Normaliseren of stigmatiseren

In plaats van het gedrag en de emoties van het slachtoffer te normaliseren krijgen veel slachtoffers van seksueel misbruik vroeg of laat te maken met een psychiatrische diagnose. Het gedrag dat ontstaat vanuit triggers, vanuit de langetermijneffecten van seksueel misbruik, geeft daar wel enige aanleiding toe. Als een diagnose bestaat uit vinkjes op een checklist, dan zal menig slachtoffer zelfs meerdere diagnoses toebedeeld krijgen.

Hoe zinvol is een diagnose

Een diagnose is alleen zinvol als het iets duidelijker maakt dan het al is. Verder is het vooral nuttig voor de zorgverzekering. Wanneer er sprake is van seksueel misbruik, dan zijn de meeste gedragingen vrij eenvoudig te duiden. Door het te bekijken in de context van seksueel misbruik, kun je het gedrag en de emotie normaliseren. Een voorbeeld:

Onredelijk boos

Sommige slachtoffers van seksueel misbruik kunnen bij het minste of geringste onredelijk boos worden. Stampvoeten, schelden: als het een kind van twee was zou je zeggen: driftbui, de nee van twee of de peuterpuberteit.

Je bent echt (even) een kind van twee

Juist die geringe aanleiding gecombineert met het bovenmatig boos zijn, doen vermoeden dat het gaat om een getriggerde ervaring. Dat betekent dat wat je doet ook daadwerkelijk een kind is, dat reageert op ‘iets’ wat herinnert aan het seksueel misbruik. Wanneer je dat als omstander weet, kan deze wellicht milder kijken naar het gedrag. Wanneer je het als slachtoffer weet, kun je jezelf en je boosheid op een veilige manier de ruimte geven. Veilig voor jezelf en anderen, zodat je, in je driftbui, niet meer kapot maakt dan je lief is.

Diagnose en gedrag

Wanneer iemand regelmatig dergelijke woedeuitbarstingen heeft, welke volstrekt niet in verhouding staan met wat er gebeurt, dan zou je kunnen gaan denken aan een diagnose borderline. Als je dan zo’n vinkjes-test afneemt, zou je ook nog gelijk krijgen en mogelijk is dat ook helpend, omdat die diagnose toegang geeft tot helpende therapiesoorten. Maar de langetermijneffecten van seksueel misbruik bieden in feite al een afdoende verklaring voor het gedrag (en zouden voldoende aanleiding moeten zijn om een dergelijke therapie te gaan doen).

Diagnose is overbodig

Het stellen van een diagnose is volgens mij een overbodige stap als je al weet dat je te maken hebt met de langetermijneffecten van seksueel misbruik. Het is helaas vaak een noodzakelijke stap om toegang te krijgen tot therapieën die vergoed worden door verzekeraars. Maar het is een oefening die vooral voor de financiën bedoeld is, die verder niets toevoegt aan het begrip voor de persoon. Maar zo’n label is niet zonder gevolgen.

Stigma

Wanneer je een diagnose krijgt, ben je ineens een psychiatrisch patiënt. De ene diagnose is nog heftiger qua stigma dan de ander. Je zal maar ineens Borderline stoornis hebben, of Narcisme, Depressie, Dissociatieve stoornis, Complexe PTSS of een Vermijdende persoonlijkheidsstoornis hebben. Dat klinkt toch allemaal alsof het nooit meer goed met je kan komen?

Normaliseren

De langetermijneffecten van seksueel misbruik komen heel veel voor. Als je kijkt naar de symptomen die genoemd staan in de zelftest, zul je zien dat wat jij meemaakt heel normaal is. Seksueel misbruik geeft aanleiding tot een hele reeks gedragingen en emoties die heel normaal zijn, gegeven het feit dat je seksueel misbruik hebt meegemaakt. Als je op deze manier naar trauma kijkt, krijg je gelijk meer hoop. Er is niets mis met jou, je hebt nare dingen meegemaakt en draagt daarvan de logische sporen. En helen kan!

Borderline Persoonlijkheidsstoornis heeft een nieuwe naam nodig

Borderline persoonlijkheidsstoornis (BPS) is een label dat zeer stigmatiserend werkt en de conditie is vaak onbegrepen. Volgens Australisch onderzoek is het voor BPS-ers erg lastig om goede, betaalbare hulp te vinden. Dit artikel is geïnspireerd door een Engelstalige blog, waarvan ik de link helaas niet heb opgeslagen. Het originele artikel breekt een lans voor een nieuwe kijk op Borderline als zijnde een Trauma-spectrum aandoening, in plaats van een persoonlijkheidsstoornis. Het noemt een paar goede punten.

Een kwetsbare doelgroep

Van elke 100 patiënten die behandeling in de residentiële psychiatrie krijgen, zijn er 43 met de diagnose BPS. Deze mensen zijn kwetsbaar, impulsief en erg gevoelig voor kritiek. Desondanks ontmoeten ze juist veel stigma en discriminatie als ze hulp zoeken.

Psychische problemen zijn geen zwakte

Inmiddels zijn de meeste mensen er wel uit dat psychiatrische aandoeningen geen teken zijn van zwakte, maar een serieuze ziekte. Waar het om BPS gaat is dat stigma er nog wel. Een deel daarvan ontstaat als gevolg van de manier waarop we deze conditie benaderen en een deel komt uit de naam zelf.

Borderline Persoonlijkheid Stoornis

In plaats van de ‘Borderliner’ te framen als iemand met een persoonlijkheidsstoornis, zou het beter zijn om over BPS te spreken als een complex gevolg van trauma. Het is tijd dat we de naam veranderen.

Hoe vaak komt BPS voor?

BPS komt verrassend veel voor, bijna 1 tot 4 procent van Australiers heeft er last van. Het voornaamste kenmerk is moeite om emoties te reguleren, een onstabiel zelfbeeld, moeite met relaties en zichzelf herhalend destructief gedrag.

Traumatische ervaringen

De meeste mensen die last hebben van BPS hebben een geschiedenis van ernstig trauma, vaak al vanuit de kindertijd. In veel gevallen gaat het om seksueel en fysiek misbruik, extreme verwaarlozing en/of een scheiding van familie of geliefden. Nagenoeg iedereen met deze diagnose is mishandeld of seksueel misbruikt. Dit is uitgebreid gedocumenteerd en onderzocht.

Gevolgen van ernstig misbruik

Bij de mensen met een geschiedenis van ernstig misbruik blijkt dat deze slechter reageren op de behandeling dan de enkeling die géén geschiedenis van misbruik en mishandeling heeft. Ook plegen zij vaker zelfmoord, doen vaker pogingen en doen vaker aan zelfbeschadiging. Ongeveer 75% van de BPS patiënten doen een zelfmoordpoging op enig moment in hun leven. Eén op de tien maakt uiteindelijk daadwerkelijk een einde aan hun leven.

DSM-5 noemt trauma niet

De DSM-5 noemt trauma niet als diagnostische factor in de diagnose BPS, ondanks de niet te verwaarlozen link tussen BPS en trauma. Dit heeft als gevolg dat BPS gezien blijft worden als een persoonlijkheidsstoornis. Het zou beter zijn als BPS gezien zou worden als een stoornis in het trauma-spectrum, vergelijkbaar met chronische of complexe PTSS.

PTSS en BPS vergelijken

Er zijn veel overeenkomsten tussen PTSS en BPS. Mensen met één van deze condities hebben moeite om hun emoties te reguleren. Ze ervaren aanhoudende gevoelens van leegte, schaamte en schuld en ze hebben beide een sterk verhoogd risico op zelfmoord.

Waarom is het label ‘borderline’ zo’n probleem?

Mensen het label ‘persoonlijkheidsstoornis’ geven, kan een negatief effect hebben op hun toch al verstoorde zelfbeeld. Een ‘persoonlijkheidsstoornis’ vertaalt zich in de geest van de meeste mensen in een fout in je persoonlijkheid en dit kan de toch al aanwezige gevoelens van waardeloosheid en zelfhaat versterken. Hierdoor gaan mensen met BPS zichzelf nog negatiever zien, maar het kan ook veroorzaken dat andere mensen om hen heen dit ook gaan doen.

Zelfs hulpverleners hebben soms negatieve reacties op BPS

Ook therapeuten hebben soms een negatieve houding richting mensen met BPS, omdat ze hen zien als manipulatief of niet bereid om zichzelf te helpen. Omdat mensen met BPS soms weerstand hebben en niet meteen instappen bij de behandeling, reageren therapeuten en andere hulpverleners vaak vanuit frustratie. Deze houding zie je veel minder als hulpverleners werken met mensen met PTSS en andere trauma gerelateerde aandoeningen.

Wat zou een nieuwe naam bijdragen?

Door BPS expliciet te linken aan trauma zou in elk geval een deel van het stigma en de daarmee verbonden schade voorkomen kunnen worden. Dat kan helpen om de weerstand tegen de behandeling te verminderen en dat zou tot beter resultaat kunnen leiden. Wanneer mensen met BPS merken dat mensen afstand nemen en hen niet serieus nemen, kan het zijn dat ze zichzelf beschadigen of de hulpverlening stop zetten. Hulpverleners reageren daar dan weer op met verdere afstandelijkheid waardoor een negatieve spiraal ontstaat.

Vicieuze cirkel

Uitendelijk leid dit mogelijk tot een wat psychiatrisch researcher Ron Aviram, uit de VS noemt een: ‘zichzelf vervullende voorspelling en een cyclus van stigmatisering waar de cliënt en de therapeut bijdragen’.

De onderliggende oorzaak erkennen

Door over BPS na te denken in termen van de onderliggende oorzaak, kan ons helpen om het anders te behandelen, niet meer uitsluitend te focussen op de symptomen. Het zou bovendien het belang van preventieve acties richting het voorkomen van kindermisbruik en mishandeling onderstrepen.

Trauma-spectrum aandoeningen

Als we nou eens beginnen met te denken over de Borderline als een trauma-spectrum aandoening, dan zullen cliënten gezien worden als slachtoffers van onrechtvaardigheden in het verleden, in plaats van de aanstichters van hun eigen ongeluk. BPS is een ingewikkelde aandoening om te behandelen en het laatste wat we moeten doen is het moeilijker maken voor de cliënten en hun naasten.

Diagnose of niet?

Zelf ben ik geen voorstander van diagnoses, ik ervaar ze bijna altijd als nodeloos stigmatiserend, zeker als het gaat om slachtoffers van seksueel misbruik. Wel denk ik dat áls je dan een diagnose stelt, het van belang is dat de oorzaak hierin meegenomen wordt.

 

Ouderschap na seksueel misbruik

Ouderschap is voor veel slachtoffers van seksueel misbruik een onzeker avontuur. Seksueel misbruik heeft veel invloed op je leven en zorgt ervoor dat je behoorlijk wat extra zaken te overwinnen hebt. Hoe kun je ervoor zorgen dat je jouw trauma niet overbrengt op je kinderen? Wat doe je als je eigen familie niet voor jou klaarstaat? Hieronder geef ik zeven factoren die bijdragen aan ‘succesvol’ ouderschap. Plus nog één bonustip 😉

Factor 1: Een stabiele, betrouwbare partner kiezen

Niets is zo helpend voor succesvol ouderschap als wanneer beide ouders betrouwbaar zijn. Natuurlijk kun je niet in de toekomst kijken en veel huwelijken stranden nu eenmaal, maar je kunt wel naar je partners eerdere gedrag kijken als mogelijke voorspeller. Heeft hij of zij in het verleden langdurige relaties gehad? Hoe zijn die geëindigd? Met hoeveel respect (of disrespect) praat hij of zij over deze relatie? Dit zijn manieren waarop je kunt peilen of je iemand naast je hebt die er voor de langere termijn met jou zal zijn. Het is daarnaast van belang dat je partner weet heeft van jouw ervaringen en je hierbij kan ondersteunen indien nodig.

Factor 2: De eigen traumatische jeugdervaringen verwerken

Niet iedereen heeft de luxe om te kiezen voor verwerking voordat ze zich aan ouderschap wagen, omdat soms trauma’s uit het verleden zich pas later aandienen. Maar als je weet dat je seksueel misbruik hebt meegemaakt, zorg er dan voor dat je dit trauma verwerkt, zowel voor jezelf als voor je toekomstige kinderen. Zoek hulp bij een ervaren therapeut die weet heeft van seksueel misbruik. Je kunt nooit helemaal voorkomen dat je later nog eens getriggerd raakt, maar hoe meer je al verwerkt hebt, hoe groter de kans dat jouw kinderen daar geen last van zullen ondervinden.

Factor 3: Een loyaal en steunend sociaal netwerk opbouwen

Zeker wanneer je van je eigen familie niet veel te verwachten hebt in dit kader, is het van groot belang dat je mensen om je heen verzamelt die jou kunnen ondersteunen en die er ook over een aantal jaren nog zullen zijn. Dat zijn niet de mensen die je bij het stappen ontmoet, maar de mensen die je mee naar huis neemt, die je helpen met verhuizen of behangen. Dat zijn mensen die je kunt en durft te vertellen over jouw verleden, zodat ze jou ook kunnen steunen als je dat nodig hebt. Mensen die je vertrouwt omdat ze dat vertrouwen waard zijn. Het opbouwen van zo’n netwerk vraagt tijd en inzet, maar het betaalt zich tienvoudig terug.

Factor 4: Reële en gepaste verwachtingen van je ouderschap

Het verbaast me altijd als mensen allerlei websites raadplegen om hun nieuwste telefoon uit te zoeken, alle in’s en out’s ervan te weten proberen te komen, terwijl als je hen vraagt hoe hun partner denkt over belangrijke zaken ze je blanco aankijken. Soms komen mensen er pas na hun huwelijk achter dat hun partner liever geen kinderen wil. Of wil verhuizen naar Zweden. Of de kinderen graag religieus of juist niet wil opvoeden. Hoe nauw wil je opa en oma betrokken hebben bij de kinderen? Vaccinatie? Dopen? Suiker of niet? Dat zijn hele gezonde vragen om te stellen, voordat je kinderen uitnodigt in je leven.

Factor 5: Goede keuzes maken

Goed is een oordeel en wat een goede keuze is, dat maakt iedereen zelf uit. Maar dat betekent niet dat je niet kunt kijken naar de basis van waaruit je keuzes maakt. Een goed voorbeeld is je partnerkeuze. Kies je op basis van (seksuele) aantrekkingskracht? Het kan heel leuk zijn om een mooie man of vrouw naast je te hebben, maar maak je deze keuze op basis van hormonen? Seksuele voorkeur? Betrek je hierin ook het langere perspectief? Welke opvoedstijl heeft je partner? Welke trauma’s brengt hij of zij mee? Hoe gedraagt deze persoon zich naar kinderen toe? Wat is de invloed van zijn of haar familie? Op welke grond besluit jij of je wél of niet met iemand in zee gaat?

Factor 6: Kunnen omgaan met stress en tegenvallers

Stressbestendigheid is een belangrijke factor in succesvol ouderschap. Kinderen gaat dit zeker testen! Bestand zijn tegen de stress van allerlei soms tegenstrijdige belangen die aan je trekken, jezelf kunnen blijven, ook als je kind loopt te jengelen of je puber opstandig doet. Stressbestendigheid is niet direct het eerste waar je aan denkt als overlever van seksueel misbruik. Toch kan het heel goed zijn dat het je juist helpt dat je voorafgaand aan je ouderschap al flink geoefend hebt met tegenvallers. Als je teleurstellingen kunt verdragen en drie keer diep kunt ademhalen als er onverwachte dingen gebeuren, ben je de stress een stap voor.

Factor 7: Geluk hebben

Naast allerlei dingen waar je zelf, in de voorbereiding, iets aan kunt doen, is er ook nog de X-factor. Geluk. Elke vader, elke moeder, heeft een dosis geluk nodig. Het geluk dat je op het juiste moment tegen de juiste partner aanloopt. Het geluk dat je zwanger raakt op een tijdstip dat het ook past binnen je leven. Het geluk dat je kind gezond is. Zonder geluk vaart niemand wel, zeggen ze.

Bonustip

Accepteer dat je mens bent en dat je fouten zult maken. Dat doen alle ouders en dat is helemaal niet erg. Je kunt maar beter van te voren weten dat je niet alles goed kunt doen, dan kun je ook makkelijker naar je kinderen toegeven: ‘Dat heb ik niet goed gedaan’. Doe gewoon je best om hen een goede start in het leven te geven.