.

Na de uitzending over Lisa werd ik benaderd door klinisch psycholoog Christel Kraaij. Zij gaf aan dat er bij de TRTC’s (traumacentra) tientallen cliënten in behandeling zijn met vergelijkbare verhalen. Ook bleven zich slachtoffers melden die zich niet gehoord voelden. Hoe kan het dat er een #metoo-beweging is, maar dat seksueel misbruik steeds behandeld wordt als ‘een individueel verhaal’? Zo kwam ik op het idee om een groter onderzoek op te zetten naar de structuren erachter. We hebben een online vragenlijst verspreid, en kwamen zo in contact met meer dan tweehonderd mensen die hun verhaal deelden over georganiseerd misbruik. Een van de redenen om er een langlopend project van te maken, was dat we een vertrouwensband wilden opbouwen met onze bronnen.

Huub: Ik had aanvankelijk niks met dit onderwerp. Ik ben meer van: inlichtingendiensten, geheime operaties van de krijgsmacht, politie-onderwerpen en dat soort zaken. Ik was de eindredacteur van de Lisa-uitzending en begeleidde Sanne ook in dat onderzoek. Ik was geschokt over de klungelige manier waarop de politie de aangifte van Lisa’s moeder had onderzocht en over hoe Justitie deze zaak uiteindelijke seponeerde. Ik was nieuwsgierig of dit uitzonderlijk was en hoe de opsporingsautoriteiten meer in het algemeen ingewikkelde zedenzaken aanpakken. Ik vond het een uitstekend idee van Sanne om een enquête op te zetten. Ik was verbijsterd over de enorme respons en over de verhalen over ritueel misbruik. Daar moesten we iets mee. En ik vond het – om verschillende redenen – onverantwoord om dat één iemand alleen te laten doen. Om onszelf de ruimte en tijd te geven om hier grondig onderzoek naar te doen bedachten we een hele serie, met tussentijdse afleveringen over sneller en makkelijker te maken onderwerpen op het terrein van seksueel misbruik. Daarmee bouwden we ook een netwerk om ons heen van allerlei deskundigen, niet alleen slachtoffers en therapeuten, maar ook rechercheurs, advocaten, wetenschappers, officieren van justitie en rechters – al dan niet in actieve dienst.

In al het onderzoek dat jullie hebben gedaan en de interviews die jullie hebben afgenomen, wat is jullie daarvan het meest bijgebleven?

Sanne: Wat mij verbaast is dat we allemaal weten dat er elk jaar tienduizenden meldingen van kinderporno binnenkomen, en zo’n melding kan weer gaan over duizenden beelden. Maar als iemand durft te zeggen: ‘dat is mij ook overkomen’, dan is de eerste reactie toch vaak: ‘Nee, dat kan niet.’ Wat mij raakte is dat vrijwel alle deelnemers aan ons onderzoek niet uit waren op wraak, of aandacht. Zij deelden hun verhaal omdat ze hoopten dat ze andere slachtoffers daarmee konden helpen.

Huub: Ik was onder de indruk van wat er gebeurde toen we spraken met slachtoffers die ten gevolge van vroegkinderlijk misbruik een Dissociatieve Identiteitsstoornis (DIS) hebben. Hoe ze tijdens het gesprek ineens switchten naar een andere persoonlijkheid, die bijvoorbeeld niet eens meer Nederlands kon praten. Ook gebeurde het dat een slachtoffer tijdens een gesprek herbelevingen en paniek kreeg, steeds verder weg raakte, en uiteindelijk zelfs flauw viel. We spraken ongeveer twintig mensen (meestal vrouwen) met DIS, allemaal met buitengewoon heftige misbruikverhalen. In bijna alle gevallen deden we die gesprekken met z’n tweeën. Ook de slachtoffers werden bijna altijd begeleid door iemand – de beste vriendin, een zus, de schoonmoeder, de echtgenoot, een therapeut enzovoorts. Toen we overlap ontdekten in de verhalen met zeer precieze details over locaties en personen, die niet in het openbare domein te vinden zijn, werd ons duidelijk dat hier veel serieuzer onderzoek naar gedaan moet worden.

Wat zijn volgens jullie de belangrijkste aandachtspunten bij seksueel misbruik?

Sanne: Als je als kind seksueel wordt misbruikt door iemand die er juist voor je hoort te zijn – een familielid, een docent, of een sporttrainer – levert dat niet alleen een trauma op rondom het misbruik zelf, maar het ontwricht ook het basisgevoel van vertrouwen. Juist daarom is het creëren van een veilige omgeving voor overlevers zo belangrijk. Gek genoeg is die veiligheid vaak niet aanwezig daar waar slachtoffers gehoord moeten worden. Ik denk nu bijvoorbeeld aan de tientallen cliënten van wie de therapie het afgelopen jaar stopte omdat afdelingen werden opgeheven, behandelmethodes werden aangepast… Maar ook aan politie-agenten die verwachten dat iemand in een gesprek met twee vreemde personen z’n kwetsbaarheden op tafel legt. En ik merk ook vaak dat het in de eigen kring een lastig onderwerp blijft om over te praten. In plaats van dat we als maatschappij juist alles op alles zetten om slachtoffers zich voortaan veilig te laten voelen, zijn ze te vaak juist eenzaam.

Huub: Waarheidsvinding in zedenzaken is ingewikkeld. Soms is er uitsluitend de getuigenis van een slachtoffer. Als dat slachtoffer DIS heeft, is het niet zo dat de getuigenis daardoor ongeloofwaardig of onbruikbaar is voor de waarheidsvinding. Je moet alleen slimme manieren zien te vinden om daarmee aan de slag te gaan om bewijs te vinden. En je moet ook voortdurend in het achterhoofd hebben dat het vals beschuldigen van iemand ook zeer ingrijpend en schadelijk is. Het zoeken naar overlap in een groot aantal verklaringen is een manier om de waarheid op het spoor te komen. Dat zou de politie ook kunnen doen. Ik durf te stellen dat wij met het onderzoek dat wij gedaan hebben zo ver gekomen zijn dat we, als we politierechercheurs zouden zijn, naar de officier van justitie toe zouden kunnen stappen om te vragen om de inzet van bijzondere opsporingsmiddelen. De politie kan mensen of objecten gedurende langere tijd observeren, telefoons tappen en huiszoeking doen. Daarmee is mogelijk hard forensisch bewijs te vinden van ernstige strafbare feiten. Het zijn middelen die die wij als onderzoeksjournalisten niet kunnen inzetten

 

Wat zou je mensen die nog bezig zijn of nog moeten beginnen met helen willen meegeven?

Sanne: Ik ben ervan geschrokken hoeveel mensen ook tientallen jaren later nog denken dat het hun eigen schuld is. Dat het hun eigen schuld is omdat ze niet goed genoeg hebben geluisterd, of omdat ze ervoor gemaakt zouden zijn. Dat het hun schuld is omdat ze er zelf om gevraagd hebben (om een beetje genegenheid te krijgen, of zodat het maar voorbij zou zijn). Het denken dat je zelf schuld hebt, geeft ook een gevoel van controle: ‘als ik het de volgende keer beter doe, dan overkomt het me niet’. Als je inziet dat het gewoon pech is geweest, dat iemand anders je zomaar zoiets heeft aangedaan, dan is dat ook eng. Dat betekent namelijk dat het nog eens zou kunnen gebeuren. Dat je de toekomst niet kunt controleren.

Tegelijkertijd begint helen met het besef dat het niet je eigen schuld is. Het had nooit mogen gebeuren. Het is oké als je verdrietig of boos bent. Je hoeft niet alles goed te doen en altijd maar sterk te zijn.

Huub: Daar heb ik niets aan toe te voegen.

Tot slot willen we toevoegen dat wij onze uitzendingen hebben kunnen maken dankzij de tweehonderd mensen die het hebben aangedurfd om hun ervaringen met ons te delen. Ik zou hen graag willen bedanken voor het vertrouwen dat ze in ons hebben gehad. En dat met name “Lisa”, Beatrix en Stefanie en Marinke. En een aantal dappere mensen die zelf nu hopelijk weten dat ik hen bedoel.