Waarom we ‘vermijding’ beter kunnen vermijden

Ik hoor het steeds vaker van klanten. Ze zijn ergens in therapie geweest en die therapie sloeg niet aan. De therapeut zegt dan iets als: ‘Volgens mij zit je in de vermijding’ en ‘Ik kan je niet verder helpen’. Dat laatste is waar, dat eerste is zeer discutabel. Want wat is dat, ‘in de vermijding zitten’? En wat is daar de oorzaak van?

Vermijding is gezond

Vermijding kan een afweermechanisme zijn dat heel goed werkt. Als je seksueel misbruik hebt meegemaakt, zijn er vaak bepaalde plekken, handelingen en personen die je liever vermijdt. Vermijding kan terecht, neutraal of onterecht zijn.

Terechte vermijding

Slachtoffers van seksueel misbruik zijn vaak hyperalert op manipulatie. Als zij in een situatie het gevoel krijgen dat ze een bepaalde richting uitgestuurd worden, gaan de hakken in het zand. Terechte vermijding, zeker als dat in therapie gebeurt. Want het doel van therapie is niet dat de cliënt naar een bepaalde uitkomst geloodst wordt, maar dat de cliënt zelf het roer weer in handen krijgt.

Neutrale vermijding

Neutrale vermijding zijn voorbeelden van vermijding die niet terecht zijn, maar ook niet storend. Een mooi voorbeeld vind ik, is als een cliënt bepaalde seksuele handelingen niet wil doen, omdat ze te veel lijken op wat de misbruiker met hen deed. Als die cliënt een seksueel repertoire heeft dat bevredigend is voor die persoon en eventuele partners, dan is er niets mis mee om die specifieke handelingen te vermijden.

Onterechte vermijding

Wanneer vermijding een probleem vormt voor de cliënt, wanneer het zijn of haar functioneren in de weg zit, kortom, wanneer de cliënt er last van heeft, dan is de vermijding storend en onterecht. Het is daarbij van belang dat de vermijding door de cliënt als storend wordt ervaren. Wat de therapeut ervan vindt doet er in feite niet toe en precies daar gaat het vaak mis.

‘Je zit in de vermijding’

Wanneer een cliënt de boodschap ‘Ik kan niets voor je betekenen, want je zit in de vermijding’ krijgt, dan is dat een subtiele vorm van victim blaming. Soms wordt het zelfs een stoornis genoemd, zoals in ‘U heeft een vermijdende persoonlijkheidsstoornis’. Maar klopt dat wel? Kun je spreken van vermijding als een cliënt zijn uiterste best doet? Elke sessie komt opdagen? Confronterende therapieën gewoon aangaat?

Trauma vraagt tijd

Slachtoffers van seksueel misbruik hebben vaak meer tijd nodig om dingen bespreekbaar te maken. Om te groeien in vertrouwen, in zichzelf en in de therapeut. Om de moed bij elkaar te rapen om naar hun diepste trauma te gaan. Hun diepste trauma linkt naar doodsangst.

‘Ga maar even naar je diepste angst’

Waar je, als therapeut, slachtoffers toe uitnodigt, is om naar hun pure, onversneden kind-emoties te gaan. Naar de doodsangst die ze als kind hebben ervaren, waar ze hun hele leven al voor op de vlucht zijn. Jij hebt als therapeut geen enkel zicht op de diepte van het trauma. De mate van vermijding is zelfs de enige maatstaf die je daarvoor hebt! Daarbij past alleen maar het tempo van de cliënt. Hoe frustrerend dat ook is voor jou als therapeut.

Stop met victim blaming

Slachtoffers van seksueel misbruik hebben vaak al een overactief schuldgevoel. Zij zijn meer dan gemiddeld gevoelig voor victim blaming. Zij ervaren en interpreteren gebeurtenissen vaak met een schuldige bril op. ‘Je zit in de vermijding’ betekent dan al snel dat zij het fout doen, dat zij niet goed zijn. Dat ze afgewezen worden, omdat ze niet snel genoeg van hun trauma afkomen. Alsof ze niet goed genoeg hun best doen.

De vermijdende persoonlijkheidsstoornis volgens de DSM

De vermijdende persoonlijkheidsstoornis, ook wel ontwijkende persoonlijkheidsstoornis genoemd, wordt als volgt omschreven: Een diepgaand patroon van geremdheid in gezelschap, gevoel van tekortschieten en overgevoeligheid voor een negatief oordeel, beginnend in de vroege volwassenheid en tot uiting komend in diverse situaties, zoals blijkt uit vier (of meer) van de volgende kenmerken:

  1. vermijdt activiteiten die belangrijke intermenselijke contacten met zich meebrengen vanwege de vrees voor kritiek, afkeuring of afwijzing
  2. wil niet bij mensen betrokken raken, tenzij ze er zeker van zijn dat men hen aardig vindt
  3. toont gereserveerdheid in intieme relaties uit angst vernederd of uitgelachen te worden
  4. is gepreoccupeerd met de gedachte in sociale situaties bekritiseerd te worden of afgewezen te worden
  5. is in intermenselijke situaties geremd, heeft het gevoel tekort te schieten
  6. ziet zichzelf als sociaal onbeholpen en onaantrekkelijk of minderwaardig
  7. is uitzonderlijk onwillig persoonlijke risico’s te nemen of betrokken te raken bij nieuwe activiteiten, omdat deze hem in verlegenheid zouden kunnen brengen

Vermijdende persoonlijkheidsstoornis? Ik zie het niet

Wat ik zie in de mensen die ik begeleid, is juist een enorme moed om het aan te gaan, om terug te gaan naar het trauma van seksueel misbruik, naar het gevoel van doodsangst dat daarmee samenhangt. Ik zie mensen die, ondanks dat hun vertrouwen in mensen ten diepste beschadigd is, de moed vinden om toch, schoorvoetend, weer iemand te vertrouwen. Om zich kwetsbaar op te stellen en om hulp te vragen.

Terug naar terecht vermijdend

Wanneer een therapeut zegt dat een cliënt een vermijdende persoonlijkheidsstoornis heeft, zonder gedegen diagnostisch onderzoek, dan zie ik een therapeut die zich voor zijn of haar eigen falende hulpverlening probeert in te dekken. Die zich verschuilt achter een (ongestaafde) diagnose: ‘Wat ik doe werkt niet maar dat ligt niet aan mij, de cliënt is vermijdend’. Daarmee legt de therapeut de schuld bij de cliënt. Dit soort therapeuten zou ik (terecht) vermijden.

Geef een reactie