Borderline Persoonlijkheidsstoornis heeft een nieuwe naam nodig

Borderline persoonlijkheidsstoornis (BPS) is een label dat zeer stigmatiserend werkt en de conditie is vaak onbegrepen. Volgens Australisch onderzoek is het voor BPS-ers erg lastig om goede, betaalbare hulp te vinden. Dit artikel is geïnspireerd door een Engelstalige blog, waarvan ik de link helaas niet heb opgeslagen. Het originele artikel breekt een lans voor een nieuwe kijk op Borderline als zijnde een Trauma-spectrum aandoening, in plaats van een persoonlijkheidsstoornis. Het noemt een paar goede punten.

Een kwetsbare doelgroep

Van elke 100 patiënten die behandeling in de residentiële psychiatrie krijgen, zijn er 43 met de diagnose BPS. Deze mensen zijn kwetsbaar, impulsief en erg gevoelig voor kritiek. Desondanks ontmoeten ze juist veel stigma en discriminatie als ze hulp zoeken.

Psychische problemen zijn geen zwakte

Inmiddels zijn de meeste mensen er wel uit dat psychiatrische aandoeningen geen teken zijn van zwakte, maar een serieuze ziekte. Waar het om BPS gaat is dat stigma er nog wel. Een deel daarvan ontstaat als gevolg van de manier waarop we deze conditie benaderen en een deel komt uit de naam zelf.

Borderline Persoonlijkheid Stoornis

In plaats van de ‘Borderliner’ te framen als iemand met een persoonlijkheidsstoornis, zou het beter zijn om over BPS te spreken als een complex gevolg van trauma. Het is tijd dat we de naam veranderen.

Hoe vaak komt BPS voor?

BPS komt verrassend veel voor, bijna 1 tot 4 procent van Australiers heeft er last van. Het voornaamste kenmerk is moeite om emoties te reguleren, een onstabiel zelfbeeld, moeite met relaties en zichzelf herhalend destructief gedrag.

Traumatische ervaringen

De meeste mensen die last hebben van BPS hebben een geschiedenis van ernstig trauma, vaak al vanuit de kindertijd. In veel gevallen gaat het om seksueel en fysiek misbruik, extreme verwaarlozing en/of een scheiding van familie of geliefden. Nagenoeg iedereen met deze diagnose is mishandeld of seksueel misbruikt. Dit is uitgebreid gedocumenteerd en onderzocht.

Gevolgen van ernstig misbruik

Bij de mensen met een geschiedenis van ernstig misbruik blijkt dat deze slechter reageren op de behandeling dan de enkeling die géén geschiedenis van misbruik en mishandeling heeft. Ook plegen zij vaker zelfmoord, doen vaker pogingen en doen vaker aan zelfbeschadiging. Ongeveer 75% van de BPS patiënten doen een zelfmoordpoging op enig moment in hun leven. Eén op de tien maakt uiteindelijk daadwerkelijk een einde aan hun leven.

DSM-5 noemt trauma niet

De DSM-5 noemt trauma niet als diagnostische factor in de diagnose BPS, ondanks de niet te verwaarlozen link tussen BPS en trauma. Dit heeft als gevolg dat BPS gezien blijft worden als een persoonlijkheidsstoornis. Het zou beter zijn als BPS gezien zou worden als een stoornis in het trauma-spectrum, vergelijkbaar met chronische of complexe PTSS.

PTSS en BPS vergelijken

Er zijn veel overeenkomsten tussen PTSS en BPS. Mensen met één van deze condities hebben moeite om hun emoties te reguleren. Ze ervaren aanhoudende gevoelens van leegte, schaamte en schuld en ze hebben beide een sterk verhoogd risico op zelfmoord.

Waarom is het label ‘borderline’ zo’n probleem?

Mensen het label ‘persoonlijkheidsstoornis’ geven, kan een negatief effect hebben op hun toch al verstoorde zelfbeeld. Een ‘persoonlijkheidsstoornis’ vertaalt zich in de geest van de meeste mensen in een fout in je persoonlijkheid en dit kan de toch al aanwezige gevoelens van waardeloosheid en zelfhaat versterken. Hierdoor gaan mensen met BPS zichzelf nog negatiever zien, maar het kan ook veroorzaken dat andere mensen om hen heen dit ook gaan doen.

Zelfs hulpverleners hebben soms negatieve reacties op BPS

Ook therapeuten hebben soms een negatieve houding richting mensen met BPS, omdat ze hen zien als manipulatief of niet bereid om zichzelf te helpen. Omdat mensen met BPS soms weerstand hebben en niet meteen instappen bij de behandeling, reageren therapeuten en andere hulpverleners vaak vanuit frustratie. Deze houding zie je veel minder als hulpverleners werken met mensen met PTSS en andere trauma gerelateerde aandoeningen.

Wat zou een nieuwe naam bijdragen?

Door BPS expliciet te linken aan trauma zou in elk geval een deel van het stigma en de daarmee verbonden schade voorkomen kunnen worden. Dat kan helpen om de weerstand tegen de behandeling te verminderen en dat zou tot beter resultaat kunnen leiden. Wanneer mensen met BPS merken dat mensen afstand nemen en hen niet serieus nemen, kan het zijn dat ze zichzelf beschadigen of de hulpverlening stop zetten. Hulpverleners reageren daar dan weer op met verdere afstandelijkheid waardoor een negatieve spiraal ontstaat.

Vicieuze cirkel

Uitendelijk leid dit mogelijk tot een wat psychiatrisch researcher Ron Aviram, uit de VS noemt een: ‘zichzelf vervullende voorspelling en een cyclus van stigmatisering waar de cliënt en de therapeut bijdragen’.

De onderliggende oorzaak erkennen

Door over BPS na te denken in termen van de onderliggende oorzaak, kan ons helpen om het anders te behandelen, niet meer uitsluitend te focussen op de symptomen. Het zou bovendien het belang van preventieve acties richting het voorkomen van kindermisbruik en mishandeling onderstrepen.

Trauma-spectrum aandoeningen

Als we nou eens beginnen met te denken over de Borderline als een trauma-spectrum aandoening, dan zullen cliënten gezien worden als slachtoffers van onrechtvaardigheden in het verleden, in plaats van de aanstichters van hun eigen ongeluk. BPS is een ingewikkelde aandoening om te behandelen en het laatste wat we moeten doen is het moeilijker maken voor de cliënten en hun naasten.

Diagnose of niet?

Zelf ben ik geen voorstander van diagnoses, ik ervaar ze bijna altijd als nodeloos stigmatiserend, zeker als het gaat om slachtoffers van seksueel misbruik. Wel denk ik dat áls je dan een diagnose stelt, het van belang is dat de oorzaak hierin meegenomen wordt.

 

Deel dit artikel:

2 gedachten over “Borderline Persoonlijkheidsstoornis heeft een nieuwe naam nodig

  1. Een DSM-V classificatie is nu eenmaal nodig om met elkaar te kunnen communiceren (= een zelfde vaktaal spreken) binnen de GGZ en somatische gezondheidszorg. Dit is internationaal zo afgesproken. Vanuit de APA wordt de DSM ontwikkeld in VS en daarna vertaald in Nederland. Bovendien is de DSM-V classificatie in Nederland een manier om te kunnen declareren bij de zorgverzekeraars. Dit kan niet zo maar veranderd worden en hier gaat veel onderzoek aan vooraf. Er zijn altijd wel mensen die het met de terminologie niet eens zijn zoals BPS, onafhankelijk van hoe je iets noemt.
    We krijgen in 2022 een nieuw zorgstelsel voor volwassenen, maar weten nog niet veel hiervan af.

    • Dat dingen zijn zoals ze zijn, betekent niet dat het zo moet blijven. ‘We hebben nou eenmaal’ is in mijn ogen te gemakkelijk. Het is geen natuurwet dat deze dingen zo zijn.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *